Natuur om de hoek
Door Paul Mentink

Fossiel zee-egel

De onderwerpen voor mijn column “Natuur om de hoek” betreffen altijd dieren of planten die in de buurt van mijn woonplaats voor kunnen komen. Nu is het voor mij niet altijd mogelijk om letterlijk om de hoek op zoek te gaan naar een geschikt onderwerp. Zoveel natuur komt daar (helaas) niet voor, dus ik zoek logischerwijs in een grotere straal rondom Koekange.

De titel van mijn column is uiteraard spreekwoordelijk bedoeld.

Echter spreekwoordelijk heeft “om de hoek” in een andere volgorde een geheel andere betekenis. “Het hoekje om” wil niets anders zeggen dat iets of iemand is overleden. Voor het onderwerp van deze column maak ik voor deze keer daar dankbaar misbruik van. Tijdens een vakantie vond ik namelijk het fossiel van een zee-egel. Zoals iedereen wel weet is een fossiel een versteend overblijfsel van een organisme dat heel lang geleden is overleden.

Gelukkig kun je in Noord-Nederland met de nodige mazzel een fossiel van een zee-egel vinden. Gewoon op een akker, natuurlijk nadat je eerst toestemming van de landeigenaar hebt gevraagd. In het algemeen zijn deze fossielen afkomstig uit een van de Scandinavische landen. Samen met de hunebedstenen zijn ze tijdens de Saalien-ijstijd, tussen de 370.000 en 130.000 jaar geleden, met het pakijs onze kant opgekomen. De fossielen van de zee-egels zijn echter veel langer geleden ontstaan. Zet gerust nog drie nulletjes achter het laatstgenoemde getal, dan kom je redelijk dicht in de buurt bij hun ouderdom.

Qua uiterlijk is er een essentieel verschil tussen een fossiel en een levende zee-egel. Beide zijn min of meer bolvormig, echter de stekels die een levende zee-egel bezit, ontbreken aan het fossiel. In leven heeft een zee-egel aan de buitenkant een hard pantser, dat zich gemakkelijk laat fossiliseren. Op dat pantser bevinden zich zijn stekels. De vorm en het uiterlijk van deze stekels kunnen per soort verschillen. Van lang en stevig tot kort en harig. Sommige harde stekels kunnen zelfs gif bevatten. De stekels zitten echter niet permanent vast aan het pantser. Ze zijn vastgehecht met een soort kogelgewrichtje. Dit stelt de zee-egel in staat om ze te bewegen en kan zichzelf daarmee ook verplaatsen. Zodra een zee-egel sterft, kunnen de stekels loslaten. Daardoor zijn ze na het fossilisatieproces niet meer terug te vinden.

Het vinden van een fossiel van een zee-egel in ons land is toch erg lastig. Je zult heel veel geduld moeten hebben. Heb je dat niet, dan zul je moeten uitwijken naar goede vindplaatsen. Zelf ga ik regelmatig naar Denemarken. Daar zijn veel kiezelstranden met een grotere kans om ze tijdens een strandwandeling te vinden. Het strand onder de kliffen op het Deense eiland Møn is de beste vindplaats.

paul@paulmentink.nl