Aerobatic vlieger George Pape uit Ruinen haalt de meest spectaculaire stunts uit in de lucht boven Hoogeveen. 'Rechtuit vliegen is saai'

Voor veel inwoners van Zuid- en Midden Drenthe is het zo langzamerhand een bekende verschijning in het luchtruim: het slanke, eenmotorige vliegtuig, met zijn opvallende rood-wit-blauwe kleuren.

George Pape voor zijn in fraaie rood-wit-blauwe kleuren gespoten CAP-10 aerobatic vliegtuig op het vliegveld van Hoogeveen.

George Pape voor zijn in fraaie rood-wit-blauwe kleuren gespoten CAP-10 aerobatic vliegtuig op het vliegveld van Hoogeveen. Foto: Gerrit Boxem

Zo nu en dan verschijnt het boven hun hoofden en haalt dan allerlei acrobatische toeren uit, waarna het toestel weer richting vliegveld Hoogeveen vliegt. Veel mensen vragen zich af wie de vlieger is en waarom hij met zijn vliegtuig op deze -spectaculaire- wijze door het luchtruim vliegt.

Om een antwoord te vinden op deze vragen, ben ik op een mooie zaterdagmiddag naar het Hoogeveense vliegveld gereden waar ik, via bemiddeling van de Havendienst, een ontmoeting had met betreffende vlieger en zijn vliegtuig. In het vliegveldrestaurant, dat op het moment van het gesprek nog net open was, maakte ik kennis met George Pape, arts in ruste en fervent aerobatic vlieger.

Jazeker! Papes vliegtuig is namelijk niet zomaar een sportvliegtuig, maar een CAP-10, die speciaal gebouwd is om kunstvluchten mee te maken. Wat het schoonspringen in het water is en turnen op de grond, is kunstvliegen in de lucht. Daarom heet deze tak van sport ook ‘aerobatics’, een samenvoeging van aerial en acrobatics . Het is zonder twijfel de meest spectaculaire vorm van vliegen. Dit kunstvliegen heeft overigens niets met stunten te maken, maar is gebonden aan strakke regels.

Tropenarts

George Pape werd in 1946 in Hekelingen op Voorne-Putten geboren en studeerde van 1964 tot 1973 Medicijnen aan de Universiteit van Amsterdam. Na afgestudeerd te zijn, koos Pape koos ervoor om tropenarts te worden, omdat hij dan het vak van arts in de volle breedte kon uitoefenen: verloskunde, kno, kinderziektes, chirurgie, enzovoort. Hij werd door het Ministerie van Buitenlandse Zaken uitgezonden naar Afrika waar hij tot zijn pensionering in 2017 werkte als arts. In die landen was medische hulp hard nodig, als gevolg van de door oorlog veroorzaakte ontreddering onder de bevolking.

George Pape: „Waar ik ook in die tijd veel mee werd geconfronteerd, waren verkeersslachtoffers. Het was het gevolg van het niet ontwikkeld zijn van die landen, met als gevolg slechte wegen, oude auto’s, geen vangrails en flitspalen en geen regelgeving op het gebied van veilig openbaar vervoer.” Zo nu en dan keerde George Pape voor kortere of langere tijd terug naar Nederland. Tijdens zo’n bezoek in 1980 werd hij lid van de Vliegclub Rotterdam waar hij zijn vliegbrevet behaalde.

Pape: „Ik was altijd al gefascineerd door de vliegerij en zelf een vliegtuig besturen leek me fantastisch.” Maar al snel bleek dat alleen rechtuit vliegen hem niet echt voldoening gaf. George: „Gewoon rechtuit vliegen is nuttig. Het brengt je van de ene naar de andere plek, maar het is saai en heeft weinig te maken met het intense gevoel van vrijheid waar ik als vlieger naar op zoek ben.”

Aerobatic

Toen George Pape op een dag vanaf vliegveld Rotterdam een vlucht meemaakte in een ‘Robin’ aerobatic vliegtuig, was daarmee bij hem de liefde voor het kunstvliegen geboren. Lessen in het aerobatic vliegen kreeg hij onder andere op vliegveld Lelystad op de vliegschool ‘Wings over Holland’ van toentertijd Nederlands bekendste aerobatic vlieger Bert Huizinga. Pape: „Vooral de bijna wiskundige precisie waarmee de vliegfiguren gemaakt moeten worden en het daarbij zoveel mogelijk proberen te benaderen van de perfectie, geeft me een kick.”

Begin 2020 was Pape in de gelegenheid om een eigen CAP-10 aerobatic vliegtuig aan te schaffen. De voormalige thuisbasis (Lelystad) van dit vliegtuig werd ingewisseld voor het vliegveld van Hoogeveen, zodat Pape vanuit zijn woonplaats Ruinen maar even hoefde te rijden om zijn favoriete sport te kunnen beoefenen. De meeste lezers zullen nog nooit van een CAP-10 gehoord hebben, maar toch was dit vliegtuigtype ooit wereldnieuws. Dat was toen een CAP-10 in september 1991 werd gestolen, waarna de dief ermee onder de Eiffeltoren en de Arc de Triomph doorvloog om het toestel uiteindelijk in een weiland even buiten Parijs achter te laten. De dader is nooit gepakt.

Oriëntatiepunten

George Pape: „Ik beoefen het aerobatic vliegen op zoveel mogelijk verschillende plaatsen in zuid-Drenthe om de overlast zo klein mogelijk te maken. Het meest geschikt is het gebied ten zuiden van Hoogeveen, want daar heb je veel rechte sloten die van oost naar west lopen en die daardoor ideale oriëntatiepunten vormen tijdens de kunstvluchten. Geschikte oriëntatiepunten zijn ook de Verlengde Hoogeveense Vaart en de -witte- melkfabriek van de DOMO in Beilen. Ik vermijd de Natura 2000-gebieden en de bebouwde kommen. De dagen dat ik in de regio ten zuiden van Hoogeveen oefen zijn de dinsdagen en donderdagen. Op die dagen zijn er namelijk geen zweefvliegtuigen in de lucht.”

Echt veel klachten over de capriolen die hij in het luchtruim rond Hoogeveen uithaalt, krijgt George Pape niet. „Maar àls er een klacht komt, neem ik die ook serieus. Dan neem ik contact op met de klager. Het daarop volgende gesprek verloopt bijna altijd heel plezierig. Ik beloof zoveel mogelijk rekening te houden met zijn klachten en leg ook uit dat ik zeker niet op één plek aan het oefenen ben, maar dat ik mijn oefenvluchten zoveel mogelijk uitsmeer over de regio.”

Van 2 tot 4 september dit jaar deed George Pape met zijn CAP-10 voor het eerst mee aan een Nationale Aerobatic Kampioenschappen die op vliegveld Midden-Zeeland werd gehouden. Te weinig wedstrijdervaring zorgde ervoor dat het niet echt een succes werd. Pape: „De vliegfiguren tijdens zo’n kampioenschap moeten gevlogen worden in een stuk luchtruim van 1000 bij 1000 meter, de zogeheten ‘box’. Ik kreeg nogal wat puntenaftrek omdat ik niet altijd op de goede plek in de box vloog, een gevolg van onbekendheid met het vliegveld Midden-Zeeland. Het vervelende was dat we vooraf niet de gelegenheid kregen om in die box te oefenen. Maar ik weet nu wel waar ik de volgende keer op moet letten.”