Wachttijden binnen de geestelijke gezondheidszorg (ggz) lopen op

Regio - Drenten met een depressie of aan autisme gerelateerde pervasieve ontwikkelingsstoornissen (PDD) moeten lager wachten op hulp dan de norm van 14 weken. Ook mensen met persoonlijkheidsstoornissen staan bij Zorgkantoor Drenthe gemiddeld langer op de wachtlijst dan de norm van 14 weken. Dat blijkt uit cijfers van zorgdatabureau Vektis die LocalFocus in kaart bracht.

De wachttijden binnen de geestelijke gezondheidszorg (ggz) zijn in 2019 opnieuw verder opgelopen. Voor tien van de veertien soorten psychische stoornissen, waaronder autisme, zijn de wachttijden vorig jaar gestegen.

In Drenthe bedraagt de wachttijd voor basis GGZ gemiddeld 9,2 weken. Voor mensen met aandachtstekort-/gedragsstoornis loopt dat bij Zorgkantoor Drenthe op tot 16,2 weken. Dat is langer dan de dan de norm van veertien weken.

Staatssecretaris Blokhuis (Volksgezondheid, Welzijn en Sport) schreef enkele weken geleden in een brief aan de Tweede Kamer 'dat lange wachttijden vaak een symptoom zijn van gebrekkige samenwerking, met name tussen de ggz en huisartsen. Het verbeteren en faciliteren van deze samenwerking is daarmee een onmisbaar onderdeel van de aanpak van de wachttijden.'

Door zorgaanbieders wordt veertien weken vanaf de aanmelding tot start van de behandeling als de maximale 'acceptabele wachttijd' gezien. Uit een inventarisatie bij ggz-instellingen op 1 juli 2019 waar staatssecretaris Blokhuis over schrijft, blijkt dat ongeveer tienduizend mensen langer dan die zogeheten Treeknorm op zorg wachten.

Drenten met alcoholgebonden problemen moeten 11,4 weken wachten. Mensen met een angststoornis zitten bij Zorgkantoor Drenthe gemiddeld 13,6 weken in de wacht. Bipolair (10,8 weken), Delirium dementie (7,9 weken), depressie (16,3), eetstoornis (11,1), persoonlijkheidsstoornis (15,4), pervasief - autisme gerelateerd (30,3 weken), schizofrenie (12,2 weken) en somatoforme stoornissen 11,3 weken.

 

Vektis berekende de gemiddelde wachttijden voor volwassen patiënten voor de veertien verschillende diagnosegroepen en voor de basis ggz. De cijfers zijn uitgesplitst naar zorgkantoorregio en zijn eind december 2019 geteld.