Contactclowns spelen bij Cosis voor het raam

Hoogeveen - De bewoners van woonvoorziening Schoonvelde van Cosis aan de Amshoffweg in Hoogeveen zitten nu al meer dan twee weken binnen. En dat is best zwaar. Buiten schijnt de zon en jij moet binnen blijven.

Alle bewoners hebben een verstandelijke beperking en voor deze doelgroep is het toch al amper te bevatten waarom ze niet naar dagbesteding kunnen, sterker nog, überhaupt de deur niet uit mogen. Begeleiding doet ongelooflijk hun best om het zo gezellig mogelijk te maken, maar de wereld wordt binnen vier muren op den duur wel erg klein en beperkt.

Achter het Raam voorstelling

De clowns Lepel en Appelmoes, samen vormen zij de Contactclowns, hebben een Achter het Raam voorstelling bedacht. Normaal gesproken komen de Contactclowns op locatie en, de naam zegt het al, maken ze contact. Nu, in coronatijd, kan dat uiteraard niet. Als alternatief spelen de Contactclowns raamvoorstellingen. Zij buiten, de cliënten binnen. Terwijl de bewoners zich achter het raam opstellen spelen Lepel en Appelmoes daar achter. De voorstellingen zijn in grote mate improviserend. De clowns laten het van de aard van de groep afhangen welke capriolen ze uithalen en welke attributen ze gebruiken. Bij de ene groep is het voldoende om de aandacht op een leuke manier af te leiden en bij een andere groep kan je meer visuele grapjes maken door bijvoorbeeld de ramen onder te smeren met scheerschuim. Hilariteit alom. Een welkome en zeer positieve extra activiteit.

Volgens de begeleiders van Schoonvelde was het zeer geslaagd: „Door de regels rondom corona is de wereld van de bewoners erg klein geworden. Verder dan de muren van de eigen woonvoorziening gaat het niet. Je ziet dat de clowns een heel ander soort beroep doen op de cliënten, ze worden op een verrassende manier afgeleid en enkelen leven helemaal op. Het is knap om te zien hoe de clowns het belevingsniveau van de bewoners inschatten. Zo is het voor iedereen boeiend. Het werd echt een mooie ochtend en wat ons betreft is het voor herhaling vatbaar.”