Ruimte geven aan natuurlijke processen en begrazing

Hoogeveen - Natuurcorrespondent Hero Moorlag vertelt wekelijks in de rubriek Groen en Doen over uiteenlopende onderwerpen op het gebied van flora en fauna. Deze week: ruimte geven aan natuurlijke processen en begrazing.

Koniks kennen we allemaal. De halfwilde paarden grazen in de Oostvaarderplassen en in Nationaal Park Lauwersmeer. In het ene gebied veel te veel, in andere gebieden, waaronder de uiterwaarden van de grote rivieren, in aantallen afgestemd op de draagkracht van het natuurgebied. Het grootste nog levende landzoogdier, de wisent of Europese bizon, is sinds jaren eveneens als grote grazer ingezet in onze natuur. In Nationaal Park Zuid-Kennemerland loopt een grote kudde wisenten.

Bij Bloemendaal is een wisentuitkijkpunt en bij Kraansvlak is een wisentpad, ingang Kraantje Lek. Buiten het broedseizoen mag je hier vier kilometer wandelen van 1 september tot 1 maart. Tientallen fotografen maken prachtige plaatjes van wisenten. In het Brabantse natuurgebied De Maashorst ten zuidoosten van Oss loopt een kudde wisenten en op de Veluwe bij Kootwijk. Natuurpark Lelystad heeft de dieren gefokt en uitgezet in Roemenië, Polen en ons land.

Bekende grote grazers

De meest bekende grote grazers zijn de bruine, zwarte en grijze Schotse Hooglanders met enorme horens en de ongehoornde Galloway koeien en Belted Galloways. Ze grazen op heidevelden en natte natuurgebieden als de Mepper Hooilanden. Natuurbeheerders scharen ook Franse blonde d’Aquitaines, Limousinkoeien en zwarte imposante Spaanse Sayaguesa-runderen (Drents-Friese Wold) in. In vrijwel alle gevallen zie je een kudde van koeien met kalveren en een stier. Sinds enkele jaren lopen in het Dwingelderveld “ouderwetse” heidekoeien, een klein koeienras, en in het Mantingerveld pony’s. De bedoeling is duidelijk. Beheerders willen het door stikstofdepositie overtollige gras en opslag van berken kwijt. Er moet weer ruimte komen voor de oorspronkelijke vegetatie.

Meestal is naast de koeien een kudde schapen ingezet. Schapen hebben een ander begrazingspatroon dan koeien die worden gezien als maaiers. Maar heeft die begrazing te maken met rewilding, wilde natuur, wildernis met de daarin levende wilde dieren? Niet helemaal, zegt Liesbeth Bakker, de eerste hoogleraar Rewilding Ecology aan de Wageningen Universiteit. Zij vindt dat we de natuur nog te veel sturen, nog te weinig aan haar lot overlaten. Rivieren en beken moeten kunnen overstromen en zandverstuivingen moeten weer echt kunnen stuiven. Ze wil kadavers en omgevallen bomen laten liggen en kijken wat er gebeurt. Er is meer kennis nodig, wetenschappelijk onderzoek naar wat rewilding eigenlijk doet met de biodiversiteit en de opslag van koolstof. Binnen dat kader passen wel grote grazers, ook wisenten.

Dynamiek bevorderen

Ecologie is de wetenschap die zich bezighoudt met de relaties tussen levende organismen en hun milieu, deze relaties speciaal bekeken vanuit overlevings- en voortplantingskansen. Grote grazers zorgen voor een open landschap. Welk effect heeft dat op bijvoorbeeld de soorten insecten in een natuurgebied: kevers, vlinders, libellen, wilde bijen en hun larven. Veel insectenlarven zijn afhankelijk van water.

Hoe zorg je daarvoor. Gaat het met insecten goed, dan profiteren vogels en andere dieren daarvan. Dynamiek is het toverwoord. Dynamiek van steeds wisselende waterstanden zoals in Nationaal Park De Biesbosch, dynamiek van stuivende duinen en zandverstuivingen als in het Drouwenerzand, dynamiek van begrazing door grote en kleine grazers en dynamiek in bossen. Dan begint de natuur op rewilding te lijken, zoals dat eeuwen geleden een feit was. Wildernis als in het verdwenen Beekbergerwoud bij Apeldoorn, het laatste oerbos van ons land, afgebroken in 1871, omdat het niet paste in een beschaafd land. Natuurmonumenten doet er alles aan een deel van deze wildernis terug te krijgen. Komt er ook dynamiek tussen predatoren en grote grazers, wolf en wisent?

Nog steeds moet in ons land de natuur maakbaar en gecontroleerd zijn. Volgens Liesbeth Bakker moeten we daarvan af. Meer wildernis geeft ruimte aan natuurlijke processen. Zeearend en grote zilverreiger voelen zich al thuis in natte natuurgebieden. Maar in een overbevolkt land als het onze krijgen we nooit de wildernis van Bialowieza in Polen.