Raadsavond wordt circusvoorstelling (met foto's)

Hoogeveen - Een motie van afkeuring tegen het college van burgemeester en wethouders in het ijsbaandossier heeft het niet gehaald. Voordat het zover was had de gemeenteraad tot even na twee uur ’s nachts vergaderd. De 6,5 uur was een aaneenschakeling van schorsingen, gehakketak en zelfs meerdere plaspauzes.

Aan het begin van de discussie deelde Inge Oosting (PvdA) mee dat de volledige oppositie met een motie van afkeuring tegen het college zou komen. ‘De reactie van het college op het Rekenkamerrapport doet ons twijfelen aan de kwaliteit van het bestuur in Hoogeveen. Je schoffeert op deze wijze een belangrijk orgaan van de gemeenteraad. Dat is minachting van de raad.’

College voelde zich aangesproken op integriteit

Vele uren later gaf burgemeester Karel Loohuis zijn reactie op de motie. ‘Het college heeft zware woorden gebruikt in reactie op het rapport van de Rekenkamer. Dat had misschien wat minder gekund, maar de Rekenkamer heeft ook zware woorden gebruikt. Haar conclusie was dat het college de raad onvolledig heeft geïnformeerd. In politieke context is dat een doodzonde. Daar had de Rekenkamer zich bewust van moeten zijn. Het raakt onze integriteit. Daarom hebben wij zo emotioneel gereageerd. Je kan zeggen dat we dat niet hadden moeten doen, maar we zijn ook mensen. Ik ben blij om vanavond te vernemen dat de raad in ieder geval niet twijfelt aan de integriteit van het college.’

De gemeenteraad had donderdagavond twee punten op haar agenda staan: de uitkomsten van het Rekenkamerrapport en de toekomst van de ijsbaan. Voordat de vergadering goed en wel onderweg was, werd er alweer geschorst. Een schorsing die bijna een uur duurde en waarin een politieke crisis moest worden opgelost. Debbie Bruijn (VVD) had, ondersteund door de gehele oppositie, een verzoek ingediend om de toekomst van de ijsbaan van de agenda te halen. ‘Wij moeten een scheiding maken tussen proces en inhoud. We kunnen vanavond niet het debat over beide voeren.’. De coalitiepartijen vonden dit niet nodig. Erik-Jan Kreuze (CDA): ‘Tussen het eerste en tweede gedeelte zit een pauze. Wat ons betreft is dat lang genoeg om die scheiding te kunnen maken.’ De oppositiepartijen dreigde daarop het tweede gedeelte van de avond te boycotten. Het was crisis! Uiteindelijk werd besloten om niet over de toekomst van het ijsbaanproject te spreken, maar er mochten nog wel moties hierover worden ingediend.

Discussie was lang en weinig verrassend

Vervolgens begon de discussie over de uitkomsten van het onderzoek van de Rekenkamercommissie en de reactie van het college daarop. De discussie was lang en weinig verrassend. Alle partijen namen dezelfde standpunten in als twee weken geleden. Het geheel werd wel ‘ontsierd’ door een hoop gehakketak.

Een voorbeeld dat zich ver na middennacht afspeelde. Mark Strolenberg (VVD, oppositie): ’Er zijn vanavond geen vragen aan de burgemeester gesteld. Hij hoeft dus geen reactie te geven op de inbreng van alle fracties tijdens de vergadering.’ Peter Koekoek (CDA, coalitie): ’Volgens mij heeft mevrouw Oosting het over de rol van de burgemeester gehad. Dan lijkt het me niet meer dan eerlijk dat hij een reactie mag geven.’ Inge Oosting (PvdA, oppositie): ’Het klopt dat mevrouw Oosting het over de rol van de burgemeester heeft gehad, maar ik heb geen vragen gesteld. De burgemeester hoeft daar dus ook geen antwoorden te geven.’ In het debat kwam Loohuis dus niet aan het woord, maar nadat de motie van afkeuring was ingediend mocht hij hier zijn reactie op geven en toch nog zijn zegje doen. Overigens was het opvallend dat oppositiepartij GroenLinks en coalitiepartij ChristenUnie zich grotendeels afzijdig hielden van het debat. Catharina van Hien (GroenLinks): ’Deze discussie heeft een echo die lang na zal galmen. Dat is niet handig want we moeten toch met elkaar verder.’ Koen Meesters (CU): ’Er zijn momenteel heel veel tegenstellingen. Dat is niet goed. We moeten een brug slaan om die tegenstellingen te overbruggen.’

 

Lees hier het commentaar van de Hoogeveensche Courant over het debat over het Rekenkamerrapport.