Bijzonder Boeren: Varkenshouder Jan Woltinge past goed op zijn dieren

Pesse - Als jongen droomde Jan Woltinge er al van boer te worden. In 1994 kon hij het gemengd bedrijf van zijn ouders aan de Hendrik Reindersweg overnemen. Sinds 2006 is de blik volledig gericht op vleesvarkens.

Toch werkt Woltinge drie dagen per week ook elders, buiten de agrarische sector. Dat kan omdat de varkenshouderij dusdanig is geautomatiseerd dat eens per dag een rondgang voldoende is. Een parttime boer die het beste wil voor zijn varkens, maar ook voor de gezondheid van de mens, ‘want we hebben het hier wel over voedsel’.

Jan Woltinge (53) heeft gemiddeld tussen de 1500 en 1800 varkens. Elke veertien dagen verlaten de dieren die op gewicht zijn het bedrijf om naar de slachterij te worden vervoerd. Diezelfde dag worden biggen van tien weken oud aangeleverd. Gemiddeld blijven de dieren vier maanden in de varkensschuur aan de Hendrik Reindersweg.

‘Vanmorgen zijn er weer 200 varkens vertrokken, oftewel een vrachtwagen vol, en een paar uur later kwamen er 288 biggen weer binnen’, vertelt de Pessenaar. Alleen varkens die op gewicht zijn brengen een optimale prijs op. Op gewicht betekent tussen de 85 en 105 kilo geslacht gewicht. Zijn varkens zwaarder of lichter, dan wordt door de slachterij gekort op de prijs. ‘Het is niet gemakkelijk om de varkens die precies het goede gewicht hebben, eruit te pikken. Het is ook onmogelijk om ze allemaal te wegen. Wij maken gebruik van iemand die in dienst is van een handelaar. Hij zit er vrijwel nooit naast. Ja, dat is een sport op zich’, weet Woltinge. 

Brein van de stal

Het brein van de stal. Zo noemt de boer uit Pesse het voorste gedeelte van de varkensschuur. Daar waar het voer wordt gemengd, waar het in de juiste dosering wordt doorgestuurd naar de verschillende afdelingen, waar het oppompen van het grondwater wordt geregeld, waar de temperatuur wordt gecontroleerd en heel veel meer. Er bevinden zich niet voor niets heel wat meters. ‘Wij voeren onze varkens onder meer broodmeel. Het is meel van afgedankt brood, afgedankte koekjes, van oude chocolade snoeprepen, et cetera. Het zit boordevol energie.’ Hij toont de voermachine, die in een aparte ruimte staat. Er hangt de geur van een bakkerij. De voermachine is een enorme trechter. Per dag gaat er 1000 kilo broodmeel door. Dat wordt gemengd met 2500 kilo samengesteld voer met daarin onder meer graan en mineralen. Het voer is een zeer belangrijk onderdeel in het hele proces. ‘Je wilt zoveel mogelijk vlees aan een varken hebben. Dan moet je ervoor zorgen dat ze in hun jeugd spieren aanzetten. Gebeurt dat niet, dan ontstaat er vet. Goede voeding is daarom heel belangrijk. We hebben startvoer, jeugdvoer en eindvoer.’ De varkens groeien gemiddeld 800 gram per dag. Wanneer de biggen binnenkomen wegen ze 25 kilo. Na vier maanden hebben ze het gewenste gewicht van tussen de 120 en 125 kilo (dus 85 en 105 kilo geslacht gewicht) bereikt.

De ouders van Woltinge zijn in 1956 het agrarisch bedrijf gestart. Het was destijds een gemengd bedrijf met melkkoeien, akkerbouw en varkens. In 1994 heeft Jan het bedrijf overgenomen. Na jaren dubben, heeft hij in 2006 besloten te stoppen met de koeien. Het melkquotum werd verkocht, evenals een deel van het land. ‘We stonden voor een grote investering. De stal was op, dus nieuwbouw was nodig. Het was een harde keuze, maar we konden niet anders.’ Of hij ooit spijt heeft gehad van die beslissing? Er klinkt geen ja of nee. Wel geeft Woltinge toe dat hij zware jaren achter de rug heeft. De regelgeving maakt het er niet gemakkelijker op. Daarbij kwam dat het voer aanzienlijk duurder werd, terwijl de varkens minder opleverden. Hij is ook geen fulltime boer. Drie dagen in de week werkt Woltinge elders. ‘Ik keur elektrische hulpmiddelen voor verzorgingshuizen en dergelijke.’

Nieuwsgierig

Een rondgang door de stal volgt. Er zijn in totaal twaalf afdelingen, die ook weer opgesplitst zijn. De biggetjes die vanmorgen zijn binnengekomen duiken verschikt in de hoek, wanneer de deur opengaat. Voorzichtig komen ze, nieuwsgierig als ze zijn, toch stapje voor stapje weer dichterbij. Een paar trekken zich niets van de bezoekers aan en vechten een dominantiestrijd uit. De vechtpartij laat hier en daar duidelijk zichtbare sporen achter, vooral wondjes aan de oren. ‘De biggen zitten nu nog per 24 in een ruimte, maar worden straks opgesplitst in groepen van 12. Vanaf dat moment blijven ze al die tijd met diezelfde 12 bij elkaar. Dit voorkomt een nieuwe strijd.’ Ter vermaak hangt in elk verblijf een bal en een ketting. Het lijkt te werken, want afgebeten staartjes zijn er niet. Het is buiten op dat moment bloedheet, maar in de stal is het prima uit te houden. Dit dankzij een speciaal luchtsysteem. ‘Bij warm weer eet een varkens nauwelijks. Daarom moet je de temperatuur goed regelen. Je probeert zo goed mogelijk op de varkens te passen.’ Eerlijk voegt hij toe: ‘Maar we hebben ze natuurlijk wel voor het geld.’

Woltinge vertelt graag over zijn bedrijf. Hij vindt het jammer dat het boerenleven zo ver van de mensen af is komen te staan. ‘Vroeger had iedereen wel iemand in de familie die iets te maken had met het agrarische leven.’ Wat hem betreft zijn belangstellenden van harte welkom. ‘Ik vind het mooi om een boodschap over te brengen, de boodschap dat wij hier voedsel produceren. De meeste mensen kopen hun producten in de supermarkt en hebben geen idee waar het vandaan komt. Juist ook omdat het gaat om voedsel gaan wij er uiterst zorgvuldig mee om.’ Eens per vier weken bezoekt een dierenarts de stal om onder meer te controleren op varkenspest. Daarnaast wordt drie keer per jaar bloed getapt voor controle op salmonella. 

De varkens van Jan Woltinge gaan naar een Duitse slachter, Westfleisch. Of het vlees uiteindelijk ook in Nederlandse supermarkten terechtkomt, weet hij niet. ‘Ze zeggen dat Westfleisch levert aan Lidl en Aldi.’ Twee keer per jaar laat de inwoner van Pesse acht tot tien van zijn varkens zelf slachten in Lutten. Het vlees gaat thuis in de vriezer en een ander gedeelte naar dorpsbewoners die een bestelling hebben geplaatst. ‘Het verschil met het vlees uit de supermarkt is enorm. Ons vlees is echt veel lekkerder.’ Met een grijns voegt hij toe: ‘Maar wij eten ook wel rundvlees en kip hoor.’