Natuur om de hoek
Door Paul Mentink

Klein koolwitje

Het raadsel van de kool, de geit en de wolf mag algemeen bekend zijn. Hoe krijg je als eigenaar deze drie op een naburig eiland, terwijl je maar één van die drie in je bootje kunt meenemen. Je zult op enig moment twee ervan alleen moeten laten, wetende dat de geit de kool kan opvreten en de wolf de geit kan verslinden.

In het verleden was ik eens bij mijn oom in Twente die een geit had. Een leuk beestje dat van alles vrat, behalve koolbladeren. Dat vond ik natuurlijk heel vreemd, die paste niet in het raadsel. Nu staat er in menig huishouden regelmatig bloemkool met witte saus, zuurkoolschotel of boerenkool met worst op het menu. Helaas maak je mij met dergelijke koolrecepten niet zo blij. Wat dat betreft ben ik net als die geit van mijn oom.

Op het moestuincomplex bij de kerk in Koekange zul je in mijn deel nooit bloemkool tegenkomen. Boerenkool nog wel, maar dat is voor de kookvrienden en mijn kippen krijgen er in de winter ook regelmatig een. Andere tuinders hebben wel allerlei soorten kool staan, dus het is niet verwonderlijk dat daar af en toe koolwitjes rondvliegen. Maar ja, welke? In Drenthe komen er vier soorten voor, het klein koolwitje, het groot koolwitje, het klein geaderd koolwitje en het zeldzame scheefbloemwitje.

Volgens de Vlinderstichting is het klein koolwitje de algemeenste standvlinder in Nederland, die vrijwel overal het hele jaar door te zien is. De eerste waarneming ooit was al op 9 januari, de laatste op 28 december. Dat kun je van veel andere vlinders niet zeggen. Het feit dat hij zo algemeen is, komt mede omdat jaarlijks drie generaties klein koolwitjes kunnen opgroeien. In uitzonderlijke gevallen zelfs een vierde generatie. Deze generaties kunnen deels elkaar overlappen, maar reken er maar op dat begin april de eerste generatie al rondvliegt.

Zo vroeg in het voorjaar zijn er nog weinig koolplanten beschikbaar voor het klein koolwitje om de eitjes op af te zetten, waarna de rupsen zich te goed kunnen doen aan de kool. Echter, deze vlinder gebruikt niet uitsluitend koolplanten als waardplant. Er zijn verschillende planten waar de eitjes op te vinden zijn. Planten als bijvoorbeeld de herik, look zonder look, gewone raket en tientallen andere soorten uit de familie van de kruisbloemigen.

Nu lijken die vier koolwitjes veel op elkaar. Het zeldzame scheefbloemwitje even buiten beschouwing gelaten, dan is het klein koolwitje te onderscheiden van het groot koolwitje doordat deze kleiner is, maar vooral aan de zwarte vlek in de punt op de voorvleugel. Bij het klein koolwitje zit die vooral aan de bovenrand van de voorvleugel, terwijl die van het groot koolwitje aan de zijkant doorloopt. Tevens is die zwarte vlek veel groter. Het verschil met het klein geaderd koolwitje is dat de aderen op de vleugel van laatstgenoemde duidelijk donkerder gekleurd zijn.

Paul Mentink (paul@paulmentink.nl)