Over de baby Albert Steenbergen

Hoogeveen - Historicus Albert Metselaar duikt wekelijks voor de Hoogeveensche Courant in het verleden. Deze keer in de rubriek Historie:een 'bijzonder egodocument'.

Met het begrip ‘egodocument’ bedoelen we teksten waarin mensen over zichzelf schrijven. Uit het oude Hoogeveen kennen we er niet zoveel. Een uitgebreide en bijzondere tekst is wat de Hoogeveense schrijver/schilder Albert Steenbergen ons heeft nagelaten. Deze week op 26 mei hadden we zijn verjaardag.

Generaties van Hoogeveners kenden zijn naam, en zeker die van zijn bekendste creatie: Cilie, bijgenaamd ‘Nevelhekse’. Het wordt tijd om weer eens een expositie samen te stellen met zijn tekeningen. De Verhalenwerf heeft er een prachtige collectie van. We volgen een deel van de tekst en komen er tussen met reacties…..

„Geboren te Hoogeveen 26 mei 1814 als een flink en gezond kind, werd de onvoorzichtigheid van een dienstmeisje (Aleida Eshuis) de oorzaak van het lichaamsgebrek, dat voor een goed deel de bron werd van de veelvuldige bezwaren waarmee ik in het vervolg had te worstelen, zowel als van de sombere levensbeschouwing, die van tijd tot tijd mijn overigens opgewekt en blijmoedig gestemd gemoed, kwam verduisteren.”

Geboortehuis

Het geboortehuis van Albert Steenbergen stond net ten westen van het oude postkantoor te Hoogeveen, in de Van Echtenstraat, waar we later de dierenwinkel van Lopers vonden. De woning van 1814 was oorspronkelijk (o.a. volgens het pastoorsgelden-register van 1811) bewoond door Alberts overgrootmoeder, de weduwe van Anne Huidekoper. Albert werd geboren op een donderdagavond om 23.00 uur. Zijn moeder heette Jantje Cluvingh Prins.

Alidus of Aleidus

Een dag later, 27 mei 1814 gaf vader Cornelis Steenbergen zijn zoon aan op het gemeentehuis. Vader was advocaat en was een telg uit een oud schultengeslacht. Een schulten was de voorloper van de huidige burgemeester, notaris, kantonrechter en belastingontvanger. De naam van het kind heeft van begin af aan voor verwarring gezorgd. Aanvankelijk werd in de geboorteakte alleen ‘Albertus’ genoteerd. Dat was niet de bedoeling en vader liet bij nalezen als tweede naam ‘Alidus’ aan de akte toevoegen. Na Alberts dood liet de familie ‘Albertus Aleidus’ op de grafsteen zetten. In publicaties wordt zowel gesproken van Albertus Alidus als Albertus Aleidus. Het laatste verdient de voorkeur. De nabestaanden moeten goed geweten hebben hoe Albert Steenbergen zijn volledige naam geschreven wenste te hebben en dit doet meer recht aan hoe door vernoeming de naam bij Albert terecht kwam. Zijn tweede naam kwam in de familie via Alberts overgrootmoeder Aleida ten Heuvel, echtgenote van schulte Cornelis Steenbergen.

Naast Albert Steenbergens geboortehuis stond het Armwerkhuis, waar later het postkantoor stond. Jannis Eshuis en Aaltje Gerrits de Groot waren daar vader en moeder. Zo noemde men de verzorgende leiding van het Armwerkhuis. Hun dochter Aleida werd kinderverzorgster bij de familie Steenbergen. Ze was nog maar 17 jaar oud toen ze de hele zorg voor het kind had, en er een ongelukje gebeurde. Terug naar de tekst:

„Het was in augustus 1815, dat mijn ouders, destijds te Dwingeloo gevestigd, mij ziek in de wieg vonden liggen, en van het meisje, dat in hun kort afwezig zijn had opgepast, niets anders vernamen dan dat deze ziekte mij plotseling had overvallen. De waarheid bleek eerst later, toen het duidelijk werd dat deze ziekte door niets anders kon veroorzaakt zijn dan door een val, van een tafel of een ander hoogstaand meubel. Maar de zaak was geschied. Mijn ruggegraat was ontzet en de bewegingszenuwen van mijn linkerbeen tot aan de knie verlamd.”

Klassieke fout

Het is nooit duidelijk geworden waar Albert vanaf is gevallen. In diverse publicaties worden allerlei meubelstukken met stelligheid genoemd, maar in werkelijkheid wist niemand, ook Albert zelf niet, waar hij vanaf is gevallen. Waarschijnlijk werd hij het slachtoffer van een klassieke fout. Als een baby verschoond moet worden en je let even niet goed op bij het wegleggen van vieze luiers of het pakken van schone, is één vlotte draaiende beweging van het wurm voldoende om op de grond te belanden. Aleida Eshuis had waarschijnlijk niet voldoende ervaring met baby’s, wat haar op die leeftijd eigenlijk niet kwalijk is te nemen. Dat neemt niet weg dat ze volledig verantwoordelijk was voor wat ze deed. Verder zal ze met haar 17 jaar voor die tijd mogelijk al heel wat levenservaring kan hebben gehad. Als kind van de leiding van het Armwerkhuis was ze al vroeg betrokken bij de zorg voor anderen en maakte ze in die hoedanigheid van alles mee waar leeftijdgenoten pas later aan toekwamen. Ook dan zit een ongeluk in een klein hoekje…..

„Tot 1819 was ik meestal bij grootmoeder Steenbergen thuis en werd daar op ‘t liefderijkst verpleegd, en dat zowel door haar als haar dochter, mijn vaders enige zuster, tante Lina; in ‘t laatst van 1819 gehuwd met de heer Hermannus Molenaar, wijnkoper aan de draaiburg te Hoogeveen. Grootmoeder was kort tevoren overleden, en toen kwamen mijn ouders haar huis betrekken, het mij zo dierbare hoekhuis, waarin ik het grootste deel van mijn leven heb gesleten en dat ik niet zal verlaten voor de dood mij d’r uit en grafwaarts roept. Grootmoeder (Saapke Huidekoper) leeft nog voort in mijn verbeelding; trouwens een weinig geholpen door haar portret, in 1813 vervaardigd, en dat als bijzonder welgelijkend werd geroemd. ‘t Was een vrij gezette vrouw, met een net geplooid neepjesmutsje op, en steeds in de weduwrouw om haar man, schulte Albert Steenbergen, in 1812 overleden. Ze was zeer goedhartig, en dit heb ik niet geheel van horen zeggen, want hoe jong ook, herinner ik mij hare goedheden en vriendelijke behandeling vrij wel. De omstandigheden bij haar dood zijn echter mijn geheugen ontsnapt, en van haar begrafenis is mij evenmin iets bijgebleven.”

Weer zwanger

Toen Albert naar zijn grootmoeder ging, was moeder al weer zwanger (5-6 maanden). Verder zal moeder op dat moment meer vertrouwen in steun van de familie gehad hebben dan in kindermeisjes. Albert kon aanvankelijk wat lopen in een looprekje. In de publicaties werd hij meestal neergezet als een man in een rolstoel, maar dat was van later datum. Als jongeman leerde hij lopen op krukken. Hij groeide op aan het Kruis. De plaats heet voor velen nog de eiermarkt. En zo vergeten we dan weer dat daar de rentmeesterswoning van de Hollandse Compagnie heeft gestaan EN het pand waar één van de bekendste Hoogeveners zijn leven doorbracht. Albert Steenbergen. Later meer over hem en zijn boeiende levensverhaal. Zijn babyverhaal is uniek. Andere egodocumenten uit Hoogeveen moeten het veelal doen zonder details over de baby.