De Braamberg: 'Ik sta op de top van een berg en zie het beloofde land’

Hoogeveen / Dedemsvaart - We hebben een boel in Drenthe, maar bergen zijn dun gezaaid. Dat neemt niet weg dat we ze wel kennen.

Bij 'barg’ moeten we echter denken aan het Nederlandse ‘heuvel’, en het niet vertalen als 'berg’, wat over het algemeen wordt gedaan. Tja, dan krijg je misverstanden. Een van de bekendste ‘bergen’ uit de geschiedenis van Hoogeveen en omstreken, is de Braamberg. Geen berg, en geen bramen.

Veen overdragen

Momenteel schiet de maïs al weer mooi op. Dat was blijkbaar anders rond 1631, toen de heuvel zijn naam kreeg. De directeuren van de Compagnie van 5000 Morgen zouden veen overgedragen krijgen, dat nadien ongedeeld eigendom was van alle participanten, deelnemers, in de Compagnie van 5000 Morgen. Het werven van participanten ging de makelaars zo goed af dat in de zomer van 1631 de Compagnie van de 5000 Morgen de venen geleverd zou krijgen. Leveren betekende: de koop werd juridisch bekrachtigd en met een ceremonie waarbij een stok werd gelegd, werd het bezit van de verkoper losgemaakt, om vervolgens onbetwist eigendom te worden van de koper. Het werk zou daarop van start kunnen gaan.

Stoklegging

De 28e juli/7e augustus 1631 (28 juli oude stijl, 7 augustus 1631 huidige tijdrekening) had volgens oud gebruik de stoklegging plaats op het Huis te Echten. In dit geval werd de stok neergelegd door Roelof van Echten. De stok was van Arend Steenbergen, de schulte van Zuidwolde, die ambtshalve aanwezig was, met twee boeren uit Zuidwolde als getuige, Harmen ten Heuvel en Wolter Alberts. De stok werd opgenomen door Christoffel van Nijenhove, Cornelis van Dorp, Jan van der Meer en Hendrik Spiegel, eenieder voor zichzelf en voor degenen die ze vertegenwoordigden. Omdat ook de Meppense Venen, deel van de marke van Meppen, deels opgegaan waren in de Compagnie van de 5000 Morgen, vond een tweede stoklegging plaats in de woning van Jan Coerts Lepel, de schulte van Zweelo, in aanwezigheid van twee boeren uit Meppen, Claas Bankinge en Jan Oevinge.

Wie dit leest en een beetje kennis heeft van het Drentse recht, zal meteen duidelijk zijn dat Roelof van Echten nooit 5000 morgen (bunder, hectare) veen heeft gekocht van Zuidwolde. Als dat namelijk zo was geweest, dan waren bij de overdracht van 1631 de schulte van Zweelo en de boeren van Meppen overbodig geweest. Dan was er nooit een stoklegging geweest in Zweelo. Het overgedragen gebied maakte deel uit van EN Zuidwolde EN de Meppense Venen. De Braamberg was de uiterste zuidwestpunt van het over te dragen gebied.

Kinholt

Bij deze stoklegging, de feitelijke geboorte van de Compagnie van de 5000 Morgen, werden de grenzen van het gebied dat Roelof van Echten overdroeg als volgt omschreven: ‘Beginnende oostwaarts boven het bos genaamd het Kinholt, en strekkende met de noordzijde aan de marken van Pesse, van Drijber en van Mantinge, tot aan de marke van Meppen voornoemd; de zuidzijde beginnende alsvoren boven het gemelde Kinholt, strekkende met een schuine lijn op zeker meertje, genaamd Allert Holtien, van daar voorts op ‘t meer de Rieg, van daar op de Braamberg en van daar oostwaarts op naar Lutten en Zwinderen, zo lang, breed en wijd totdat de voornoemde kwantiteit van vijfduizend één honderd morgen ingevolge van het contract aangewezen zal worden.’

Er was ook al een ‘kaart’ aanwezig van het gebied. Die heette de ‘Perfecte Kaert’. We zien hem afgebeeld bij dit artikel. Het origineel is er niet meer, maar wel een kopie uit later dagen. Er waren namelijk zoveel conflicten over het gebied, dat alle stukken diverse malen werden overgeschreven of overgetekend, voor het voeren van de processen. De grootste conflicten gingen over de zuidelijke delen.

De Perfecte Kaert heeft het over een grens die in een rechte lijn liep van Alberts Holtien naar het Riegmeer. Dat is in de huidige situatie een punt bij de bocht van de Lange Dijk, nog ’t Eultie genoemd, naar ongeveer het punt waar de Carstensdijk uitkomt op de Riegshoogtendijk. Al snel kwam men erachter dat Roelof van Echten dat gebied zo nooit had gekocht, geruild of hoe dan ook overgenomen. De grens werd dan ook enige jaren geleden al aangegeven met een grote hoek, geen rechte lijn. De westelijke grens in dit deel van de venen werd die Riegshoogtendijk. De Braamberg ligt meer dan een kilometer ten westen van de lijn van de Riegshoogtendijk. Zeker in het hier en nu, want de dijk loopt op het zuidelijke deel wat met een bocht. Maar zelfs al trekken we de dijk in één streep door, dan zitten we nog op die dikke kilometer. Op een kaart van 1637 vinden we de Braamberg al niet meer terug, als zuidwestpunt van de 5000 Morgen. Het zuidwestelijkste punt lag toen net ten oosten van de huidige Riegshoogtendijk, maar dan nog over de huidige provinciegrens. Een flink deel van het dorp en het gebied Schuinesloot zag men als Drenthe EN als Hoogeveen.

Gek genoeg

Al werd het op kaarten na 1637 niet meer zo getekend, gek genoeg was in de praktijk de Braamberg nog steeds het ijkpunt en de grens. De greppels langs de grens van het gebied liepen nog tientallen jaren later naar de Braamberg. Vraag maar eens aan de veenmeesters uit 1663. Die verklaarden: ‘Betuigen en verklaren wij ondergeschreven, dat wij voor omtrent drie jaren geleden met de heer Ritmeester Hendrik van Echten binnen gegaan om te bezien en op te zoeken het greppelwerk, van het Grote Zuider Blok van het Grote Veen boven de Rieg, naar Lutten zo voor lange jaren aldaar waren gelegd en gegraven, en hebben gezien en bevonden dat de westerse greppel strekkende door het Riegmeer naar de Braamberg, gelijk mede de zuider greppel, strekkende van daar oostwaarts naar Gees of Zwinderen, en ook de oosterse greppel, strekkende noordwaarts naar Drijber heen aan, nog te samen gans en in haar geheel zijn gelegen en bevonden zijnde dezelve greppelen door langheid van jaren en ook door het water wel enigszins toegewassen en hier en daar ingevallen, maar met mensenhanden niet ingesmeten of enigszins vernietigd, hetwelk alzo oprecht en waarachtig gelijk wij desnoods met eed bereid zijn te bevestigen, zo hebben wij onze handen en merken hier ondergeschreven en gezet. Actum op het Hoogeveen de 2 mei anno 1663. (Was getekend) Marten Andries, Broer Oennes en Abel Oegges’.

Je moet de met braamstruiken beboste heuvel al van veraf hebben kunnen zien. Vanaf die heuvel keek je uit over het veen. Je stond in die dagen op de top van een ‘barg’ en je zag het beloofde land. Beloofd, maar nooit gekregen. Betaald, maar nooit in gebruik genomen. Dat is een ander verhaal.