Iris Bouwers is vicevoorzitter jonge Europese boeren: ‘Het boerenvak, daar ligt mijn hart’

Zuidwolde - Je bent jong en je wilt wat, was vroeger de slogan van omroep Veronica. Dat gaat ook op voor de 24-jarige Iris Bouwers uit Zuidwolde. Iris droomt van een toekomst als boer.

Dat geldt niet alleen voor haar, maar voor alle jongeren die boer willen worden. Die kans heeft ze nu. Sinds anderhalve week is ze namelijk vicevoorzitter van de European Council of Young Farmers (CEJA). ‘Het is voor een jonge boer erg moeilijk om een bedrijf over te nemen. Dat is erg duur. Europa moet jonge boeren daarbij helpen.’

Invloed op het beleid

Waarom Europa? Landbouw is het enige beleidsgebied in Europa dat geheel door de Europese Unie wordt gefinancierd. Jaarlijks komt er bijna een miljard euro vanuit ‘Brussel’ naar Nederland voor de boeren en plattelandsontwikkeling. ‘Voor 2021 moet er een nieuwe 7-jarige landbouwbegroting komen’, vertelt Bouwers. ‘Dat beleid wordt de komende jaren gemaakt. We hebben nu de kans om ons te laten horen en invloed op het beleid te hebben.’ Bouwers zit rustig aan de keukentafel van het boerenbedrijf van haar ouders in Zuidwolde. Sinds een jaar zit ze ook in de maatschap. De hond ligt rustig onder tafel. Haar vader is aan het werk op het land, haar moeder is zojuist thuisgekomen van haar baan in Hoogeveen en ook haar zus steekt nog even haar hoofd om de hoek van de deur. ‘Mijn zus gaat het onderwijs in. Het boerenvak trekt haar niet’, legt Iris uit.

‘Het heeft voor mij ook heel lang geduurd voordat ik wist dat ik boer wilde worden. Vroeger wilde ik dierenarts worden. Ik ben dol op dieren. Altijd al geweest, maar het boerenbedrijf trok ook mij niet. Dat kwam later pas, toen ik meer politiek bewust werd’, aldus Iris. ‘Vanwege het boerenbedrijf van mijn ouders raakte ik geïnteresseerd in landbouwpolitiek. Daarom ben ik International Food Business in Dronten gaan studeren.’ Deze studie heeft Iris niet afgemaakt. De politieke interesses waren zodanig gewekt bij de jonge inwoonster van Zuidwolde dat ze zich had aangesloten bij het CDA. Genoeg voor CDA Dronten om haar te vragen voor de kandidatenlijst van de gemeenteraadsverkiezingen van 2014. Iris werd met voorkeursstemmen gekozen. ‘Het raadslidmaatschap was niet te combineren met een internationale studie. Omdat ik mijn kiezers niet in de steek wilde laten, ben ik agrarische bedrijfskunde gaan studeren. Jammer? Niet echt. Tijdens mijn studie merkte ik pas hoe leuk ik het boerenvak vind en dat daar echt mijn hart ligt.’]

Boerengeslacht

Iris stamt af van een echt boerengeslacht. Haar grootouders zijn een boerenbedrijf in Zuidwolde begonnen. Haar ouders hebben die overgenomen. Het is een traditioneel gemengd bedrijf met vleesvarkens en verschillende landbouwproducten, zoals zetmeelaardappelen. Ruim een jaar geleden is Iris toegetreden tot de maatschap van haar ouders. Ze is zich daar gaan toeleggen op het telen van valeriaan. Valeriaan is een plant die vooral in de kruidengeneeskunde wordt gebruikt tegen onder meer slapenloosheid. Iris noemt valeriaan een moeilijk product. ‘Het is heel arbeidsintensief. Je mag er geen chemische gewasbescherming bij gebruiken. Dat zorgt ervoor dat het zeer arbeidsintensief is. Er zijn periodes dat ik de hele dag in het veld rondloop om te zorgen dat de valeriaanplantjes er goed bijstaan. Het geeft een kick als je daarin slaagt. Wanneer je het goed doet, is er best wel wat te verdienen met de teelt van valeriaan.’

Iris is een pragmatische boer. Ze wil produceren voor de markt. ‘Willen mensen voortaan insecten, dan gooi ik later zo de varkens uit de stal en ga met insecten aan de slag’, vertelt ze. Iris beseft wel dat de toekomst van de boer niet meer bij het traditionele boerenbedrijf ligt. Er zal volop moeten worden ingezet op duurzaamheid en vernieuwing. ‘Daarom ben ik ook blij dat ik van mijn ouders de ruimte krijg om met valeriaan te experimenteren. Mensen zullen altijd vlees blijven eten, maar daar ligt niet de toekomst van de boeren. De vleesproductie zal minder worden, omdat de productie van vlees te veel druk legt op de natuur. Zeker de productie van rundvlees.’

Iris weet dat het boerenbedrijf niet bij iedereen goed staat aangeschreven. ‘We moeten beter laten zien wat er op het boerenbedrijf gebeurt. Daarvoor zijn meer zichtstallen nodig en moeten we echt meer in gesprek met de buitenwacht over wat we doen. De situatie in het slachthuis in België doet mij pijn aan het hart. Dat kan echt niet, maar wanneer hier een vrachtwagen met varkens naar de slacht rijdt, ben ik trots. Ik weet dat wij er alles aan hebben gedaan om die beesten een goed leven te geven. Het dierenwelzijn is nergens ter wereld zo goed geregeld als in Nederland. Ik vind dat Nederland ook zelf haar voedsel moet kunnen produceren en niet alleen afhankelijk moet zijn van het buitenland. Bovendien zijn boeren het beste in staat om het landschap te onderhouden. 70 procent van ons grondgebied bestaat uit landbouwgebied. Niemand kan het zo goed en goedkoop als de boeren.’

Brussel

De komende tijd speelt het leven van Iris zich af op het boerenbedrijf in Zuidwolde, in Dronten, waar ze momenteel haar studie afrondt en deze raadsperiode afmaakt, en Brussel, waar ze de belangen van jonge boeren behartigt. De afgelopen twee jaar was ze in Brussel ook al met enige regelmaat te vinden als bestuurlid internationaal van het Nederlands Agrarisch Jongeren Kontakt (NAJK). ‘Daarvoor lobbyde ik bij het Europees Parlement, nu mag ik aanschuiven bij de Europese Commissie. Dat betekent dat je veel meer invloed hebt omdat de commissie het beleid maakt’, vertelt Iris.

‘Zoals het beleid nu is, is het niet goed voor de jonge boer. Van de directe betalingen aan de landbouwsector gaat nu nog maar 1 procent naar de jonge boeren. Dat moet zeker 20 procent worden. Het is momenteel ondoenlijk om een bedrijf over te nemen. De grondprijzen liggen zo hoog en er is zoveel geïnvesteerd in het bedrijf dat het heel moeilijk is om daarvoor financiering te vinden bij een bank. Steun van de Europese Unie is hard nodig om boeren een toekomst te geven. Een toekomst die ik met een goed gevoel tegemoet ga.’