Veendorp vecht voor verzetsmuseum in kerk

Nieuwlande - ‘Hebben ze er toch weer hakenkruizen ingekrast’, foetert Henk Kremer (59) terwijl hij met een zakdoek vergeefs probeert de ingekerfde Nazi-symbolen weg te poetsen.

De iconen van Nazi-Duitsland zijn aangebracht onder de tekst van het informatiebordje dat bij het gerestaureerde onderduikershol in de bossen noordelijk van de dorpskern van Nieuwlande staat. We zijn er gekomen langs het paadje waarop volgens Kremer rond 1883 Vincent van Gogh heeft gekuierd op weg naar Hollandscheveld waar de beroemde kunstschilder het kerkhof van dit Hoogeveense dorp schetste op een brief gericht aan zijn broer Theo.

Het onderduikershol ligt nu op een paar honderd meter afstand van de Johannes Poststraat, genoemd naar de vooraanstaande verzetsheld wiens boerderij van toen na de oorlog een totaal ander aanzicht heeft gekregen. Daar wonen echter nog nazaten van Post, de verzetsstrijder die in de oorlog door verraad in handen van de Duitse bezetter viel en om het leven is gebracht. De plek waar zich in de oorlogsjaren mensen schuilhielden om uit de klauwen van de Nazi’s te blijven, is in 2014 door de 43e gemechaniseerde brigade van de Johannes Post Kazerne te Havelte samen met het Drents Landschap gerestaureerd. Het is een verzetsmonument geworden waar nog regelmatig belangstellenden op afkomen.

‘Elke keer als ik er langs rijd zie ik wel auto’s staan op de parkeerplaats voor aan de weg’, meldt Kremer terloops. Op meer plekken in de bossen rond het Drentse veendorp zijn onderduikersholen  te vinden, maar ook boerderijen en kerken hebben een beschermend onderdak geboden aan de honderden – er wordt gesproken van meer dan driehonderd – landgenoten, waaronder veel joden, die op de vlucht waren voor de volgelingen van Adolf Hitler.

Nieuwlande heeft een naam als plaats waar onderduikers een veilige schuilplaats konden vinden. Waarheen je ook kijkt, op tal van plekken in en buiten het dorp zijn de vonken van de verzetshaarden nog terug te vinden. Onderduikers konden er zich ook veilig voelen omdat de dorpelingen tegenover de buitenwereld over hun tijdelijke kostgangers zwegen als het graf. Wie nu Nieuwlande binnenrijdt over de Johannes Poststraat zal het niet ontgaan dat bij een van de kapitale boerderijen langs de weg een bord staat met de tekst ‘Het dorp dat zweeg’. In het boerenhuis daarachter heeft zich jarenlang het oorlogsmuseum van Jo Schonewille bevonden, maar aan de publieke bezichtiging van de vele documenten en foto’s is nog niet zo lang geleden een einde gekomen na het overlijden van de eigenaar van deze Drentse hoeve.

Overrompeld

Kremer weet wel een plek voor deze unieke collectie: de onlangs gesloten gereformeerde kerk (PKN) in Nieuwlande. Werden er in de eerste maanden van dit jaar nog diensten gehouden in het Godshuis aan de Johannes Poststraat, eind maart stokte de lofzang, waarna een week later het gebouw, tot verrassing van velen, al op Funda in de verkoop werd gedaan. ‘We werden er door overrompeld’, zegt ook Hanneke Rozema (68) verbaasd. De cultureel antropologe en jurist, die sinds 1993 in Nieuwlande woont, sloeg samen met twee dorpsgenoten, de al genoemde Henk Kremer en dorpshistoricus Jan van der Sleen, alarm over de serieuze plannen om de kerk te verkopen.

Ook in het dorp is onrust ontstaan over de toekomst van de kerk Eben Haëzer, die in de oorlog haar naam als ‘steen der hulp’ meer dan waar maakte als onderduikersnest. Maar dat niet alleen, de gereformeerde kerk groeide uit tot een bolwerk van verzet waarin Johannes Post – ook nog ouderling in de kerkenraad - een belangrijke rol speelde. En voordat de oorlog uitbrak stond in dezelfde kerk in de dertiger jaren van de vorige eeuw een voorganger op de kansel die een van de oprichters werd van het landelijk verzet tegen de Duitse bezetting. Ds. Frits Slomp, alias Frits de Zwerver, waarschuwde al ver voor de bezetting voor de gevaren van het Nazi-rijk.
In de oorlogsjaren was er een schuilplaats onder de kansel waar twee joodse mannen, Peter en Herman genaamd, het illegale krantje de Duikelaar drukten. Onder de kerkvloer werden onderduikers verborgen. Kortom, net als het onderduikershol in het bos en de oorlogsmonumenten in het dorp is voor velen de gereformeerde kerk een baken van verzet, die de dorpelingen, maar zij niet alleen, uit alle macht proberen te behouden, het liefst als een museum waar de verhalen van de oorlog in al zijn facetten worden getoond. ‘Het hele dorp verdient het ook dat nu wordt uitgelegd wat er is gebeurd in de oorlog’, stelt Rozema, die geïnteresseerd raakte in de oorlogsgeschiedenis van Nieuwlande toen zij jarenlang dichtbij het onderduikershol woonde. Haar kennis en ervaring met musea komen nu goed van pas. Vooral met educatieve aspect van geschiedenis heeft Rozema ervaring opgedaan tijdens stages bij onder meer het museum voor volkenkunde in Leiden en het museum voor het onderwijs in Den Haag. Die achtergrond verklaart grotendeels haar bijzondere interesse voor de oorlogsgeschiedenis van Nieuwlande.

Katalysator achter het verzet

Kremer is in Nieuwlande geboren en getogen en zegt door de jaren heen een grote liefde voor zijn woonstede te hebben ontwikkeld. Door het verzamelen van oude ansichtkaarten raakte hij geïnteresseerd in de geschiedenis van zijn voorouders (‘hoe is mijn opa hier terechtgekomen’), de historie van het veendorp en later vooral de indrukwekkende oorlogsgeschiedenis. Het eerste boek dat hij daarover las was de roman over Johannes Post. Kremer is ook lid van de gereformeerde kerk die nu in de verkoop staat. De Nieuwlandenaar is nog steeds onder de indruk van de wijze waarop het dorp weerstand bood aan de terreur van de bezetter. Hij hecht er echter aan om te benadrukken dat ook de hervormde kerk in Nieuwlande daarin een belangrijk aandeel heeft gehad. ‘Het waren niet alleen de gereformeerden die actief waren in het verzet. Maar Johannes Post was wel iemand waar tegenop werd gekeken. Hij was een autoriteit. Aan zijn uitspraken werd veel waarde gehecht, net als die van ds Slomp. Post was de katalysator achter het verzet.’

De actiegroep, die nog met een aantal leden wordt uitgebreid, heeft nog geen gedegen plan kunnen maken voor de vestiging van een museum in de kerk. ‘Het heeft ons verrast dat het gebouw zo plotseling te koop werd gezet’, zegt Kremer. ‘Maar’, laat hij er onmiddellijk op volgen, ‘we willen het museum vooral ook voor het onderwijs interessant maken. De combinatie van museum met een bezoek aan het onderduikershol lijkt mij voor kinderen heel boeiend. Jongeren krijgen ook steeds meer belangstelling voor de oorlogsgeschiedenis.’

Duikelaars-route

Al zo’n tien jaar is er in en rond Nieuwlande een zogeheten Duikelaars-fietsroute, zo genoemd naar het illegale krantje dat door de twee joodse mannen in hun schuilplaats onder de kansel van de kerk werd gedrukt. Die voert de fietsers langs tal van locaties die een relatie hebben met de oorlog, waaronder het bekende Yad Vashem-monument in het dorp. Nieuwlande is een van de twee dorpen in Europa die van de staat Israël een hoge onderscheiding hebben ontvangen voor de hulp die het dorp in de oorlogsjaren bood aan de joden. Volgens Kremer komen er jaarlijks nog steeds veel mensen uit Isrëel  naar Nieuwlande. Kremer wordt nog wel eens gevraagd om als gids te fungeren. Rozema voegt daar aan toe dat je in een museum ook eens de ‘andere kant van de oorlog kunt  laten zien. Hoe leefden de mensen hier in de oorlog, hoe kwamen ze tot bepaalde keuzes. Dat zijn facetten die je bijvoorbeeld samen met het herinneringscentrum Westerbork zou kunnen uitwerken.’ Rozema noemt in dat verband het duikelaartje een mooi symbool voor de veerkracht van het dorp in de oorlog. ‘Een duikelaar valt, maar staat altijd weer op, dat geldt zeker voor Nieuwlande. De mensen bleken ondanks de tegenslagen telkens weer in staat om op te staan.’