Het is weer de tijd van het jaar voor de meikever

In de maand mei komen ze weer tevoorschijn, de Melolontha melolontha. In gewoon Nederlands, de meikever. Paulien Zomer van Stichting Het Drentse Landschap vertelt over de dieren.

Ze behoren tot de familie bladsprietkevers (Scarabaeidae). Overdag zijn meikevers niet echt actief, pas in de avondschemering (en bij temperaturen boven de 20 graden) komen ze in actie. Ze zijn, met name vliegend, best imposant om te zien. Ze hebben witachtige driehoeken aan hun zijkanten, behaarde lichamen, kastanjebruine vleugelbehuizingen die in het midden samenkomen en oranje waaierachtige antennes, die als ze niet uitgespreid zijn op dikke voelsprieten lijken.

Schrik aanjagen

Als je ze voor het eerst ziet, kunnen ze nog best schrik aanjagen. Maar als mens (en dier) heb je niets van ze te vrezen. Ze bijten of steken niet. Je hoort ze vaker dan dat je ze ziet. Tijdens hun vlucht maken ze een sterk brommend geluid. Omdat ze aangetrokken worden door het licht ‘botsen’ ze ’s avonds regelmatig tegen de ramen van een verlichte kamer.

Bladeren tellen

Meikevermannetjes kunnen gemakkelijk worden onderscheiden van de vrouwtjes door de ‘bladeren’ te tellen op hun geweiachtige antennes. Mannetjes hebben er zeven aan elke kant, vrouwtjes zes. Deze antennes helpen bij het vinden van voedsel en zijn voor de mannetjes een extra hulpmiddel bij het vinden van een geschikte partner.

Nadat een vrouwelijke meikever zich gedurende 10 tot 15 dagen heeft volgegeten is ze klaar om zich voort te planten. Als een mannetje een geslachtstrijp vrouwtje gevonden heeft, paren ze. Tijdens de paring worden de achterlijfspunten van het vrouwtje en het mannetje verbonden. Het mannetje laat zich op zijn rug vallen en wordt dan een tijdje meegesleept door het vrouwtje. Na de paring vliegt het vrouwtje naar het vrije veld waar ze zich enkele centimeters diep in de grond graaft. Daarbij zet ze circa 25 eitjes af.

Engerlingen

Het grootste deel van hun leven (twee tot drie jaar) brengen meikevers onder de grond door als larven. Meikeverlarven (engerlingen) zijn wit en C-vormig met zes poten en roodbruine kop. Engerlingen doen zich te goed aan wortels van allerlei gewassen en bomen.

Voor ze zich verpoppen blijven ze meerdere jaren in de grond. Als ze genoeg ontwikkeld zijn, maken ze een popkamer. In de herfstperiode komen de jonge kevers uit, maar zij blijven tot het volgend voorjaar in de popkamer liggen. Dan pas kruipen de volwassen kevers uit de popkamer en komen ze uit de grond tevoorschijn. Dat is dus rond mei, vandaar ook de naam van de kever.

Volwassen meikevers leven overigens maar vijf tot zes weken.