Nieuwe kijk op oude zaken
Door Johann Bisschop

De UL-62-88 BMW R 50 uit 1962 (1)

Vorige week schreef ik over de Puch uit 1967 van Bert Bosman. De brommer die werd doorverkocht aan Ger de Gier en later in mijn bezit kwam. Ik eindigde het verhaal met het feit dat ik afscheid nam van de Puch en de BMW van broer Arnold kreeg.

Wij hadden als één van de laatste gezinnen in de straat tv en een auto. Aan het niet aanschaffen van de tv lagen principiële redenen ten grondslag. Mijn ouders waren bang, dat het van negatieve invloed zou zijn op de leerprestaties van de kleine Bisschopjes. Voor een auto hadden ze gewoonweg onvoldoende geld. Logisch, want van een eenvoudig timmermansloon acht kinderen opvoeden en laten studeren was in die tijd geen sinecure. Maar we bezaten een brommer én vreemd genoeg plots ook een mooie motor. Maar die was van broer Arnold en hij zal hem ongetwijfeld gespaard hebben en wellicht iets geld van zijn studiebeurs hebben bijgevoegd. Maar dat weet ik niet zeker.

Familie-uitjes

Hij kocht de motor van ene Steffens aan de Kanaalweg en het was een juweeltje om te zien. Ook mijn ouders gebruikten de motor en gingen er zelfs mee op familiebezoek in Rotterdam en Utrecht. Maar ook voor familie-uitjes werd ie gebruikt. Zo kan ik me herinneren dat we ooit een dagje Kralose Heide deden met zes personen. Met vriend Adri Doldersum, mijn zusjes Tineke en Lien en vader en moeder picknickten we een dagje op de hei. Adri en ik werden als eersten op de motor heengebracht en moesten de wacht houden bij het kleed en de twee kleine visserskrukjes die achterop waren gebonden. Adri kwam achter mijn vader op de buddyseat te zitten en ik vóór mijn vader op de tank. Alles zonder helm, want dat was nog niet verplicht in die tijd. In de tweede rit werden Tineke en Lien gehaald en gebracht.

Pannenkoeken en ranja

Daarna reed mijn vader nog één keer terug naar Hoogeveen om mijn moeder op te halen. Die had intussen brood met gebakken eieren gemaakt en nog een paar pannenkoeken gebakken. Er gingen twee grote, reeds aangelengde flessen ranja mee, die in dikke kranten werden gepakt, zodat ze lekker koel bleven. Alles werd in een grote weekendtas gestopt, die met snelbinders op het bagagerek werden gebonden. We beleefden echt de dag van ons leven en we leerden het kenmerkende geluid van Wulp, Grutto en Kievit. Die nestelden op de aangrenzende weilanden. En ’s avond reed mijn vader ons ook weer in drie etappes terug; Aad en ik als laatsten, want wij waren al groot en konden best wel de wacht houden bij de spullen, zeiden mijn ouders dan. Een beetje bang waren we wel, maar dat liet je niet merken.

Dankzij deze BMW hadden wij dus eigenlijk ook een auto. Al moesten pa en moe er wat vaker voor rijden.

Maar ook deze BMW blijft -net als de Puch- niet voor eeuwig in de familie en wordt verkocht. Aan wie? Dat leest u in de volgende aflevering in deze rubriek, die ik wellicht beter kan omdopen in ‘... en het gebeurde in de Dr. van de Veldestraat’. Maar dat terzijde!