Femmy van Issum: ‘Mijn bovenkamer werkt gelukkig nog prima’

Hoogeveen / regio - Nog een weekje en barst de 56e Ronde van Drenthe los. Op 9, 10, en 11 maart racen de renners en rensters door de provincie. Organisatoren Femmy en Huub (beiden 77 jaar) van Issum zijn er, zoals elk jaar, al maanden druk mee.

Maar die laatste week begint de spanning wel toe te nemen. Want wat gaat het weer doen? Zijn alle keien begaanbaar?

In een van de ruimtes van het bedrijf Heffiq aan de Voltastraat in Hoogeveen zijn de vrijwilligers Roel Meinen, Tineke Buikema, Betsie Lichtendonk en Siny Veldkamp druk bezig met de startnummers in enveloppen doen. Met een rood hoofd, want de kachel staat hoog. Roel moet erom lachen. ‘Femmy heeft het altijd koud. Dus we weten dat we geen dikke truien aan moeten doen als we hier bezig zijn.’

Controle

Femmy loopt ondertussen allerlei dingen te zoeken. ‘Waar is die box met paperclips gebleven?, vraagt ze aan Tineke. ‘Die stond zo straks nog daar’, zegt ze tegen Femmy. ‘Ik snap er niks van’, zegt de organisatrice. ‘Heeft Huub die box niet meegenomen?’. Femmy wil overal de controle over hebben en dat lukt haar ook. Dat is een hele kunst, maar dat kan ze als de beste. Een bordje dat scheef hangt aan een lantaarnpaal tijdens de ronde? Ze hangt het recht! Een boer die vlak voordat de renners de weg op rijdt met de tractor? Ze maant dat hij aan de kant gaat.

Al sinds jaar en dag is Femmy samen met haar man Huub druk met de Ronde van Drenthe. ‘We zijn ermee vergroeid. We weten niet anders dan dat we de ronde organiseren. Soms zijn we best moe, dat geef ik toe. Vorige week nog hadden we een avond dat we allebei uitgeteld waren. Maar dan peppen Huub en ik elkaar weer op en dan gaan we de volgende dag gewoon verder. We leven nog, om het maar zo te zeggen’, zegt ze met een grote glimlach. ‘De lontjes zijn af en toe gewoon wat korter, voornamelijk rond deze tijd. Het wordt volgende week best spannend. Keien mogen niet bestrooid worden met zout en het kan zijn dat alles dan spekglad is. Dan moeten we over op het noodscenario.’ Dat ze moe zijn is logisch. ‘De telefoon begint, zo vlak voor de ronde, elke dag al om half acht te rinkelen. En dat gaat tot een uur of half een ’s nachts. Er moet zoveel geregeld worden. De organisatie zit zo complex in elkaar.’

Ruim 500 vrijwilligers

Gelukkig helpen er ruim 500 vrijwilligers mee tijdens de wedstrijden en voorafgaand aan hebben Femmy en Huub een vaste groep mensen om zich heen die hen met alles bijstaan. ‘Zonder die mensen redden we het niet. Maar dat neemt niet weg dat ik zelf heel veel regel. Mijn bovenkamer, de computer, werkt gelukkig nog prima. Daar ben ik blij om. Ik heb eigenlijk alles in mijn hoofd zitten. Heb een hekel aan papier en aan computers. Mijn hersenen kraken wat af de komende weken. Je moet in oplossingen denken. Twee jaar geleden kon onze penningmeester bijvoorbeeld tijdens de dopingcontrole de huisartsenpost niet in. En er móét dopingcontrole worden gedaan. Gelukkig wonen we daar dichtbij. Ik heb mijn buurvrouw gebeld, de penningmeester heeft de sleutel opgehaald bij haar van ons appartement en we hebben ons huis maar even ingericht als ruimte voor de controle. En mijn buurvrouw zorgde ook nog voor thee en koffie.’

Femmy en Huub gaan, zolang hun gezondheid het toelaat, door tot 2020. Ze hopen het komende jaar een opvolger te vinden. ‘Dan ben ik 60 jaar bij de ronde betrokken geweest en is het ook wel fijn om een keer achter de koers aan te rijden in zo’n pausmobiel. Of ik me dan niet overal mee ga bemoeien? Nou, dat weet ik niet hoor! Automatisch wel ben ik bang. Misschien moeten ze dan maar duck-tape over mijn mond plakken en handboeien om mijn polsen.’ Femmy en Huub willen wel graag boegbeeld blijven van de Ronde van Drenthe. ‘We willen er dan gewoon niet meer dag en nacht mee bezig zijn.’

Wie zich geroepen voelt, kan zich melden bij Femmy en Huub. ‘Het moet wel iemand zijn met genoeg tijd. En iemand die niet op wintersport gaat, want dan is de ronde, en iemand die in de zomer alle wielerrondes in Europa afgaat. Dat doen wij ook elk jaar. Van buitenlandse wedstrijden leer je alleen maar. Het kost ook veel geld. Het is peperduur. Kijk, we hebben geen salaris. Je moet hier niet aan willen verdienen en er dus echt hart voor hebben.’

Liefhebbers

Toen Huub met Femmy trouwde waarschuwde Albert Achterhes, de vader van Femmy en oprichter van de wielerronde, Huub al. ‘Hij zei: je weet het. Je moet de Ronde van Drenthe voortzetten als ik er niet meer ben. Maar Huub vindt het leuk, alhoewel hij nu wel moe is hoor. Hij voert alles in de computer in en rent en vliegt overal heen. Hij moppert wel eens, maar eigenlijk zijn we allebei liefhebbers.’

Wat wel opmerkelijk is, is dat Femmy nog nooit heeft gefietst. ‘Wel op mijn eigen fiets natuurlijk, maar niet op een wielrenfiets. Dat mocht niet van mijn vader. Je wordt lelijk als je valt, waarschuwde hij me altijd. En ik kan nu mijn haar in de plooi houden, dat kunnen wielrenners niet. Iedereen zeurt altijd zo over mijn haar. In verschillende media maken ze daar wel eens opmerkingen over. Femmy gaat ’s morgens naar de kapper in een wolk van haarlak schrijven ze dan. Waarom wordt daar zo op gelet? Als je boegbeeld bent moet je er netjes uitzien, punt uit.’

Hartelijk en gastvrij

En als boegbeeld ben je hartelijk en gastvrij, vindt de organisatrice. ‘Dat maakt de ronde ook zo mooi. Je kent zoveel mensen. Je kent de renners, de ploegleiding, de jury. Ook voor ons is zo’n koers spannend. De een ligt je beter dan de ander dat is toch normaal.. Zo hebben we nog steeds veel contact met Marianne Vos en Anna van der Breggen en zelfs met Loes Gunnewijk, die in het verleden haast een keienstraatje bij mekaar fietste in de Ronde van Drenthe. Zij is nu bondscoach en aanwezig met haar team tijdens de Womens WorldTour. Maar ook neemt ze haar hele familie mee en ook nog een stel vriendinnen. We vinden het zo leuk om jullie weer te zien, horen we dan.’

Het ergste moment dat Femmy meemaakte tijdens al haar jaren Ronde van Drenthe was de afgelasting wegens de MKZ-uitbraak en de helft van de Ronde van Drenthe door sneeuw. ‘Verschrikkelijk was dat! Alles was klaar. En dan moet je het afblazen. Het mooiste moment was trouwens dat toen mijn vader op zijn sterfbed lag in het Jannes van der Sleedenhuis, de route daar langs ging en hij voor het raam naar alle renners heeft gezwaaid. Wanneer dat was? Volgens mij in 1994. Dat vergeet ik nooit meer. Dat was zo emotioneel.’