‘Toen we op 60 meter hoogte een fjord binnenvlogen ging er iets goed mis’

Hoogeveen - In Luchtpost vertelt Gerrit Boxem elke week een bijzonder luchtvaartverhaal. Deze week het slotstuk van het verhaal over het vliegerleven van Frank de Kort.

In de jaren ’50 en ’60 vlogen ze vrijwel dagelijks boven Hoogeveen: de Thunderstreak jachtbommenwerpers van de Koninklijke Luchtmacht. Ze waren gemakkelijk te onderscheiden van de andere straaljagers door de twee enorme sigaarvormige brandstoftanks die ze onder hun vleugels meedroegen. Een van de mannen die met deze Thunderstreaks vrijwel dagelijks het luchtruim koos, was Frank de Kort (1945). Vorige week heeft u kunnen lezen hoe Frank als kleine jongen al geïnteresseerd raakte in de luchtvaart en uiteindelijk zijn militaire vliegbrevet wist te behalen. Vandaag zien we hoe deze Luchtmacht vlieger geconfronteerd wordt met een fenomeen waarvan iedere vlieger hoopt het nooit te zullen meemaken: een crash.

Na zijn opleiding te hebben afgerond, werd Frank de Kort overgeplaatst naar het op de vliegbasis Eindhoven gestationeerde 314 squadron. Deze eenheid maakte deel uit van de zogeheten ‘ACE - Mobile Force’, een snel verplaatsbare eenheid van de NAVO met als taak de verdediging van Europa’s noordflank. Eens per jaar gingen de vliegers van 314 met vliegtuigen en al daarom voor een aantal weken verhuizen naar de Noorse vliegbasis Bodø, gelegen even ten noorden van de poolcirkel. Frank de Kort: ‘Die oefeningen in Noorwegen vond ik prachtig. Er konden daar dingen die in ons land beslist niet mogelijk waren. Zo kregen we op een zondagmorgen de opdracht om vanaf de basis Bodø de haven van Hirtshals aan te vallen met vier Thunderstreaks. ‘No problem’…wat ons betreft tenminste. Of de bewoners van het havenplaatsje, die op dat moment vredig in de kerk zaten, daar ook zo over dachten was echter maar de vraag. Zij moeten gedacht hebben dat de oorlog was uitgebroken!’

Schijnaanvallen

Wat er gebeurde tijdens zijn verblijf op Bodø in het jaar 1970 zal Frank de Kort zijn leven lang niet meer vergeten. De Kort: ‘Op 6 april 1970 kregen drie collega’s en ik de opdracht om vanaf Bodø met 4 Thunderstreaks schijnaanvallen uit te gaan voeren op een paar schepen van de Nederlandse Marine die voor de kust van Noorwegen voeren. De eerste aanval vond ’s morgens plaats en verliep volgens plan, maar toen we ’s middags op weg voor een tweede aanval op 60 meter hoogte een fjord binnenvlogen, ging er iets goed mis. Mijn vliegtuig kwam namelijk in aanraking met een stel hoogspanningsleidingen. Een van de hoogspanningskabels rukte de twee brandstoftanks weg die onder mijn Thunderstreak hingen, terwijl een andere kabel dwars door mijn voorruit ging waarbij ik van geluk mocht spreken niet onthoofd te worden. Door de enorme klap draaide het vliegtuig naar rechts weg. Na een tevergeefse poging het toestel te stabiliseren, zat er voor mij niets anders op dan de schietstoel te activeren. Bij het naar buiten schieten bevond mijn rechterarm zich niet in de goede positie en brak op twee plaatsen. Omdat ik zo laag uit mijn vliegtuig sprong was ook mijn parachute nog niet helemaal geopend toen ik -keihard - op het water neerkwam. Gevolg: een gebroken linker bovenbeen. In het water liggend probeerde ik mijn reddingsvest te activeren, maar dat lukte maar half omdat ik mijn gebroken rechterarm niet kon bewegen. Met een half opgeblazen vest lag ik hulpeloos in het water te dobberen. Ook het loskoppelen van de parachute lukte om dezelfde reden maar half. Toen ik naar de kant wilde zwemmen lukte ook dat niet vanwege mijn gebroken linkerbeen. Gelukkig hoorde ik even later een bootje aankomen en begon te schreeuwen. Pas in tweede instantie werd ik door de bestuurder van de boot, op aanwijzingen van twee mannen die aan de kant stonden, opgemerkt. In afwachting van een reddingshelikopter werd ik naar een naburig politiebureau gebracht. IJskoud had ik het en dat kwam omdat mijn ‘plonspak’ door een lek was volgelopen met ijskoud water uit de fjord. De piloot van de reddingshelikopter merkte gelukkig wat er aan de hand was en liet het water uit mijn pak lopen. De heli bracht me toen naar het ziekenhuis in Stavanger. Daar werd ik geopereerd waarbij er stalen platen werden geïmplanteerd om de breuken goed te laten genezen. Die operatie kon overigens pas plaatsvinden nadat ik was genezen van een dubbele longontsteking die ik had opgelopen in het ijskoude fjord water van slechts 2 graden. Na drie weken werd ik teruggevlogen naar Nederland. Na nog eens drie weken in het Catharina ziekenhuis in Eindhoven te hebben gelegen en vervolgens nog een tijd met krukken te hebben rondgelopen mocht ik eindelijk naar huis.’

De vliegercarrière van Frank de Kort leek voorbij, maar het pakte toch anders uit. Tijdens een vliegerkeuring in Soesterberg werd hij namelijk gewoon weer goedgekeurd en vervolgde hij zijn carrière als straaljagerpiloot. Toen in de periode 1972-1974 de contracten van reserveofficieren binnen de Koninklijke Luchtmacht niet meer werden verlengd en de burgerluchtvaartmaatschappijen genoeg vliegers hadden, was het definitief afgelopen met de vliegercarrière van Frank de Kort. Zijn laatste vlucht -met een Starfighter- maakte hij op 29 augustus 1974. ‘Verzekeringen en Financieringen’ werd de sector waar hij tot zijn pensioen werkzaam in zou zijn. Vele jaren nadat hij de Luchtmacht had verlaten, werd Frank de Kort opnieuw geconfronteerd met het ongeval dat hij ooit in Noorwegen met zijn Thunderstreak had. Op 17 april 2015, bracht een van de Noren, die hem uit het ijskoude water van de fjord hadden gered, namelijk een bezoek aan hem en zijn vrouw in hun Tilburgse woning. Later volgde een tegenbezoek in Noorwegen. Frank de Kort: ‘Ik ben de heren Olav Hauso, Magne Hallanger en Grunnvald Wallavik eeuwig dankbaar dat ze mij hebben gered uit het ijskoude water van de Eidfjord. Na mijn ongeval heb ik een zeer gelukkig leven geleid en ben de trotse vader van drie dochters en trotse opa van negen kleinzonen geworden. Als ze me niet uit de fjord hadden gered was dat allemaal nooit gebeurd.’