Ministers willen toch einde aan oppotten van geld door schoolbesturen

Regio - Minister Van Engelshoven (OCW) en minister Slob (Basis- en Voortgezet Onderwijs en Media) maken zich zorgen over toenemende reserves van schoolbesturen. Dit is een enorme draai van de bewindslieden, die eerder ontkenden dat er sprake was van oppotten van geld door scholen.

 'Het gaat tenslotte om geld dat bedoeld is voor het geven van onderwijs. We vragen ons af of de reserves nog wel in verhouding staan tot de reële risico’s die scholen lopen. Sparen mag geen doel op zich worden', schrijft het duo in een brief aan de Tweede Kamer

De inspectie concludeert dat het Nederlandse onderwijs er financieel goed voor staat, zelfs beter dan de onderwijsbesturen hadden voorspeld. Een oorzaak van de toenemende reserves ligt volgens de inspectie in het te behoudend begroten door de besturen en het structureel onderschatten van de baten.

Kamervragen

Het behoudend begroten werd enige maanden geleden al aangekaart door de docenten Arjan Linthorst, Jan Hop en Arjen Boerstra in een ingezonden stuk in diverse dag- en nieuwsbladen. Dit leidde tot vragen aan de minister door Tweede Kamerlid Lisa Westerveld van GroenLinks.

Het drietal docenten pleitte dan ook voor bovengrenzen aan de reserves die passend zijn bij de omvang van het betreffende schoolbestur en die het voorzichtige, cultureel bepaalde, begrotingsbeleid van schoolbesturen indamt. Ook de Kamerleden Westerveld (GroenLinks), Peter Kwint (SP), Rudmer Heerema (VVD) en Paul van Meenen (D66) wilden van de minister weten of er niet een bovengrens aan de spaartegoeden moet worden gesteld. 

Minister Arie Slob bleek geen voorstander van het instellen van een bovengrens aan de reserves die schoolbesturen opbouwen. Dat liet hij in mei nog weten aan de Kamerleden. De minister was bang dat schoolbesturen onzinnige uitgaven zouden doen. ‘Een dergelijke bovengrens kan ertoe leiden dat besturen die boven die marge dreigen te raken ondoelmatige uitgaven gaan doen. Dat is voor het onderwijs een onwenselijke prikkel’, schreef de minister in mei van dit jaar. 

De minister is nu van mening veranderd. 'We zullen daarom in 2019 onderzoek doen naar de wijze van begroten door besturen in het primair onderwijs (po) en naar de reserves, ook de sectoren mbo en ho worden onderzocht. Ook zullen we expliciet kijken naar de rol van het Rijk en de wijze van bekostigen van de onderwijsinstellingen', schrijft de minister aan de Kamer. 

Ouderbijdrage

De bewindslieden maken zich ook zorgen om de stijging van de ouderbijdrage. De gemiddelde vrijwillige ouderbijdrage in het funderend onderwijs is sinds 2013 met 20 tot 25 procent gestegen. De inspectie geeft aan dat het inzicht in het totaal aan kosten die ouders moeten betalen vooralsnog ontbreekt. 

Acties in het onderwijs

De ministers vinden de toenemende reserves opmerkelijk in het licht van de roep uit de sectoren om extra middelen om problemen als het lerarentekort en de werkdruk te verminderen. 'Het is goed als schoolbesturen vermogen opbouwen om onvoorziene tegenvallers op te kunnen vangen, maar het is niet de bedoeling dat dit ten koste gaat van het geven van goed onderwijs.' 

Daarom zal de inspectie onderzoeken of er een bovengrens voor zeer vermogende besturen kan worden ontwikkeld. Dit is een doorbraak in het toezicht op het oppotten van belastinggeld.