Hof betreurt uitstel hoger beroep in zaak Sharleyne vanwege coronamaatregelen

Vijf dagen waren er uitgetrokken voor de behandeling van het hoger beroep tegen Heleen J. (40). De Hoogeveense wordt ervan verdacht dat ze haar dochter Sharleyne bijna vijf jaar geleden heeft gewurgd en van flat De Arend heeft gegooid. Deze week zou de zaak beginnen, maar vanwege de coronamaatregelen is die uitgesteld.

De rechtbank in Assen sprak J. in juli 2018 vrij vanwege gebrek aan bewijs. Op dat moment kwam ze na ruim acht maanden voorarrest op vrije voeten. Het OM had tien jaar cel geëist voor doodslag en ging in hoger beroep.

‘Lastig plannen’

Omdat Heleen J. niet meer vastzit, is de zaak niet urgent. Rechtbanken en gerechtshoven behandelen momenteel alleen urgente zaken vanwege de coronacrisis. Dat zijn vooral zaken waarbij mensen in voorarrest zitten.

,,Er wordt nu gekeken naar nieuwe data. Het is lastig plannen, omdat de agenda’s van veel partijen op elkaar moeten worden afgestemd”, meldt een woordvoerster van het gerechtshof in Leeuwarden. Behalve verdachte Heleen J. wil het hof drie deskundigen horen en twee getuigen, onder wie de oma van Sharleyne.

,,De verwachting is dat het nog wel enige tijd zal duren voor de zaak weer op zitting komt. Het hof betreurt dat ten zeerste, maar de huidige omstandigheden maken dat we nu niet anders kunnen”, aldus de woordvoerster.

Nieuw onderzoek

Tijdens een regiezitting ruim een jaar geleden bepaalde het hof dat meerdere nieuwe deskundigen meer onderzoek moesten doen naar de zaak. Onder hen de Britse forensisch deskundige Paul Johnson. Hij kijkt als vierde naar het letsel dat Sharleyne had toen ze onderaan de flat was gevonden.

Twee deskundigen van net Nederlands Forensisch Instituut (NFI) stelden eerder vast dat er geen bewijs was dat Sharleyne wurgletsel had opgelopen voor de val. Een Belgische deskundige beweerde van wél. Johnson, die veel onderzoek naar val- en wurgletsel heeft gedaan en gespecialiseerd is in letsel bij kinderen, moet nu uitsluitsel geven.

Zijn onderzoek is klaar. Over de resultaten willen het Openbaar Ministerie en J.’s advocaat voor de inhoudelijke behandeling van de zaak niets kwijt.