Maandaggevoel: Nicole Donkervoort
Door Nicole Donkervoort

Bloed, zweet en tranen

Nog geen halve centimeter zit hij ernaast. Vol afgrijzen kijk ik zaterdag naar de live-uitzending van de NOS. De Olympische droom is, na vier jaren van keihard trainen, zojuist in rook opgegaan voor de Japanse wereldkampioen turnen Kohei Uchimura.

Tijdens een uitstekende oefening glijden zijn handen plots van de rekstok en daar ligt hij languit op de mat. Niet veel later wordt het nog erger voor de Fransman Samir Ait Said. Hij vliegt sierlijk over een turntoestel, maar landt totaal verkeerd. Iedereen ziet en weet: een ernstige beenbreuk. Na jaren trainen en nog eens trainen is het in slechts luttele seconden allemaal voorbij. Het zijn de Olympische Spelen. Het is sport. Waar de vorm van de dag allesbepalend is en waar vreugde en verdriet tegen elkaar aan schuren.

Waar een droom in een flits kan veranderen in een nachtmerrie, wat sinds gisteravond ook wielrenster Annemiek van Vleuten als geen ander weet, terwijl Anna van der Breggen het eerste goud voor Nederland grijpt. Dramatiek en heroïek gaan zij aan zij. En de wereld leeft mee. Het zijn ook juist de emoties die sport zo prachtig maken, naast de haast ongekende prestaties.

Zondagmiddag droom ik heel even weg bij het dameshockey en zie mijzelf schitteren op het knalblauwe kunstgrasveld in Rio. Ook dit duurt niet meer dan een tel. Zodra ik zie met wat voor een techniek, snelheid, kracht en lef er wordt gespeeld, sta ik weer met beide voeten op de grond. Wat een power! Ooit werd ik uitgenodigd om een training te volgen met Drentse hockeytalenten. Scouts stonden aan de zijlijn om de echte talenten eruit te pikken. Ik zat er niet bij. Echt teleurgesteld was ik niet eens. Dat zegt waarschijnlijk al genoeg: geen topsportersmentaliteit.

Tot het gaatje

Hoeveel medailles we gaan scoren? Kenners gokken op 25 of 26. Vooralsnog zijn we nog niet echt op stoom, maar wat niet is, kan nog komen. Is de Olympische gedachte dat meedoen belangrijker is dan winnen? Topsporters zijn gelukkig niet voor niets topsporters en zullen tot het gaatje gaan. Hopelijk levert dat nog heel wat mooie sportmomenten (én medailles) op. Spannende, en liever zelfs nog bloedstollende, wedstrijden met wat mij betreft niet al te grote verschillen, zodat alle sporters na afloop kunnen terugkijken op onvergetelijke Spelen waar ze niet voor niets vier jaar lang bloed, zweet en tranen voor hebben gegeven.