De mythe van het ontstaan van Hoogeveen, hoe roofridder Roelof van Echten de boel oplichtte

Hoogeveen - Historicus Albert Metselaar duikt wekelijks voor de Hoogeveensche Courant in het verleden. Deze keer: hoe roofridder Roelof van Echten de boel oplichtte.

Een mythe is een mooi verhaal, mooier gemaakt om makkelijker te vertellen en mensen te boeien, maar doorgaans ook met een boodschap. Er worden helden gemaakt, prachtige beelden geschetst, en waarheden verbloemd. De mythe van Hoogeveen is dat Roelof van Echten in 1625 5000 morgen veen en land kocht, de Hoogeveense Vaart liet graven, en met een visionaire blik daar uitkeek over het veen. Het komt op allerlei manieren terug, bijvoorbeeld door te stellen dat Hoogeveen in 1625 in totaal 6200 hectare groot was. Wat er wel is gebeurd, is ingewikkelder.

Bij dezen een poging om het in weinig woorden uit te leggen:

De geschiedenis van Hoogeveen over de periode 1551-1633 is voornamelijk een geschiedenis van diverse veentransacties, met uiteindelijk gevolg dat er op papier een aaneengesloten veengebied van 5000 morgen = ongeveer 5000 hectare veen en land beschikbaar was. Maar dat werd pas geformaliseerd in 1664, omdat er van alles mis was gegaan met de contracten, dankzij dubieus handelen van Roelof van Echten.

In 1551 werden de Meppense Venen aangekocht door Drost van Drenthe Reinolt van Burmania en zijn echtgenote. Ze werden vererfd, opgesplitst en werden in de 30’er jaren van de 17e eeuw voor de helft aangekocht door Roelof van Echten.

Misstappen recht

Probleem: De kinderen van de laatste eigenaresse hebben jarenlang geprocedeerd, omdat Roelof hun oude moeder voor een habbekrats bezit afhandig had gemaakt. Toen dat uit de wereld was moest Roelofs zoon Johan de misstappen van zijn pa rechtzetten met een nieuw contract met de markegenoten van dorpen op de oostkant van Hoogeveen. De Meppense Venen vormden de hele oostzijde van de gemeente Hoogeveen. Alles ten zuiden van een schuine lijn van het Gevleugelde Woud, bij Geesbrug, tot de westpunt van de Carstensdijk, en dan het veen en het land tot ver in de huidige provincie Overijssel.

Het vaak genoemde contract van 1625 was niet meer dan een onbeduidend vodje, want je hebt pas een contract als je de andere partij ook laat tekenen. Dat gebeurde niet. Wel zou een dominee voor die andere partijen getekend hebben. De dominee kon geen volmacht laten zien. Die dominee was niet rechtsbevoegd om te tekenen.

Dat ‘contract’ ging ook niet over land, slechts over het veen daarboven, en zeker niet over 5000 morgen/hectare. Er was ook geen sprake van koop, maar van ruil. Aanleiding tot dit contract: Roelof van Echten had tientallen karren vol turf gestolen van de turfgraverij van twee Meppeler ondernemers uit het Lageveen. Roelof werd voor een lagere rechtbank (het ‘buurtuig’) veroordeeld wegens ‘ontvoering van turf’. Als gedeputeerde moest hij zijn nek zien te redden, anders zou hij voor een hogere Drentse rechtbank worden veroordeeld. Roelof was van mening dat hij recht had op de tiende van alle daar gegraven turf, maar dat was zeer discutabel. In het ‘contract’ van 1625 zag hij af van zijn recht op de tiende van de turf in alle venen van de boeren van Steenbergen en Ten Arlo, zou hij zelf de helft van het bovenveen mogen afvragen, en gaf hij als tegensprestatie de boeren en hun erven/opvolgende kooplieden het recht om af te varen door een vaart, die Roelof zelf zou gaan graven.

Het ‘contract’ werd niet bezegeld, niet door een schulte met stoklegging bekrachtigd (de notariële handeling van de 17e eeuw), en de tegenprestatie voor de ruilhandel, de vaart, regelde Roelof niet. Geen rechtsgeldige handtekeningen. Vandaar: vodje. En gesticht werd niets.

Politieke vrienden

Het ‘contract’ kreeg politieke erkenning toen het in 1626 onderdeel werd van het besluit van de Drentse politiek om Roelof binnen het gebied het recht van vervening te geven, inclusief nog meer rechten, oftewel: politieke vrienden van Gedeputeerde Staten redden Roelofs nek, zetten de boeren van Steenbergen en Ten Arlo in een hoekje en openden de weg voor iets wat Roelof vervolgens niet hard kon maken. Hij had geen geld.

Bij de oprichting van de Compagnie van 5000 Morgen werd de ‘Perfecte Kaart’ gemaakt die zo vol valkuilen zat, dat het woord ‘perfect’ sindsdien een lachertje is. Zo leverde het bijvoorbeeld 150 jaar problemen op met de provincie Overijssel. Jullie pikken ons veen in! De Compagnie werd opgericht in 1631 met alleen dat theoretische stuk veen en ondergrond. Een paar lijnen met wat meertjes en getekende zwanen. De deelnemers in de Compagnie moesten het geld opbrengen. Zo kon begonnen worden met het graven van de Hoogeveensche Vaart. Door de Compagnie, niet door Roelof. Maar al gauw viel Roelof door de mand. Hij had ‘bezit’ in de Compagnie gestopt dat niet van hem was, er lagen schulden op meer.

Door het ‘recht van naarkoop’, het opeisen van een stuk grond van de buren, wist Roelof in 1633 de Meppense Venen en het gebied van 1625 bij elkaar te voegen, namens de Compagnie. Voordien had hij zogenaamd de ondergrond van 1625 al gekocht, maar dat bleek ook niet zo te zijn: niks betaald, geen stoklegging. Het beste bewijs dat de grond en het veen van de Compagnie van 5000 Morgen een samenvoeging is, is een verklaring van hoofdgetuige Roelof van Echten zelf van januari 1632. Via het ‘contract’ van 1625 was 1000 tot 2000 morgen veen werd ingebracht in de Compagnie. De rest viel onder de Meppense Venen. Opgemerkt zij dat bij die samenvoeging opnieuw juridische trucs werden toegepast die we nu als bedrog zouden kenmerken.

De mythe van Hoogeveen verbloemde al dit administratieve frauderen. Wat de mythe ook deed: stellen dat al het veenland afkomstig was van Steenbergen en Ten Arlo, waar Roelof van Echten het tiendrecht had. Zo kon de familie tot de afschaffing van de tiendrechten de tienden van oogsten en vee opeisen in allerlei gebiedsdelen waar ze nooit het tiendrecht hadden bezeten en hoefden ze niet te betalen waar anderen tiendrechten hadden.

Handen vol geld

De mythe leverde handen vol geld op. Er is trouwens al jaren een prijs uitgeloofd: 2 flessen wijn of 2 kratten bier voor wie kan bewijzen dat er wel degelijk 5000 morgen/hectare veen en land legaal is aangekocht door Roelof van Echten in 1625 en dat hij toen Hoogeveen heeft gesticht. Wie geïnteresseerd is in geschiedenis kan op aanvraag een uitgebreide studie met bronvermelding toegestuurd krijgen, waaruit klink en klaar duidelijk wordt wat er wèl is gebeurd. Dat verhaal is minstens zo interessant. Dat van een roofridder Roelof die de hele boel oplichtte en nog steeds als held wordt gezien door wie geen interesse heeft in historisch onderzoek.

Overigens is het dorp Hoogeveen uiteindelijk gesticht door Hollandse participanten uit Leiden.

Albert Metselaar