'Ozzies en Drenten lijken eigenlijk best veel op elkaar'

Hoogeveen / Melbourne - India, zestien maanden Zuid-Amerika en nu Australië. De Hoogeveense Sanne de Groot (27) krijgt niet genoeg van het reizen. Ze deelt de hoogtepunten van haar reis met de Hoogeveensche Courant.

'Och, gaat het wel mevrouw?', vraagt de stewardess vriendelijk. Ze kijkt met een pijnlijk gezicht naar mijn enkel. Of nou ja... wat er nog van over is. Mijn stevige kuit, die ik nog heb overgehouden van mijn lange bergtochten in Zuid-Amerika, gaat in een rechte lijn over in mijn voet. Als ik niet beter zou weten zou ik op zoek gaan naar het ventiel om de lucht eruit te laten lopen. Van mijn kuit tot aan mijn kleine teen is het een mega-opblaasfestijn. En in plaats van mijn mooie bruine tint is alles nu omgetoverd tot een blauw/paars kleurenpalet. 'Ik haal wel even een zak ijs voor je lieverd', zegt de stewardess vriendelijk.

'Ben je door je enkel gegaan?', vraagt ze vriendelijk terwijl ze mijn voet optilt en de zak met ijs er, zo goed en kwaad als het gaat, omheen wikkelt. Met een vragend gezicht trek ik mijn schouders op. 'Geen flauw idee... Het enige wat ik kan bedenken is dat een nachtbus naar Londen vanuit Amsterdam, een kroegentocht in Londen en daarna een vlucht van 27 uur naar Australië, niet zo op prijs wordt gesteld door mijn tere voetje. 'Ach', zegt ze... 'het leven van een wereldreiziger gaat niet altijd over rozen', en geeft me een dikke knipoog. 'Nee, dat niet, maar het is wel verdomd leuk', zeg ik met een glimlach.

Droog, rood en immense vlaktes

Het vliegtuig maakt zich klaar om te landen. We zakken door het dikke wolkendek heen. Langzaam door de mist verschijnen de eerste contouren van mijn nieuwe bestemming: Australië! Het is precies zoals ik me had voorgesteld. Droog, rood en immense vlaktes met niks. Maar dan verschijnt het eerste huis en nog een huis... en nog een.... en steeds meer. De immense vlakte verandert in een enorme woonwijk. Zover als het oog reikt.

En dan opeens... in de verte.., rijzen vanuit de horizon enorme wolkenkrabbers omhoog. 'Jeetje, heb ik dat', denk ik bij mezelf. Ik ben niet vies van de stad of van 'het westen', zoals we dat zo mooi zeggen in Drenthe, maar dit is wel andere koek. De stad reikt zover als het oog kan kijken. Qua oppervlakte is het bijna net zo groot als heel Nederland. 'Nou Sanne, dit is wel even anders dan Hoogeveen, met een hoofdstraat', zeg ik zachtjes tegen mezelf.

Tijdverspilling

Inmiddels ben ik alweer een aantal weken in Australië. Ik moet eerlijk toegeven dat, ondanks het intense leven hier in de grote stad, Ozzies (zoals Australiërs zichzelf noemen) en Drenten eigenlijk best veel op elkaar lijken. Zo zijn me een aantal zaken opgevallen:

1. Taal is tijdverspilling. Dit moet zo efficiënt mogelijk en dat doe je door, als het even kan, het hele woord te vervangen door een kortere variant. Bijvoorbeeld in Drenthe zeggen we geen boterham, maar stoete. In Australië zeggen we voor het ontbijt geen breakfast, maar brekkie. Scheelt tijd en bekt een stuk lekkerder.

2. Om de efficiëntie van het praten nog beetje extra te verhogen, slikken we zoveel mogelijk in. Zo klinkt bij ons een 'Goedemorgen mevrouw, hoe maakt u het?' in Drenthe als: 'Goeiedag evem!' en zeggen ze hier in Australië geen 'Good afternoon miss, how are you doing?', maar gewoon lekker nuchter 'K`daj mait'.

3. Begroeten gaat hier ook vrij nuchter. Je steekt je vingertje in de lucht en vraagt net als bij ons thuus 'All good?' (alles wel?) en als je niet zo'n zin hebt in die lange babbelpreek van buurvrouw Jones zeg je alleen 'Jo', de Australische versie van 'Moi'.

4. Ook tijd is hier in Australië een relatief begrip. Zelfs in Melbourne, dat qua stad misschien nog het meeste op New York lijkt, zijn de mensen erg relaxed. Zo ook bij de reisorganisatie waar ik werk. Hebben we op het werk om 10 uur een vergadering, dan kan je verwachten dat iedereen zo rond een uurtje of 10.15 à 10.30 uur komt opdagen. Net een Drents kwartiertje.

En als ik dan met mijn fietsie weg rij aan het einde van de dag, steek ik mooi weer mien vingergie in de lucht. 'Take it easy!', roepen mijn collega's en ik dan naar elkaar. Oftewel 'kalm an'.