Een alles overheersende passie voor het wild

Hoogeveen - Natuurcorrespondent Hero Moorlag vertelt wekelijks in de rubriek Groen en doen over uiteenlopende onderwerpen op het gebied van flora en fauna. Deze week: vossen, dassen en jagers.

„Het weispel heeft veel hartstochtelijke beoefenaars en kent misschien nog meer hardnekkige tegenstanders.” Dat zegt taalkundige Guy Janssens in zijn boekje Jagerstaal (1976).

Jacht is een bedrijf en kent een eigen taal. Geen jagerslatijn, maar een geheimtaal die alleen groenrokken spreken en verstaan. De nimrod, weiman, groenrok of jager spreekt van een passie. Volgens Janssens is dat de passie voor het wild, het beheren van het wild, of zoals de Duitse jager zegt ‘Hege mit der Büchse’, het verzorgen en beheren van het jachtveld met het geweer.

Janssens: „De ware aard van de groenrok: een alles overheersende passie voor het wild waarbij toch de eerbied voor de natuur en de zin voor humor niet verloren gaan.” En de ware nimrod behoort zich van het vocabulair te bedienen van de Nederlandse jager. Het haas (niet de haas) noemt hij lepelaar of lepelman, een mannetje is een rammelaar, de uitwerpselen boonsel. Een haas of ree eet niet, maar aast, weidt of laveit. Het wild rust in een leger of pot, plast niet maar pekelt, gaat niet rechtop zitten maar maakt kegel. Je hoort als jager je de jacht- en wildtermen eigen te maken. En weidelijk te zijn!

Met geweer het veld in

Alleen de jachthouder heeft het (voor)recht om in het veld met een geweer te lopen, dieren te doden en die zich toe te eigenen. In de artikelen 3.20 tot en met 3.22 noemt de Wet Natuurbescherming de wildsoorten die mogen worden bejaagd, de plichten van de jachthouder, de middelen die zijn toegestaan, opening en sluiting van het jachtseizoen en de dagen waarop niet mag worden gejaagd.

Handhaving gebeurt door Buitengewone Opsporingsambtenaren (BOA’s) of toezichthouders van natuurbeherende organisaties. Vaak is bij de aankoop van een natuurterrein, door bijvoorbeeld Stichting Het Drentse Landschap, de jacht uitbedongen. Dan gelden er wel afspraken die nageleefd dienen te worden.

Posten om een vos af te schieten is toegestaan, maar het uitgraven van een vossenburcht om de welpen te doden staat een natuurorganistie nooit toe. Ook niet het vergiftigen van vossen, dassen, buizerds en haviken of het verstoren van burchten en nesten. Leden van Dassenwerkgroep Zuid-Drenthe en anderen schakelen in dergelijke gevallen terstond een BOA in.

Algemene natuurkennis

Sluit je gelegenheidsjagers uit, dan mag je aannnemen dat de rechtgeaarde nimrod het veld en het wild kent. De opleiding tot jachthouder eist dat. In gesprekken met diverse jachtcombinaties valt op dat jagers niets moeten hebben van roofwild. Naast vos, buizerd en havik wordt in toenemende mate de das genoemd in de zin van ‘er zijn te veel dassen’. Dassen zijn een bedreiging voor weidevogels, ondermeer. Een hardnekkige misvatting. Het stapelvoedsel van dassen bestaat uit wormen, emelten, engerlingen en andere larven.

Een das jaagt niet als een vos bewust, maar gebruikt zijn neus om voedsel te zoeken. Inderdaad, komt hij al snuffelende een nestje van een muis of grondbroeder tegen, dan eet hij dat leeg. Maar in het algemeen zoekt een das in de bladlaag naar insecten en wormen en dat doet hij ook op weilanden en akkers. Ook de kennis van bijvoorbeeld vlinders, libellen, wilde planten en soorten zangvogels mist bij de meeste jagers.

Eerbied voor de natuur

Die kennis heb ik gezien bij jagers in Slowakije. Wat weten die veel van wilde planten en vogels. Eerbied voor de natuur, zoals Janssens dat van jagers zegt, houdt ook algemene natuurkennis in, niet alleen kennis van het geweer, de munitie en het wild. Wat dat betreft zou het goed zijn dat jagers eens met een natuurkenner op excursie het veld ingaan of een natuurkenner toestaan een lezing over natuurleven in het algemeen te geven voor een wildbeheereenheid.