Boerin Elvira uit Nieuw-Balinge op de koffie bij minister Schouten. 'Wij kunnen geen fatsoenlijke boterham verdienen'

Boerin Elvira van Maanen uit Nieuw-Balinge schuift vanmorgen aan bij landbouwminister Carola Schouten voor een prinsjesdagkoffiedate. Met een missie.

,,Wij boeren precies op de manier, zoals de minister het voor de toekomst schetst. Biologisch, natuurinclusief en volgens de kringloopmethode. Het voer voor onze koeien produceren we voor 99 procent zelf, de mest van onze dieren wordt volledig op eigen land uitgereden, we maaien voor de bescherming van de weidevogels nooit voor 15 juni, de kalveren blijven bij de koeien en ook het stro voor in de stal komt van eigen land. En toch kunnen wij met 180 dieren geen fatsoenlijke boterham verdienen.’’

‘Goede gelegenheid om minister ons verhaal te vertellen’

Begin dit jaar ontving Van Maanen in Nieuw-Balinge medewerkers van het ministerie van Carola Schouten. ,,Ze voelden zich zo gastvrij ontvangen, dat onlangs ik een telefoontje kreeg of ik op Prinsjesdag naar de minister in Den Haag wilde komen. Met drie kleine kinderen, een winkel aan huis en volop in de maaitijd moest ik daar even over nadenken. Heb toch ja gezegd, omdat het een goede gelegenheid is om de minister ons verhaal te vertellen.’’

De vleeskoeien van het gezin Van Maanen grazen in natuurpercelen van Staatsbosbeheer en Natuurmonumenten. ,,De pachtprijs is niet gering, maar dat is prima. Wat ons steekt, is dat we telkens maar een pachtcontract voor één jaar krijgen. Die onzekerheid knaagt. Als zij de stekker eruit trekken, hebben wij geen bedrijf meer. Er wordt gewerkt aan langere contracten, maar hoe lang moeten we nog wachten? Wij produceren meer dan alleen vlees, wij beheren het landschap. Van een staatsbedrijf als SBB mogen we toch een langetermijnvisie verwachten, waarop wij ons bedrijf kunnen bouwen.’’

‘Besteding aan voedsel is dramatisch laag’

Als het aan Schouten ligt, komt er een gesloten systeem van kringlooplandbouw om het milieu te ontlasten. ,,Dat doen wij al, maar de minister moet zich realiseren dat er slechts een kleine markt voor is. Weinig mensen zijn bereid te betalen voor de kwaliteit van het voedsel en het vakmanschap van de boer. Slechts 11 procent van ons besteedbaar inkomen wordt aangewend voor eten. Dat is dramatisch laag.’’

Dat voedsel per definitie goedkoop moet zijn, is volgens Van Maanen een denkfout. Maar in minimumprijzen ziet zij ook niets: ,,Vrije marktwerking is belangrijk om balans te houden in vraag en aanbod.’’

‘Hou daar rekening me als je in de supermarkt staat’

Twee keer per week rijdt Van Maanen met een grote huifkar vol toeristen door de terreinen waar de koeien grazen. ,,Wat is het hier mooi en wat een diversiteit, hoor ik iedereen zeggen. Dan zeg ik: hou daar rekening mee als je in de supermarkt staat. Koop Nederlandse producten. Als burger vinden we van alles, maar als consument is meestal de portemonnee net iets belangrijker.’’

En als dat zo blijft? ,,Dan denk ik dat wij gaan emigreren naar een land waar kwalitatief goed en lekker voedsel wél op waarde wordt geschat.’’