Ook raad Hoogeveen vonnist: geen ereburgerschap voor Tjalma

Een historische avond in de gemeenteraad van Hoogeveen. Unaniem staan de gemeenteraadsleden achter het advies om oud-burgemeester Jetze Tjalma zijn ereburgerschap te ontnemen. In 1963 verleend, in 2020 ontnomen. Een gevoelige kwestie beseffen allen.

Brand van Rijn van de SGP maakte bijna een jaar geleden werk van de kwestie, met het oog op de herdenking van 75 jaar vrijheid. Volgens Van Rijn kun je ‘iemand die medewerking heeft verleend aan de vreselijke deportatie van de Joodse gemeenschap in Hoogeveen’ niet eren met een park en het ereburgerschap. En hij kreeg gelijk. Daar was weliswaar onderzoek van NIOD (Nederlands Instituut voor Oorlogsdocumentatie) voor nodig, aanvullend op alle informatie die al bekend was door het boek van Peter Romijn uit 2006 en jarenlang onderzoek van streekhistoricus Albert Metselaar.

Nieuwe (belastende) informatie

Niet iedereen vond het geld dat voor het NIOD-onderzoek is uitgetrokken juist besteed, anderen benadrukten het belang van uitermate goed onderzoek. Of zoals Philip Oosterlaak van de SP zei: één getuige is geen getuige (unus testis nullus testis). Veel respect werd geuit richting Albert Metselaar. Die als inspreker blij was met de beslissing, maar ook betreurde dat het onderzoek in zijn visie niet volledig is. Binnenkort geeft hij een boek uit waarin nieuwe (belastende) informatie over de oud-burgemeester naar buiten komt.

Schaap met een vlekje

Maar daar ging het donderdagavond niet over. De vraag was of met de kennis van nu Jetze Tjalma het predicaat ereburger nog hoort te dragen en of het gepast is dat er een park en een brandweerkazerne naar hem vernoemd zijn. Nee. Ook al gaf de raad in 1938 zelf al aan dat er geen schaap zo zwart is of er is wel een wit vlekje aan, het feit dat Tjalma na de oorlog van de zuiveringscommissie een ernstige berisping kreeg, is nu reden om hem van zijn voetstuk te halen. Hij kreeg die berisping omdat hij, toen ambtenaren weigerden Hoogeveners aan te wijzen voor tewerkstelling aan het vliegveld Havelte, deze taak zelf uitvoerde. Bovendien wordt hem nu verweten dat hij vanuit zijn functie de Joodse inwoners in de gemeente Hoogeveen niet de bescherming heeft geboden die van hem als burgemeester wel verwacht mocht worden.

Oud-tante Joukje

„Mijn hemel”, was de reactie van de oud-tante Joukje (96) van Inge Oosting (PvdA) toen zij haar vertelde over het dilemma waar de raad anno 2020 voor stond. Een ontroerend verhaal over haar Joodse schoolvriendin Bertie Stern volgde. Een verhaal dat de pijn en het leed uit die tijd in het debat bracht. Iedereen was ontdaan. Want dàt leed kan niet meer ongedaan gemaakt worden. Ander leed wel. Het leed en onbegrip dat het ereburgerschap van Tjalma de Joodse gemeenschap in Hoogeveen bezorgde.

Meerdere partijen haalden de woorden van premier Rutte aan die op 26 januari excuses aanbood: „Nu de laatste overlevenden nog onder ons zijn, bied ik vandaag namens de regering excuses aan voor het overheidshandelen van toen. Dat doe ik in het besef dat geen woord zoiets groots en gruwelijks als de Holocaust kan omvatten.”

Om tafel met Joodse organisaties

Ook burgemeester Karel Loohuis schaarde zich achter die woorden. „Dit zijn ook onze woorden. Dit kunnen we letterlijk hier herhalen.” Om de hele kwestie op een waardige wijze af te sluiten nodigt burgemeester Loohuis binnenkort de vertegenwoordiging van de Joodse organisaties uit om samen om tafel te gaan en te bespreken wat voor hun nog een passend gebaar zou zijn. „Ik vind belangrijk om met hen te bespreken waar zij nog behoefte aan hebben.” SGP-voorzitter Brand van Rijn was daar erg blij mee. Tot slot besloot de raad nog om de straatnamencommissie bij het toewijzen van een nieuwe naam voor het park, dit te doen in overleg met de Hoogeveense bevolking.