‘Vergeten’ migranten uit voormalig Nederlands-Nieuw-Guinea

Toegoenezen voor de kerk die ze hebben gebouwd in Hollandia. Foto: Eigen foto

Ze kwamen 60 jaar geleden naar Nederland, de Nieuw-Guinea-migranten. Niet per schip, maar per vliegtuig. Niet vanuit Java, maar vanuit Biak. Om deze komst naar Nederland te belichten en te herdenken heeft een groep vrouwen van de derde generatie van in Hoogeveen terechtgekomen gezinnen het initiatief genomen een feest te organiseren. Zij vinden dat het jubileum niet ongemerkt voorbij mag gaan, ook om in Hoogeveen terechtgekomen Nieuw-Guinea families weer gezellig bij elkaar te laten zijn, zodat de volgende generaties een stukje (familie)geschiedenis meekrijgen.

Vandaag gaat de aandacht uit naar de Toegoegemeenschap. Toegoe is rond 1661 als inlands christendorp ontstaan doordat vrijgemaakte slaven die tot het christendom waren bekeerd en nazaten van Portugezen zich na de verovering van Malakka in 1641 begaven naar Toegoe. Het dorp ligt In het district Bekasi, ongeveer 24 kilometer ten oosten van Jakarta. Het lag in een moerasgebied, waardoor men voor een groot deel van het jaar geïsoleerd leefde. Het dorp heeft een monumentale kerk, een kerkhof en een basisschool. Het heeft een eigen cultuur ontwikkeld. De Mandi Mandi is een folklorisch evenement dat ieder jaar in Toegoe veel toeristen aantrekt. En Toegoe is de bakermat van Krontjong, een wereldwijd bekend muziekgenre.

Periode 1950 - 1962

Politieke omstandigheden, oranjegezindheid en het christelijk geloof dwong een deel van de gemeenschap in 1949 te vluchten. Zij kregen huisvesting en bescherming van het Nederlandse leger in Penjambon, een dorp dat grenst aan Jakarta. Het gevoel van veiligheid was van korte duur. In 1950 vertrokken in het voorjaar 26 gezinnen uit Indonesië met het schip Karaton en zij maakten de overtocht naar Hollandia in Nieuw-Guinea. In Hollandia stichtte de gemeenschap een eigen nederzetting in de zwaar beboste en steile helling achter het A.P.O-complex. Voor elk gezin werd een woning gebouwd. Het sociale leven werd hervat en het christelijk geloof kreeg weer vorm in de kerk die de gemeenschap heeft gebouwd. De weinig vruchtbare rode aarde vereiste veel bewerking voordat er gebouwd en geplant kon worden. In grote saamhorigheid werd een ingenieuze waterleiding en een weg aangelegd.

Periode 1962 – 1967

De soevereiniteit bracht opnieuw gevaren met zich mee voor de Toegoegemeenschap in Hollandia. De oranjegezindheid en het geloof dwong hen ertoe opnieuw te vluchten en men verliet Nieuw-Guinea. Twaalf jaar welvaart moesten zij achterlaten. Met 3 vliegtuigen en 20 kilo bagage per volwassene, nam de gemeenschap in 1962 binnen 24 uur afscheid van hun geliefde Hollandia om via het onbekende Nederland verder te trekken naar het beloofde land Suriname.

Liefdevol werden zij in Nederland opgevangen door het echtpaar Pardoen in kamp Pieterberg in Westerbork. Westerbork was een tussenstop. In 1963 liet men de strenge winter achter zich om te vertrekken naar Suriname. Op plantage Slootwijk werd het leven hervat. Huizen werden gebouwd en er werd op de citrusplantages tegen een karig loon gewerkt. Door tegenslagen trok de gemeenschap teleurgesteld de conclusie dat Suriname hen niet bracht wat ze hadden verwacht. Op hun verzoek haalde de Nederlandse overheid hen terug. In 1966 werden zij Nederlanders. De dankdienst in augustus 1967 de ‘Pengutjapan Sukur’ betekende het einde van de nauwe verbondenheid, wetende dat zij in Nederland verspreid zouden worden gehuisvest.

1967 tot heden

In Nederland werden de Toegoenezen opgevangen in onder meer Apeldoorn, Deventer, Zevenaar, Enschede, Zutphen, Hoogeveen, Amsterdam en Groningen. De grootste groep kreeg huisvesting in Hoogeveen. Na herstelde betrekkingen tussen Nederland en Indonesië konden ook de Toegoenezen de contacten met de in Indonesië achtergebleven families hervatten.

De voorverkoop van de entreekaarten voor het jubileumfeest op 2 juli start op 5 maart. Kaarten zijn verkrijgbaar bij Hypotheekcentrum, Van Echtenstraat 33 in Hoogeveen.

Nieuws

menu