Over 't paard getild: ‘Meneer, u had theoretisch dood moeten zijn. Dit kan niet’

Kerkenveld - Paardrijden, voor de één een makkie, voor de ander een hele beproeving. Journaliste Henriëtte Meppelink stapt regelmatig met durfals op het paard voor een leuk of bijzonder verhaal. Deze keer: Edwin Diphoorn (44) uit Alteveer/Kerkenveld.

Hij werd op 9 juli 2014 getroffen door bliksem op het Schapendijkje in zijn dorp en merkt daar nu nog steeds de gevolgen van.

Het was net zo’n dag als vandaag (afgelopen zaterdag - red.). Regenachtig, grijs, maar nergens ook maar een spoor van een onweersbui. Dat was wat Edwin, vlak voordat hij met hun Duitse herder ging lopen, ook nog tegen zijn zoon zei. ‘Je kunt wel op de fiets joh! Niks aan de hand. Een paar spatjes regen, daar word je niet slechter van. We deden eigenlijk ook altijd heel nonchalant over onweer. Wie was daar nou bang voor? Want hoe groot is nou de kans dat je wordt geraakt? Nihil toch?’ Daar is nu wel verandering ingekomen. Gisteravond onweerde het ook. Nou, dan breekt er wel paniek uit in de tent thuis. We trekken niet alle stekkers uit het stopcontact, maar we worden allemaal onrustig en blijven binnen. Want ja, geraakt worden door de bliksem, dat kan dus wel.’

Niet te springen

Edwin stond er zelf niet zo om te springen om mee te gaan op het paard, maar zijn dochter spoorde hem aan. ‘Kom op pap, dan kun je jouw verhaal een keer vertellen. Gewoon doen. En dus heb ik ja gezegd.’ Edwin kent Harmke en haar vader Jan van de Vrijheidshoeve in Kerkenveld goed en Harmke heeft de pony’s Ilse en Sietske nog voor ons op stal staan. ‘Je past makkelijk op Sietske, de oma van de stal. Heb je wel eens gereden?’ Edwin schudt nee en vertelt dat hij eigenlijk niks heeft met paarden. ‘Geeft niks’, stelt Harmke hem gerust. ‘Deze pony’s zijn zo braaf, daar rijd je zo op weg.’

Harmke helpt met het opzadelen en het omdoen van het hoofdstel en dan is het tijd om te vertrekken. Alsof hij altijd al heeft gereden, rijdt hij zo achter me aan op Sietske. Na een klein stukje over de weg slaan we rechtsaf en gaan we tussen de weilanden door. Koeien rennen met ons mee en aan het eind van het pad is een draad gespannen. En dan? Opendoen natuurlijk. Ik stijg af en geef de teugels van Ilse aan Edwin, die op Sietske blijft zitten. De dames zien hun kans schoon en lopen een heel eind het weiland in, op naar de kudde thuis die ze verderop zien staan. Maar dat feest gaat niet door.

Alles stond in brand

Als ik weer ben opgestegen, begint Edwin te vertellen. ‘Ik weet het nog als de dag van gisteren en eigenlijk vind ik het best lastig om erover te praten. Ik liet de hond uit op het Schapendijkje. Opeens leek alles in brand te staan, de bomen, het elektriciteitskastje. Of dat nou in mijn hoofd was of dat het echt was weet ik niet meer. Het ging snel. Als ik wel was overleden door de inslag, had ik er niks van gemerkt. Ik stond aan de grond genageld, alles was verdoofd. Alsof mijn benen sliepen. Ik heb mezelf naar huis gekregen en ben gaan zitten. Het was 9 juli 2014 en Nederland speelde tegen Argentinië. We keken de wedstrijd bij mijn zus thuis en ik voelde me eigenlijk heel raar. Toen ik de volgende morgen op wilde staan, lukte me dat niet meer en ik ben meteen naar onze huisarts in Zuidwolde gegaan.’

Die wist niet wat hij zag en wat hij eraan moest doen. Edwin ging naar huis, maar werd later op de dag gebeld dat hij naar het ziekenhuis moest. Ook daar stonden ze te kijken. Na onderzoek bleek namelijk dat zijn spieren tot bij het hart waren gescheurd. Bepaalde waarden in zijn lichaam waren veel te hoog. De lymfevaten en zenuwen in de benen waren beschadigd en er waren ook onderhuidse brandwonden. Alles wees erop dat hij was getroffen door de bliksem. ‘Normaal overleef je dat dus niet. In het ziekenhuis zeiden ze dan ook tegen me: meneer, theoretisch had u dood moeten zijn. Dit kan niet.’

Een jaar lang zat hij met zijn benen omhoog en kon hij amper lopen. Alles moest herstellen, voor zover dat nog kan. ‘Het was verschrikkelijk. Ik heb zoveel pijn gehad en als ik heel eerlijk ben, heb ik er nog elke dag last van. Steken in mijn benen, zeurende benen. Echte zenuwpijn. Of ik heb gehuild? Ja, ik heb heel veel tranen gelaten om de pijn, maar ook om wat er gebeurd is. Ik moest overal mee stoppen, ook met voetballen. Daarom ben ik nu leider van het eerste elftal van VVAK en zit ik in het bestuur van de voetbalvereniging. Na ruim anderhalf jaar begon ik mijn werk weer op therapeutische basis op te pakken en sinds vorig jaar juni werk ik weer volledig. Thuis hebben we het wel eens over wat er is gebeurd. Mijn dochter zei laatst nog aan tafel: pap, je bent niet meer de vader van vroeger. Je sport niet meer en bent soms best sikkeneurig. Dat doet wel wat met je. Ook toen moest ik huilen. Want ik doe het niet expres. Soms heb ik zoveel pijn dat ik er blijkbaar heel kortaf van word en mijn gezin is daar vaak de dupe van. Logisch, want je reageert alles natuurlijk af op de personen die het dichtst bij je staan, hoe erg dat ook is.’

Zonder zijn familie was hij de afgelopen periode nog moeizamer doorgekomen. ‘Ik heb zoveel respect voor ze. Ze zijn er altijd voor me en geven me onvoorwaardelijke liefde. Dat besef ik me steeds meer. Ook mijn band met de familie en schoonfamilie is heel goed. We zien ze elke week en daar ben ik blij mee. Als je zoiets is overkomen, besef je wel wat belangrijk is. Ik had er namelijk heel makkelijk niet meer kunnen zijn.’

Hoe het straks in de toekomst gaat, weet Edwin niet. ‘Vooral met weersveranderingen heb ik last van mijn benen. Alles wordt dan paars en blauw en ze gaan nog meer pijn doen. Het meest aparte vind ik nog wel dat ik kan voelen of er onweer op komst is. Ook dat gaan mijn benen meer pijn doen. Ik denk dat mijn immuunsysteem is veranderd door de klap, maar omdat dit bijna niemand is overkomen, is er natuurlijk nooit onderzoek naar gedaan.’

VVAK

Edwin gaat vanmiddag weer op pad, met de jongens van zijn club naar Musselkanaal, dus maken we een klein rondje. Zijn verhaal delen vond hij bijzonder. ‘Normaal heb ik nooit echt diepgaande gesprekken over dit onderwerp, ik praat liever over VVAK’, zegt hij met een knipoog. ‘Nog een klein drafje maar?’, vraag ik hem. ‘Ja hoor, prima!’ Dus hobbelen we terug naar stal. Jan Vos staat ons met open armen op te vangen en kijkt vragend naar Edwin. Ik glimlach naar Jan: ‘ja hoor, hij heeft het overleefd.’

Ben jij of ken je iemand met een bijzonder verhaal? Aanmelden voor de rubriek Over ‘t paard getild kan via redactiehoogeveen@boom.nl