‘Niet over het paard getild, maar er onderdoor gedonderd’

Kerkenveld - Paardrijden, voor de één een makkie, voor de ander een hele beproeving. Journaliste Henriëtte Meppelink stapt regelmatig met durfals op het paard voor een leuk of bijzonder verhaal.

Deze keer: literair en beeldend kunstenares Delia Bremer (46) uit Nieuweroord. Onder andere eigenaresse van Delibre, voorzitter van Het Podium, organisator van concerten in Klein Paradiso in Echten en Matchmaker bij de Hoogeveense Uitdaging.

‘Oh help! Hoe moet ik deze dingen vasthouden?’, vraagt Delia terwijl ze net op paard Ilse van de Vrijheidshoeve is gestapt. Ze houdt de teugels ver boven de nek van Ilse. ‘Ik heb dit nog maar twee keer eerder gedaan. Sorry hoor.’ Harmke Polling, de eigenaresse van de manege, moet lachen en doet het even voor. ‘Hier moet je je wel mee redden.’ Spannend vindt ze het, dat gaf Delia maandag al aan toen ze me belde om wat dingen te vragen. ‘Iedereen zegt steeds tegen me: als je er maar niet afvalt.’ Ik stel haar gerust. Deze paarden zijn zo ongelofelijk braaf dat het aan hen niet kan liggen.

We stappen richting ‘t Zwarte Gat en de Zuiderweg. Boven ons vliegt een valkje met een ander vogeltje in zijn bek. Hij landt steeds voor ons, alsof hij zijn prooi even wil showen. Het is prachtig herfstweer. De bomen verkleuren en we genieten beiden even in stilte van de natuur om ons heen. Delia gaf zichzelf op omdat het haar enorm leuk leek om een keer op een paard te zitten en haar verhaal te doen. Ze viert 3 november in Het Podium, de plek waar ze haar eerste dichtbundel presenteerde, haar jubileum. Ze zit 25 jaar in het vak en steekt dat zeker niet onder stoelen of banken. ‘Hoeveel bundels ik heb geschreven? Die stapel is zeker 1,5 meter hoog. Niet alleen van mezelf hoor. Ook bundels waarin ik een paar gedichten heb geschreven. Maar ook die tellen mee.’ Ook werkte ze 3 jaar aan de dvd Dag met 8 mannen, schreef ze een kinderboek, enkele muzieknummers en treedt ze op door het hele land. Breda, Amsterdam en Utrecht staan nog op de agenda voor dit jaar. ‘Optreden is wel mijn dingetje. Er wordt tijdens het optreden veel geïmproviseerd, het gedicht krijgt nieuwe woorden en als de violist naar de wc moet gaan we zonder hem door’, vertelt ze.

Gewone woorden, mooie schrijfsels

Toen ze 11 jaar was ontmoette ze een dichter in het restaurant van haar vader in België. Hij schreef gedichten over iedereen in het restaurant. ‘Dus ook over mij. Dat vond ik zo mooi gedaan dat ik me in taal ging verdiepen. Ik kwam erachter dat je met gewone woorden zoveel mooie dingen kunt schrijven. Ik begon veel te lezen. Dichtbundels, maar ook mooi geschreven verhalen van schrijfsters als Emily Brontë. Wat dacht je Wuthering Heights? Heerlijk is dat. En dat gaat over liefde. Liefde vind ik fascinerend. Alles draait om liefde toch? Of het nou lust is, verdriet, passie of erotiek. Uiteindelijk is het liefde wat mensen drijft. Daarom is het ook vaak het onderwerp in mijn gedichten.’
We draven even kort. Even oefenen. Dat gaat goed. ‘Ilse houdt rekening met me. Ik voel haar aan. Ze weet dat ik nog niet zo zeker ben van de zaak’, zegt Delia. ‘Het voelt wel heerlijk hoor, zo door de natuur op zo’n groot beest.’ Eenmaal begonnen met haar verhaal, is ze ook niet meer te stuiten. Ze vertelt honderduit. Over het overlijden van haar vader op zijn 56e. Hij begon als vrachtwagenchauffeur, zette een goedlopend restaurant op, ging daarna weer de vrachtwagenwereld in en kreeg een hartaanval op de laadklep. In dat jaar verloor Delia nog meer dierbaren. Dat was heftig. ‘Mijn ouders scheidden toen ik 3 jaar was. Drie maanden per jaar woonde ik in België. Daar hadden we het heel luxe. Omdat mijn vader zo rijk was, voor die tijd dan. Mijn moeder had het wat minder breed. Uiteindelijk weet ik dat beiden niet gelukkig waren. Mijn moeder miste mijn vader, hij is altijd haar grote liefde gebleven. Ze zijn uit elkaar gegaan omdat mijn vader internationaal vrachtwagenchauffeur was. En je weet wat ze over dat soort chauffeurs zeggen hè: in ieder stadje een ander schatje. Mijn moeder kwam daarachter en trok dat niet.’

Ook Delia scheidde jaren terug van haar man. ‘Ook dat deed pijn. In een relatie ben je om elkaar gelukkig te maken als dat niet meer lukt moet je elkaar los durven laten. Dat is hard, maar wel de waarheid. Gelukkig zijn we nog steeds goed bevriend.’ Delia’s moeder was geschokt toen ze hoorde dat haar dochter ging scheiden. ‘Waarschijnlijk omdat het haar zo’n verdriet had gedaan. Maar ja, wat er ook gebeurt: moeders blijven altijd onvoorwaardelijk van hun kinderen houden. Mijn moeder overleed vorig jaar plotseling, na een beroerte. Dat was enorm heftig. Ik mis haar nog iedere dag en ik denk ook elke dag aan haar. Omdat ik zoveel van mijn kinderen houd, weet ik hoeveel zij van mij heeft gehouden.’ Ik vraag wat het mooiste is dat ze ooit heeft meegemaakt. Het is even stil. ‘Sorry hoor, hier word ik even emotioneel van.’ Er rollen tranen over haar wangen. ‘Het gevoel van trots dat ik heb voor mijn kinderen en dat ik dat ook durf te voelen. Dat is onbeschrijfelijk.’

De val

We zijn op de Zuiderweg aangekomen. Tijd om nog een drafje te proberen. Ik vraag aan Delia of ze er klaar voor is en ze spoort Ilse aan. Of ze nou niet goed in het zadel zit, een stijgbeugel verliest of gewoon geen evenwicht heeft. Het gaat finaal mis. ‘Ooooh! Oooh!’, hoor ik haar voor me schreeuwen. En alsof er in slow-motion een film wordt afgespeeld zie ik haar van Ilse afglijden. Zo met haar heup op de grond. Ik stijg meteen af en trek haar shirt naar beneden, dat omhoog is geschoven tijdens de val. Bloed zit op haar handen, veel bloed. Ilse loopt stoïcijns verder, alsof er niks is gebeurd. Op naar huis, denkt ze. Ik ren met Sietske in de hand achter haar aan en kan haar gelukkig pakken. Hard ren ik terug naar Delia, die gebogen op het pad zit. Haar hand houdt ze stevig vast. Op haar armen zit bloed en ze is bleek weggetrokken. ‘Even wachten hoor, ik moet even bijkomen.’ Ze bindt de sjaal die ze om haar nek had om haar hand heen. ‘Dit moet vast en zeker gehecht worden.’ Ik sta als een rietje te trillen op mijn benen. Ja, hier houd je dan ook weer geen rekening mee.

Gelukkig staat Delia redelijk snel weer op haar benen. ‘Oh, iedereen heeft het over me afgeroepen en tegen me gezegd, wat nou als je eraf valt. Dat is ook helemaal niet goed. Het lag echt niet aan Ilse hoor, ze is een hartstikke lief paard!’ Naast elkaar en met de paarden in de hand lopen we de Zuiderweg af. ‘Waar waren we ook al weer gebleven? Oh ja, wat ik nog in de toekomst wil doen, naast alles wat ik nu doe. Het nog lang leuk en goed hebben met mijn mooie, lieve vriend!  Ik laat altijd alles op me afkomen. Maar wat ik echt wil realiseren is het langste gedichtenpad van Drenthe door Hoogeveen. Dat lijkt me zo mooi om af te kunnen maken. En zo meteen naar de huisarts om mijn hand na te laten kijken.’

Eenmaal aangekomen na ruim twee kilometer gelopen te hebben komt dochter Thyan er al aanrijden met de auto. Ze kijkt vreemd op wanneer we lopend naast de pony aan komen wandelen. Als ze haar moeder hand ingewikkeld in de sjaal ziet, schrikt ze even. ‘Wat heb JIJ nou weer gedaan? Er vanaf gevallen? Ja hoor, dat heb jij weer. Ik bel nu de huisarts.’ Delia grinnikt. ‘Mijn moeder zei het vroeger altijd al: Waarom overkomen jou dat soort dingen nou weer? Ach, met mij beleef je in ieder geval altijd wat.’

Ben jij of ken je iemand met een bijzonder verhaal? Aanmelden voor de rubriek Over ‘t paard getild kan via redactiehoogeveen@boom.nl

Na een bezoek aan de huisarts en een röntgenfoto in het ziekenhuis bleek gelukkig dat Delia niks gebroken heeft. Wel heeft ze 9 hechtingen gekregen in haar hand en is haar heup zwaar gekneusd. ‘Niet over het paard getild, maar er onderdoor gedonderd. Delia kan er gelukkig om lachen.’