Natuur om de hoek
Door Paul Mentink

Lisdodde

​Tegenwoordig zijn er op tv regelmatig programma’s over het overleven in de wildernis. Nu is het voor ons Nederlanders niet bijster interessant hoe we kunnen overleven in een tropisch regenwoud of in een woestijn. Maar stel dat je ergens in West-Europa verdwaald in de wildernis, dan kan het handig zijn waar en wat je zou kunnen drinken en eten.

Belangrijk is vooral wat wel of niet giftig dan wel verontreinigd is. In de betreffende tv-programma’s komt, als het over het verkrijgen van voedsel in de wildernis in onze contreien gaat, de lisdodde bijna altijd ter sprake. De wortels en de stengels van de lisdodde zijn rauw of gekookt eetbaar en in de wortels zit veel zetmeel. Lisdodden zijn bovendien tamelijk gemakkelijk te verkrijgen, je krijgt hoogstens natte voeten.

Twee soorten

In Nederland zijn er twee soorten lisdodde, de grote en de kleine lisdodde. Beide komen algemeen voor en kunnen een hoogte van twee meter bereiken. Een belangrijk verschil tussen beide soorten is de breedte van hun bladeren. Bij de kleine lisdodde zijn die ongeveer een centimeter breed, bij de grote lisdodde ongeveer twee centimeter. Ze komen voor langs de waterkant in zeer voedselrijke omstandigheden en in zure, voedselrijk wordende vennen en plassen. Langs grote open wateren zijn ze minder vaak te vinden. Ze hebben lange, grasachtige bladeren, die in dikke bundels bij elkaar staan. Elke bundel heeft een onvertakte en lange bloemstengel met de karakteristieke bruine verdikking aan het eind. De bekende sigaar.

Haren

De daadwerkelijke bloeitijd van de lisdodde is van juni tot juli. De dunne mannelijke bloeiwijzen zitten bovenaan in de sigaar, de vrouwelijke in het dikke bruine gedeelte onderaan. De mannelijke aar verspreidt het stuifmeel en valt na de bloei direct uiteen. Na de zaadzetting valt de vrouwelijke aar uiteen in een massa pluizige zaden. De kleine zaden verspreiden zich met behulp van de wind, dankzij de haren aan de bovenkant van de zaden. Als het zaadje in het water valt, zorgen de haren ervoor dat het nog even blijft drijven, om nog verder van de ouderplant te komen. Hierna scheurt de vruchtwand open en zinkt het zaadje naar de bodem, waar het kan ontkiemen tot een nieuwe plant.

De wortelstokken van de lisdodde vormen een dicht netwerk en groeien op regelmatige afstand weer uit tot nieuwe halmen. Wat eruitziet als een serie aparte lisdodden kan dus heel goed één enkel individu zijn. Een jonge lisdodde kan in een jaar uitgroeien tot een netwerk met een omtrek van drie meter. Via de wortelstokken is de plant in staat om zich snel te vermeerderen en de waterkant te koloniseren. Hij laat dan weinig ruimte voor andere planten. Hoogstens riet is in staat om de concurrentie aan te gaan.

paul@paulmentink.nl