Woonwagenbewoners in Hollandscheveld voelen zich gediscrimineerd: 'We kunnen geen kant op'

Woonwagenbewoners Guus Wolters en zijn partner moeten voor elke douchebeurt of toiletbezoek door de buitenlucht naar een apart gebouwtje. Al jaren willen ze dat veranderen, maar het tweetal voelt zich tegengewerkt door standplaatsverhuurder Woonconcept.

De familie Wolters vindt dat ze door de corporatie gediscrimineerd worden. ,,We zitten klem en krijgen op geen enkele manier medewerking’’, zegt Guus Wolters, die de kwestie aanhangig heeft gemaakt bij het College van de Rechten voor de Mens in Utrecht.

De woonwagenbewoner heeft dertien jaar geleden zijn huidige woonwagen gekocht voor het symbolische bedrag van 1 euro. De standplaats aan de Sellerstraat is eigendom van Woonconcept.

Aanbouw maken

De woonwagen is inmiddels flink opgeknapt. ,,Daar zit ons spaargeld in’’, zegt Wolters. ,,Maar we willen ook graag een mooie aanbouw maken van ruim vijftien vierkante meter voor de natte ruimten zodat we niet meer bij nacht en ontij naar buiten moeten.’’

De Hollandschevelder doelt op de schuur met badkamer die een meter of tien verderop staat.’’ Volgens hem is die situatie ‘niet meer van deze tijd.’ ,,Maar buiten dat worden wij ook een dagje ouder. Ik ben nu 58, maar kwakkel met mijn gezondheid.’’

De aanbouw kost ongeveer 19.000 euro, blijkt uit een offerte. ,,Dat geld hebben we niet’’, zegt Wolters. Hij wil, in het kader van een gelijke behandeling voor huisvesting, geen aparte lening afsluiten.

,,Dan betaal ik dus huur voor de standplaats én moet ik de lening aflossen’’, constateert Wolters. ,,Iemand die een woning heeft gekocht kan een hypotheek krijgen en iemand die een woning huurt krijgt extra voorzieningen verrekend in de huurprijs.’’

‘Geen kant op’

Wolters wil de standplaats het liefst kopen, zodat hij aanspraak kan maken op een hypotheek. ,,Die kunnen we ook krijgen’’, zegt hij. En als Woonconcept blijft weigeren? ,,Dan hebben we recht op een andere woonwagen met inpandig sanitair. We kunnen nu al jaren geen kant op.’’

Volgens Wolters is sprake van ongelijke behandeling. ,,In het nieuwe Beleidskader Gemeentelijk Woonwagen- en Standplaatsenbeleid, dat de Woonwagenwet vervangt, staat nadrukkelijk dat de rechten van woonwagenbewoners gewaarborgd moeten worden en discriminatie moet worden tegengegaan. Dat wordt hier met voeten getreden, er is sprake van een uitrookbeleid.’’

Gelijkheidsbeginsel

Volgens het zogeheten gelijkheidsbeginsel mogen woonwagenbewoners niet nadeliger worden behandeld vanwege het feit dat ze die status hebben. Er mag dus ook geen ‘uitsterfbeleid’ voor woonwagenstandplaatsen toegepast worden.

Gemeenten zijn verantwoordelijk voor woonwagens en standplaatsen, als onderdeel van het volkshuisvestingsbeleid. Bij dat beleid moet voldoende ruimte worden geboden voor het woonwagenleven en de woonwagenbewoners.

Corporaties moeten voorzien in de huisvesting van woonwagenbewoners en standplaatsen mogen niet opgeheven worden zolang daar behoefte aan is.

‘Geen discriminatie’

Volgens Woonconcept is bij de kwestie in Hollandscheveld geen sprake van discriminatie. ,,Er zijn diverse gesprekken geweest met de betrokkenen’’, reageert woordvoerder Michiel van Tongeren. ,,We hebben de mensen verschillende mogelijkheden geboden, maar daar is geen gebruik van gemaakt.’’

Welke mogelijkheden dat zijn, wil Van Tongeren niet zeggen. ,,We willen niet via de media inhoudelijk reageren en wachten de behandeling bij het College van de Rechten voor de Mens af.’’

Uit documenten blijkt dat Woonconcept de standplaatslocatie met berging/sanitaire unit niet aan Wolters wil verkopen omdat dan het totale bezit zou afnemen, wat indruist tegen afspraken met de gemeente Hoogeveen. Ook wil de corporatie eigenaar blijven met het oog op ‘het beheer en de leefbaarheid’ van de woonwagenlocaties.

Niet juridisch bindend

Het College van de Rechten voor de Mens buigt zich eind oktober over de discriminatieklacht van Wolters. Het oordeel van het College is niet juridisch bindend. Er kan dus geen straf of sanctie worden opgelegd als het oordeel luidt: discriminatie.

In de praktijk blijkt echter dat het oordeel in de meeste gevallen (zo’n 80 procent) tot aanpassing of bijstelling van beleid leidt.