‘Men verwachtte een geblakerd menselijk skelet te zullen aantreffen’

Hoogeveen - In Luchtpost vertelt Gerrit Boxem elke week een bijzonder luchtvaartverhaal. Deze week bijzondere anekdotes over de vliegavonturen van schrijver Roald Dahl.

De bekende schrijver Roald Dahl (onder andere van ‘Sjakie van de Chocoladefabriek’ en ‘De Grote Vriendelijke Reus’) had als puber geen zin in studeren. Het liefst wilde hij avonturen beleven in een ver land. Deze wens kwam uit nadat hij zich tijdens de Tweede Wereldoorlog had aangemeld bij de Engelse luchtmacht, de RAF. Samen met zestien anderen kreeg hij in Afrika een opleiding tot piloot. Na de oorlog hoorde hij dat dertien van de zestien klasgenoten waren omgekomen tijdens luchtgevechten en ongelukken en veel had het niet gescheeld of ook Dahl had de oorlog niet overleefd zoals we kunnen lezen in Dahls autobiografische boek ‘Solo’.

Roald Dahl: ,,Op 19 september 1940 was ik op een RAF-vliegveld aan het Suez-kanaal in mijn Gladiator-tweedekker gestapt om me te voegen bij een eenheid die zijn thuisbasis had in de westelijke woestijn. De vlucht was een hele onderneming voor iemand die geen ervaring had met dit vliegtuigtype. Maar, zo had mijn commandant mij verzekerd, je kunt de basis waar je heen moet vliegen niet missen. Je zult na een klein uurtje vliegen tenten zien en een stuk of vijftien geparkeerde Gladiators. Toen ik op de door de commandant aangeduide plaats aankwam, zag ik echter niets. Ik vloog wat rond boven het gebied, maar van een vliegveld was niets te bekennen. Onder mij zag ik alleen maar lege woestijn. De brandstof begon op te raken, zodat terugvliegen geen optie was. Er zat slechts één ding op: een noodlanding maken wat een hele opgave was in een gebied vol rotsblokken en kloven.

Noodlanding

Ik zocht een zo te zien geschikt stukje grond uit en probeerde daar, heel langzaam vliegend, op te landen. Helaas werd mijn schietgebedje voor een goede landing niet verhoord. Met 120 kilometer per uur raakte het landingsgestel een rots waardoor het afknapte en het vliegtuig met volle vaart tegen de grond sloeg en vervolgens in brand vloog. Ondanks het feit dat ik stevig zat vastgesnoerd in de cockpit, sloeg ik met mijn hoofd met volle kracht tegen het dashboard waardoor mijn neus naar binnen werd geslagen (…), ik een paar tanden kwijtraakte en gezichtszwellingen me al spoedig blind maakten. Even was ik bewusteloos, maar kwam eigenlijk direct weer bij. Met grote moeite slaagde ik erin mijn riemen los te maken en me uit de cockpit in het zand te laten rollen. Terwijl de munitie van mijn mitrailleur in de vlammen ontplofte en de kogels me om de oren vlogen kroop ik weg bij het vliegtuig. Uiteindelijk was de temperatuur dragelijk en viel ik in een diepe slaap.

Verkeerde informatie

Later bleek mijn commandant mij verkeerde informatie te hebben gegeven. Hij had mij 80 kilometer teveel naar het noorden laten vliegen. Soldaten van een in de buurt van de crash gestationeerde eenheid van het Britse leger zijn toen naar het wrak gegaan. Ze verwachtten een uitgebrand karkas en een geblakerd menselijk skelet te zullen aantreffen en waren dan ook stomverbaasd een nog ademend lichaam in het zand te zien liggen. In een ziekenhuis in Alexandrië werd mijn neus weer naar buiten getrokken en bijgewerkt, waarna ik op een zaal werd gelegd die de eerstkomende zeven weken mijn verblijfplaats zou zijn. Iedere dag kwam er een verpleegster mijn opgezwollen ogen met een of andere vloeistof behandelen. Ze was heel voorzichtig en deed me nooit pijn. Minsten een uur lang duurde zo’n behandeling en terwijl ze daarmee bezig was praatte ze met mij over allerlei onderwerpen. Ze heette Mary Welland en kwam uit Plymouth en had een prachtige zachte stem. Ik kon haar niet zien, maar maakte in mijn gedachten een voorstelling van haar; een beeld dat bij de stem hoorde. In minder dan geen tijd werd ik tot over mijn oren verliefd op haar. Ieder morgen wachtte ik vol ongeduld op haar komst. Haar gezicht, zo besloot ik in mijn gedachten, leek op Myrna Loy, een filmster uit Hollywood die ik heel wat keren op het filmdoek in actie had gezien. Plotseling kwam toen de dag dat ik weer kon zien. Mary Welland was aan het werk om mijn rechteroog met zachte, vochtige wattenkussentjes af te deppen, toen ineens het ooglid open begon te gaan. De duisternis verdween en daarvoor in de plaats kwamen schitterende beelden in rood en gouden kleuren. Ik werd overweldigd door een enorm gevoel van geluk.”

Opnieuw

„Voor me zag ik voor het eerst Mary Welland. Ze zag er geweldig uit, nog beter dan Myrna Loy, en was bovendien alleraardigst. De tijd dat ik in het ziekenhuis lag is ze mijn vriendin gebleven, maar ik was niet meer verliefd. Op het ogenblik dat ik mijn ogen opendeed, werd Mary een echt mens in plaats van een droom en was mijn verliefdheid voorbij. De volgende dag ging ook mijn andere oog open. Ik had op dat moment het gevoel alsof mijn leven opnieuw begon.” Na zijn herstel vloog Roald Dahl nog een tijdje als jachtvlieger in Griekenland en Palestina. Halverwege 1941 werd hij echter alsnog afgekeurd als gevolg van het zware hoofdletsel opgelopen in de crash in Libië. Hij kreeg toen als medewerker van de Saterday Evening Post een baan in Amerika. Voor deze krant schreef hij zijn eerste verhaal dat als titel had ‘Shot down over Libye’. Daarna verscheen het eerste kinderboek uit een lange reeks. Roald Dahl stierf op 23 november 1990 aan leukemie.