Albert Wolting vertelt in nieuwe aflevering van het Scheepsjournaal over regels in de scheepvaart

Verkeer op het water tijdens Sail 2005. Albert Wolting

De regels op het water waren in vroeger tijden heel wat anders dan nu. Maar hoe dan?

Toen

In 1891 heeft de koning zich verplicht gesteld voorschriften vast te stellen tot voorkoming van aanvaring. In 1923 werd dit het Scheepvaartreglement genoemd. In de 19e eeuw was het scheepvaartverkeer intensief op het kanaal. Naast de zwaar geladen turfschepen had je veel lokaal verkeer. Het water was de meest gekozen weg van transport. Waren er voor die tijd geen verkeersregels op het water? Hoe ontweek je elkaar en op welke manier maakte je duidelijk wat je vaarplannen waren? Er zullen chaotische taferelen zijn geweest door misverstanden en eigenzinnigheid.

De zeilschipper voer vroeger altijd met bemanning. Alleen was dat niet te doen. Terwijl de zeilen moesten gehesen worden moest ook het schip worden bestuurd. Was er geen wind dan moest het schip getrokken worden. De bemanning kon een knecht maar ook de vrouw of kinderen van de schipper zijn. Er zullen ongeschreven regels geweest zijn om de vaart zo veilig mogelijk te laten verlopen. Hoe passeerden elkaar tegenkomende schepen die allebeide gejaagd werden. Het jaagpad was aan één kant van het vaarwater. Wie laat de jaaglijn zakken?

Nu

Een motorschip is gemakkelijker te bevaren dan een zeilschip. Met een motorschip tot 55,00 meter mag je zelfs alleen varen. Via de marifoon communiceren de schippers onderling met elkaar.

Een schipper van een binnenvaartschip heeft altijd haast om de losplaats te bereiken. Door zijn jarenlange ervaring weet hij precies wat de mogelijkheden van zijn schip zijn en wat het doet met minder gunstige weersomstandigheden. Meestal is hij op het water geboren en is het varen hem met de paplepel ingegeven. Het schip is groot en massief met een krachtige motor en boegschroef. De schipper heeft een Groot Vaarbewijs en daarmee uitgebreide kennis van de vaarreglementen. Hij moet in de zomermaanden het vaarwater delen met de recreatieschipper.

Er zijn twee soorten recreatieschippers. De één heeft kennis van zaken, de ander weet bijna van niets. Je mag met een boot varen tot een lengte van 15,00 meter zonder Vaarbewijs. Wel moet je een Vaarreglement aan boord hebben. Dat is een wassen neus. Je kunt in een precaire situatie niet even op gaan zoeken hoe de regels zijn. Het probleem is dat de verhuurvloot van grote betekenis is voor de economie en het toerisme. Anders was regelneef Nederland al lang tot een vaarbewijsverplichting gekomen voor iedereen!

Varen doe je samen

Dit is al een aantal jaren de slogan van Rijkswaterstaat om het samenspel van de beroeps- en recreatievaart te bevorderen. Bij deze twee groepen is er onbegrip voor elkaar. Daar komt dan ook nog onkunde bij. Op drukke sluizen staan stewards in het seizoen om aanwijzingen te geven aan de recreant.

Door de corona is de vraag naar bootjes enorm toegenomen. Het zal daardoor drukker op het water zijn. Des te meer de opdracht voor de recreant ga goed voorbereid op weg en toon begrip voor elkaar! Zoek bovenal vaarwater op zonder intensieve beroepsvaart.

Misschien moet de huidige koning na 130 jaar toch nog eens advies geven over een veilige vaart. Hij zal met zijn dure speedboot de regels wel kennen! Ik heb wel een tip: stel een beperkt vaargebied in voor schippers zonder Vaarbewijs.

Nieuws

menu