Albert Wolting vertelt in een nieuwe aflevering van Scheepsjournaal over de schepen van Bruins Slot (4)

- Foto: Albert Wolting

Toen Bruins Slot aan de wal ging wonen had hij drie schepen en kocht toen een klein binnenvaartscheepje van 16 meter lang. Op de werf van Gerrit Scholten in Hoogeveen werd het omgebouwd tot recreatievaartuig. Hij noemde het Dankbaarheid. In de naam van de schepen die hij had zat een lijn. Risico, Nooitgedacht, Buitenverwachting en Dankbaarheid. Als Harm het over dit laatste scheepje had, had hij het over het boottie. Hiermee ging hij samen met zijn vrouw op bezoek bij familie en kennissen in heel Nederland.

Op de andere schepen voeren zetschippers. De Risico werd bevaren door Marinus Blokzijl. Op de Nooitgedacht was Haveman schipper, en Chris Zwiep voer met de Buitenverwachting. De zetschippers voeren op procenten. Dus hoe actiever de schipper was hoe groter het inkomen. Een werkdag van ’s morgens 5 tot ‘s avonds 23 uur kwam regelmatig voor. Marinus Blokzijl voer samen met zijn jongere broer Tinus op de Risico. Ze hadden een vaste vaart van zand en grind op Medemblik. Hun stelregel was: zolang je geen dubbelrood voor de kop hebt vaar je. Bruggen en sluizen werden niet bediend wanneer de lichten op dubbelrood stonden. Dat kon dus betekenen dag en nacht varen. Vaartijden waren er toen blijkbaar nog niet.

Rederij af

Uiteindelijk verkocht Bruins Slot de schepen. De Nooigedacht werd eigendom van de gebroeders Koelink. Zij gaven het schip de naam Oude Diep. De Buitenverwachting ging over in eigendom van Chris Zwiep. De Dankbaarheid werd door ondergetekende verkocht aan een hoteleigenaar in Londen. Deze had een lang stuk grond langs de Theems. Hij kocht schepen in Nederland en verkocht die weer met ligplaats bij zijn hotel. De Luxe Motor Risico is 38 jaar in bezit geweest van Harm Bruins Slot. Hij verkocht het schip in 1968 aan Jaap Drost uit Kampen.

Van Risico tot Gabriëlla

Drost vervoerde er ook zand en grind mee. Hij verkocht het schip aan de gebroeders Troost uit Zwartsluis. Deze bouwden het schip om tot cementtanker. Er kwamen een aantal tanks in het ruim te staan waarin de losse cement werd opgeslagen. De naam werd veranderd in Spido II. Na een enige tijd scheiden de wegen van de gebroeders Troost. Jan Troost ging verder met de cementtanker en noemde het schip Asporto. Toen Jan Troost gezondheidsproblemen kreeg werd Peter Scholten in 1984 zetschipper en in 1985 eigenaar van de Asporto.
Er vonden diverse verbouwingen plaats. De roef kreeg nieuwe ramen en de patrijspoorten werden ook vervangen door ramen. Ook de stuurhut kreeg een beurt. Het voorraam werd vernieuwd en had geen stijlen meer. Dat noemde men een panoramaraam. Een radar werd geplaatst. De Scania scheepsmotor werd vervangen door een zwaarder type van 313 pk. Er kwam een 5 blads schroef achter te hangen. Leeg haalde het schip 17 en geladen 14 kilometer per uur. Voor de stuurhut werd een extra slaapkamer gebouwd. Om het schip goed te kunnen bijsturen zat voorop een koproer. Dat kon men onder het schip laten zakken en dan stond iemand daar de kop bij te sturen. Deze werd vervangen door een boegschroef van 105 pk. Hierdoor werd het beter manoeuvreerbaar. Van Haccourt net over de grens in België voer men vast op Grave. Een retourtje was 40 uur varen. Scholten werd benaderd door een makelaar die een Engelse koper had voor het schip. De transactie vond in 1998 plaats en de Asporto ging naar de overkant van het Kanaal. De naam werd veranderd in Gabriëlla. Daar heeft men er nog een aantal jaren mee gevaren. In 2020 is het schip gesloopt.


Bron Peter K. Scholten

Nieuws

menu