Drentse schaapherder trekt al eeuwenlang door de velden

Hoogeveen - In de tijd voor het kerstfeest krijgen de schaapskuddes en vooral ook de herders nogal extra aandacht.

Al is het alleen al door de pakkende kerstliederen zoals ‘De herdertjes lagen bij nachte, zij lagen bij nacht in het veld, zij hielden vol trouwe de wachte, zij hadden hun schaapjes geteld’. In deze tijd vinden diverse advents- en kerstnachtdiensten plaats in schaapskooien waarbij schapen als levende have aanwezig zijn. Uiterst sfeervolle bijeenkomsten, waar grote menigten grootouders, ouders en kinderen op af komen. Zo ook in ons mooie Drentheland.

Onlangs werd ik attent gemaakt op het boekje De Drentse Scheper uit 1948. In de tientallen jaren daaraan voorafgaand waren tal van schaapskuddes ermee gestopt. Het boekje begint aldus: ’Een mooi figuur in het oude Drentse landschap was de scheper. Ik zeg was, want het Drentse heideschaap is op enkele honderden na verdwenen en daarmee de scheper. Hier en daar zie je nog een koppeltje, maar zelfs die in Kraloo is verdwenen. De kunstmest heeft het schaap overbodig gemaakt. Wat een verschil met vroeger. Toen had ieder Drents dorp waar heide was, een of meer kuddes’.

Gelukkig voor ons heeft de Natuurbeschermingswacht uit Meppel een deel van de schaapskudde van Kraloo gekocht en zijn zij een nieuwe kudde begonnen aan de Ruiner kant van het Dwingelderveld. Dat is het behoud geweest van het zo karakteristieke ras Het Drents Heideschaap, een zo fraai gehoornd schapenras dat al eeuwenlang op de Drentse heidevelden graast. Door de actie van de Meppelers is de kudde van Ruinen ontstaan, een kudde die nog steeds bestaat en gehuisvest is in de fraaie oude schaapskooi uit 1949.

Cultureel Erfgoed

Door de landelijke inzet van het Gilde van traditionele Schaapherders, mede ondersteund door de Drentse kuddes, is het ambacht van schaapherder voorgedragen als Immaterieel Cultureel Erfgoed.  Een erkenning die vorige week officieel is beklonken. Een erkenning voor dit eeuwenoude beroep, dat nog steeds functioneert en waaraan veel bezoekers plezier beleven. Vooral bij vertrek en aankomst komen tientallen mensen genieten van de witgewolde kudde en staat men versteld hoe de herder met zijn hond de kudde kan sturen. Opmerkelijk dat er tegenwoordig veel vrouwelijke herders zijn, zoals momenteel onder meer in Ruinen. Terug naar 1948. Men schrijft: ‘De scheper maakte door zijn uiterlijk de indruk van een man uit vroeger eeuwen, een eenzame, zwervend van dorp tot dorp. Op zijn rug een tas met zijn brukkien (boterham), zijn drinken en zijn breiwerk’.

Albert Kerssies