Schaapskudde Ruinen krijgt vaste herders

Ruinen – De schaapskudde heeft vanaf 1 januari twee nieuwe vaste herders: Michiel Poelemije uit Heemserveen en Hanneke Luning uit Ruinen. Ze zijn de opvolgers van Menno Koller, die al langere tijd wegen ziekte uit de roulatie was.

Hulpherders waakten twee jaar lang over de Drentse Heideschapen van de stichting Het Drentse Heideschaap in Ruinen. Met de komst van de 30-jarige Michiel Poelenije wordt nu de schaapherderswoning naast de schaapskooi aan de Benderse weer bewoond. Hij is benoemd tot schaapherder-bedrijfsleider, terwijl de 38-jarige Hanneke Luning schaapherder is met als neventaak de promotie.

Voorzitter Albert Kerssies van de stichting is in zijn nopjes met de twee herders. ‘We hebben ons twee jaar moeten redden met hulpherders en dat is allemaal goed verlopen. Nu hadden we onze handen vrij en konden op zoek gaan naar opvolgers. Er is een duobaan ontstaan, omdat 1 fte te weinig is om een kudde zeven dagen per week op de heide te hebben. De schapen hebben elke dag zorg nodig en de heide moet continu begraasd worden’, vertelt Albert Kerssies.

Charollais-schapen

Er kwamen liefst tachtig belangstellenden op de vacature af, vier van hen kwamen op gesprek en met twee ging het bestuur verder: Michiel en Hanneke. ‘Hanneke is al acht jaar hulpherder bij ons, Michiel heeft ook al de nodige ervaring met kuddes en honden’, vult voorzitter Kerssies aan. ‘We houden vier hulpherders op afroep beschikbaar en daar kunnen we ons goed mee redden. Met een extra herder kan Michiel ook andere dingen erbij doen, zoals op zoek gaan naar mooie rammen of met collega-herders in gesprek gaan. En komend jaar gaan we natuurlijk bouwen aan de nieuwe schaapskooi, daarna krijgen we sowieso meer activiteiten en evenementen.’

Voor Michiel wordt het een mooie uitdaging om de schaapskudde van Ruinen onder zijn hoede te nemen. In Heemserveen heeft hij ook een eigen kudde, puur uit hobby geboren. ‘Ik ben ooit begonnen met trainen van een hond, daarna kwamen de schapen en die ben ik gaan fokken. Ik heb Charollais-schapen, een Frans ras, maar heb ook Drentse heideschapen thuis, die ik voor demonstraties gebruik.’ Michiel kan zijn dieren in de winter op weiland van melkveeboeren laten grazen, terwijl ze in de zomer bij zijn huis rondlopen. Omdat hij gaat verhuizen naar Ruinen – het huis in Heemserveen blijft, want dat zit in de familie – wordt de kudde van vijftig daar ingekrompen. 

Mogelijkheden

Albert Kerssies denkt zelfs dat er voor Ruinen mogelijkheden liggen in Heemserveen. ‘Er kunnen kleine clubjes buiten de kudde gelaten worden, bijvoorbeeld een koppel jonge rammen, en dat zou in Heemserveen kunnen. De ervaring leert dat de meeste kuddes de rammen verkopen, er is behoefte aan goede dekrammen.’ Albert Kerssies gaat nog een stapje verder. ‘Er vindt binnen de Drentse Heideschaapkuddes een discussie plaats over het verkopen van lammeren in augustus/september, terwijl ze dan eigenlijk nog te weinig kilo’s hebben.

Als je ze langer kunt laten grazen, verkoop je ze als enter, zijn ze zwaarder en is het vlees beter. Dat zou je aanvullend kunnen doen.’ In Heemserveen is wel plek. ‘In de winter kan ik zo dertig hectare agrarische grond gebruiken. De boeren vinden het wel prettig, want zo houden ze de grasmat kort’, aldus Michiel.

Mooie verhalen

Dan Hanneke Luning, die acht jaar geleden begon als hulpherder en daarvoor nooit met schapen had gewerkt. ‘Mijn vader Dinus Luning is ook hulpherder geweest en door hem ben ik er geïnteresseerd in geraakt. Hij had altijd mooie verhalen thuis en ik hou van de natuur, van de dieren. Toen mijn vader stopte, werd een nieuwe hulpherder gezocht en ben ik naar de stichting gestapt. In ben er blanco ingegaan, met Menno meegegaan en hij heeft mij dingen geleerd. Tot de dag dat je alleen de heide op gaat. Ik ben begonnen met de oude hond van mijn vader, die was al redelijk op leeftijd. Later heb ik een hond van Menno overgenomen’, vertelt Hanneke met een twinkelende ogen.

‘Als je je maar een dag kunt redden op de heide, de rest komt dan vanzelf wel’, weet Albert. ‘Dan leer je bijvoorbeeld ziektes te herkennen.’ ‘En qua dieren en planten heb ik veel geleerd van mensen van Natuurmonumenten. Ik ga soms op mijn knieën door de heide om te kijken wat er allemaal loopt. Ik heb eens drie insecten gevonden die heel zeldzaam zijn, dan kun je op de Facebook-determinatiepagina zien welke dat zijn, aldus Hanneke. ‘Het gaat dus om meer dan de kudde alleen, ook om de kwaliteit van de heide’, benadrukt Albert.

Toeristen

Michiel kende het Dwingelderveld ook al, omdat hij er wel wandelde en op zijn mountainbike tochten maakte. Hij ziet er naar uit en gaat de eerste dagen zeker met Hanneke op pad. Zij loopt er al acht jaar rond en heeft al doende de nodige kennis opgebouwd. Zoals de grote schare toeristen die naar de schaapskooi komt. ‘Je moet je wel aan de vaste vertrek- en aankomsttijd houden. Er staan vooral in de zomer heel veel mensen en als je dan te vroeg binnenkomt, dan worden sommige mensen heel boos. In de winter kun je wel eens wat smokkelen’, vertelt Hanneke uit ervaring. ‘Wij hebben ook een belangrijke publiekstaak’, voegt Albert er aan toe.