Minister Slob wil maximum aan het oppotten van geld voor passend onderwijs

Regio - 'Vertrouw de professional'. Dat zei Tweede Kamerlid Westerveld (GL) donderdag 31 januari in de vergadering van de Vaste commissie voor Onderwijs, Cultuur en Wetenschap waarin werd gesproken over passend onderwijs.

Ze gaf als voorbeeld de aanschaf speciale stoel voor een kind met rugproblemen. Dat kost maanden tijd door een enorme bureaucratie. Door te vertrouwen op het oordeel van de professional, bijvoorbeeld de fysiotherapeut zou zo's stoel heel snel door een school kunnen worden besteld. 'De huidige bureaucratie kost méér, dan de aanschafprijs van die stoel', concludeerde ze. 

Reserves

Ook vroeg ze aandacht voor de spaarpot van 238 miljoen euro die de besturen van samenwerkingsverbanden hebben opgepot. Volgens de inspectie weten die 'in het geheel niet waar ze het geld aan zullen besteden'.  Ze wil daarnaast duidelijkheid over het nut en en de noodzaak van die samenwerkingsverbanden. Vaak zijn samenwerkingsverbanden niets meer dan een doorgeefluik van onderwijsgeld. Maar de  kosten voor deze 152 extra bestuurslagen (de samenwerkingsverbanden) zijn enorm, denk aan salarissen voor bestuurders, medewerkers en leden van de raden van toezicht en -bestuur. 

Minister Arie Slob ging in op de oplopende reserves bij de samenwerkingsverbanden. Hij noemt dat 'niet wenselijk'. 'Het geld is bedoeld voor zorg en leerlingen en dat moet in de klas zichtbaar zijn', aldus de minister. 'Het stijgen van de reserves is in strijd met het principe van passend onderwijs.' 

'Een bandbreedte voor een algemene reserve is een beeld dat mij aanspreekt', vervolgde Slob. In het voorjaar legt hij de Kamer conclusies voor, maar hij is 'geneigd naar het vastleggen van een maximum niveau voorde spaartegoeden.'