‘Leven in Ghana heeft mijn hart en kennis verrijkt’

Pesse - Hoogeveners wonen over de hele wereld verspreid. In de serie Hoogeveners in den Vreemde vertellen ze over hun leven in het buitenland. Deze keer vertelt Hanneke Awimbilla-Korten uit Pesse over haar leven in Ghana.

‘Omaaa!’ Ik fiets even naar de markt om wat verse groenten en jam te kopen. Kinderen roepen om te groeten. Toen we ons eerste kleinkind hier in Ghana kregen, besloten we om opa en oma te zijn en gingen we niet voor de Ghaneze namen voor grootouders. Zo kan het dus zijn dat je een paar Nederlandse woorden hoort in een Ghanees dorp. Onderweg word ik nog een keer gestopt door een meisje dat lege waterzakjes heeft geraapt, zakjes waar 500ml schoon drinkwater in zit.

Lege zakjes worden op de grond gegooid

Lege zakjes worden op de grond gegooid en vervuilen de omgeving. Er is een Nederlandse vrouw die net als ik in Ghana, dichtbij Tamale, woont. Zij heeft een project waar deze drinkwaterzakjes naartoe gaan en gerecycled worden tot onder meer schooltassen. De kinderen mogen hun zakjes bij mij brengen en ik ga naar mevrouw Ellen om die voor een schooltas in te ruilen. Ik groeide op in Pesse. Na mijn middelbare schoolopleiding koos ik de studierichting Pedagogische Academie, gevolgd door een theologische opleiding aan een Bijbelschool. Ik ging naar Engeland, om werkervaring op te doen en mijn taalvaardigheden aan te scherpen. Maar diep in mijn hart bleef ik hunkeren naar een plek waar ik de arme medemens zou kunnen dienen. Die droom werd in 1984 werkelijkheid toen ik door Wycliffe Bijbelvertalers Nederland werd geaccepteerd en als zendelinge naar Ghana werd uitgezonden. Vanaf die dag zet ik me als voorvechtster in voor moedertaalonderwijs op scholen en buitenschoolse klassen zowel voor kinderen als volwassenen.

Hanneke in ingeburgerd in Ghaneze gemeenschap

Na ruim dertig jaar ‘in den vreemde’ ben ik behoorlijk gewend en ingeburgerd in de Ghaneze gemeenschap. Toch blijven er dingen die verrassend zijn. In Ghana ben je deel van een ‘nucleaire’ familie, je man en kinderen, maar ook van de grotere familie. De vader van mijn man was dorpshoofd en als zodanig had hij meerdere vrouwen en mijn man heeft vele zussen en broers. Wat wij in Nederland neven en nichten noemen, kinderen van je broers en zussen, zijn hier je kinderen. Je kan je voorstellen hoeveel kinderen ik erbij kreeg toen ik met Michael trouwde. Een van die kinderen woont in Tamale en is al ruim vijftien jaar weduwe. Af en aan heeft ze tijdelijk werk en verder leeft ze van aalmoezen. Ook wij geven haar zo nu en dan iets. In deze tijd van het jaar waait het behoorlijk en omdat het droog is geeft dat enorm veel stof. We vroegen deze ‘dochter’ om een dag per week ons huis schoon te maken, dan kon ze geld verdienen. Maar aan het einde van de dag, toen ik haar geld wilde geven, sloeg ze dat lachend af en zei: ‘Oh mama, ik ben uit jou geboren, dus kan ik geen geld aannemen voor werk wat ik voor je doe’.

Wycliffe Bijbelvertalers wil dat iedereen de Bijbel kan lezen in zijn eigen taal

We werken aan de visie van de Wycliffe Bijbelvertalers, een organisatie die als doel heeft dat elk mens de Bijbel kan lezen en/of horen in zijn eigen taal. Dat de Bijbel zo tot hen spreekt, dat het hun levens positief zal beïnvloeden. Er zijn ruim 6000 talen in de wereld, waar 636 een gehele Bijbel van hebben en 1442 alleen een Nieuw Testament. In 2422 talen wordt gewerkt aan een bijbelvertaling. 1700-1800 taalgroepen wachten nog op een bijbelvertaling. Dat betekent dat zo’n 160.000.000 mensen de Bijbel niet in hun eigen taal kunnen lezen of horen. Zo’n 1.500.000.000 mensen hebben geen volledige Bijbel in hun taal.

Michael hield mee met de vertaling

Michael hielp mee aan de vertaling van de gehele Bijbel in zijn eigen taal, het Kusaal, zodat er vertalers, consulenten en fondsen kwamen. Er zijn meerdere barrières die toegang tot de Bijbel verhinderen. Het gebrek aan een eigen bijbelvertaling geldt voor twintig van de zestig taalgroepen in Ghana. In Ghana is het formele onderwijs in het Engels. Op school leert men niet de eigen taal te lezen. Dat maakt onderwijs moeilijk. Analfabetisme blijft hier groot. De meerderheid van de mensen kan de Bijbel niet lezen in hun moederstaal. Dat geldt ook voor de Kusasis. Het afgelopen jaar is Michael daarom bezig geweest om goede lezers te vinden, die de Bijbelboeken kunnen lezen voor audio-opnames voor de Talking Bible in Kusaal. Men is nu nog bezig met het editen van de audio-opnames.

Man belde dat hij wel Kusaal kon lezen

Op 19 februari 2017 vierden de Kusasis de eerste verjaardag van de Kusaal Bijbel. Tijdens een live radio-programma belde een man en vertelde dat hij nooit naar school is geweest. Hij had wel Kusaal leren lezen. Al die jaren las hij enkel het Nieuwe Testament. Nu heeft hij Genesis gelezen en ontdekte dat God er zes dagen over had gedaan om de aarde te maken en dat er elke dag iets anders bij kwam en dat God rustte op de zevende dag. Dit was een hele openbaring voor hem; God die uitrustte.

Boek gaat over de moeite en vreugde van het leren van een taal

In mijn eerste vijftien jaar in Ghana was ik nauw betrokken bij één bepaalde bevolkingsgroep en leerde veel van hun cultuur. Mijn boek ‘De olifant groeit beetje bij beetje’ gaat over alle moeiten en vreugden in het leren van de taal en cultuur en hoe we een duurzaam project opzetten met talloze zeer gemotiveerde mensen. Nu leer ik over de problematiek in Ghana over de oorzaken dat het zo moeilijk blijft om goed onderwijs voor de kinderen in Ghana te bevorderen. Er zijn hier nog veel kinderen die niet naar school gaan of al snel schoolverlater worden. ‘Kinderen krijg je zodat ze je benen zijn’, zeggen veel mensen, ‘ze zijn je arbeidskrachten’. Velen zien wel dat onderwijs hun kinderen kans geeft op hoger inkomen, maar onderwijs in Ghana levert niet altijd goede resultaten. Het taalprobleem is één van de vele problemen die het Ghaneze onderwijs tegenhoudt. Pas bezocht ik enkele dorpen waar we les geven aan kinderen die niet naar school gaan. Eén van de klassen was in een dorpje waar niet eens een school was. Geen enkel kind ging naar school. Ze waren begonnen onder een boom, maar nu had het dorp een goed afdak gebouwd en hadden ze schoolbankjes gekregen. Op de grond lagen bladzijden die uit hun schriften waren gevallen. We spraken met de oudercommissie, die graag een school wilde voor hun kinderen. Het dorp is te klein, misschien dat ze een dependance kunnen worden van een school die op zo’n 4 kilometer afstand ligt. We spraken over de meisjes, die nog minder kansen hebben. Meisjes hebben veel taken in huis en doen het in hun leerprestaties minder.

Steun kwam van UKaid

Voor deze kinderen, die niet naar school gaan, krijgen we steun van UKaid. Er zijn veel fondsen beschikbaar om bezoeken af te leggen, onderwijzers te trainen, boeken te produceren en schoolbanken te voorzien. Maar het zal deze armsten pas helpen als het leidt tot goede leerresultaten en dat deze kinderen hun school afmaken om later een goed beroep te kiezen. Om die leerresultaten te zien, moeten we nog heel wat doen. We besloten om de tien vrouwelijke (niet-gediplomeerde) onderwijzeressen apart te nemen en extra training te geven. De vrouwen blijven het meeste achter en daarom kozen we ervoor om de dertig mannelijke onderwijzers thuis te laten. Het werd fantastisch. Een vrouw uit hun eigen taalgroep vertelde dat vrouwen net zo goed meetellen en beslist niet minder waard zijn. Zijzelf was deel van het gemeentebestuur geworden en had al jarenlang meegewerkt aan de ontwikkeling van haar gemeenschap. Ze gaven de tien onderwijzeressen samen met tien vrouwen van de oudercommissies lessen over hygiëne. Ze discussieerden over het gevaar van bacteriën en dat het belangrijk is dat er een emmer water en zeep staat om handen te wassen voor het eten en na het toilet. Ze deden leeslessen en gingen tekenen. De meesten, zelfs de onderwijzeressen, hadden dit nog nooit gedaan. Er werd veel gelachen om het plezier dat ze beleefden en omdat sommigen voor het eerst een potlood vasthielden. Nu mogen ze zelf aan de slag om de kinderen leeslessen te geven over het belang van een goede hygiëne.

Dankbaar voor kansen

Leven in Ghana en het werken voor de meest achtergeblevenen heeft mijn hart en kennis verrijkt en dankbaar gemaakt voor de kansen die ik zelf heb gehad om te leren in het Nederlands op goede scholen met goede leraren. We hebben duidelijke resultaten gezien op ons werk. Ghana is een land met een plezierige bevolking. Relaties zijn belangrijk en vrienden maken gaat gemakkelijk. Maar de problemen zijn ook groot. In de afgelopen jaren is de economie gegroeid, alleen is een groot gedeelte van de bevolking in de marges gebleven en armoede is nog steeds een groot probleem. Ghana is afhankelijk van buitenlandse hulp. Met die hulp wordt het land vooruit geholpen en krijgen velen een kans op een goed bestaan, maar armoede blijft bestaan en ondanks hulp blijven velen achter en de armsten profiteren het minste van die hulp.

Michael en Hanneke zijn regelmatig in Nederland

Wij, Michael en Hanneke Awimbilla, komen regelmatig naar Nederland en vertellen over het werk wat we doen: het promoten van de Bijbel en onderwijs voor kinderen die moeilijk toegang hebben tot onderwijs. We mailen aan belangstellenden over ons leven en werk. Deze mails kunnen aangevraagd worden via een thuisfrontcomité of via de website van Wycliffe Bijbelvertalers Nederland, met een link naar Michael en Hanneke Awimbilla.
 ‘De olifant groeit beetje bij beetje’ is verkrijgbaar bij boekhandel !pet en De Fakkel in Hoogeveen of via shop.lecturium.nl