Burgemeester Tjalma: de hoogste eer en de gesloten kast

Hoogeveen - Historicus Albert Metselaar duikt wekelijks voor de Hoogeveensche Courant in het verleden. Deze keer in de rubriek Historie: de Joodse school van Hoogeveen.

De huidige discussie over burgemeester Tjalma lijkt een ondoorgrondelijk verhaal, als je er niet goed in zit. Vandaar zal in het kort worden aangegeven waar het in wezen om gaat.

Voorbeelden, identiteitsfiguren, wat voor naam je er ook aan geeft, we hebben ze nodig om onze weg in onze levens te vinden, generatie op generatie, iedere keer weer. Daarmee wordt je een voorbeeld voor anderen. Soms krijgt iemand de eer door de waan van de dag, en soms na diepgaand onderzoek. Wie nu op een voetstuk staat, wil je die er later nog op hebben, ook als de waan van de dag is verdwenen? Daarover gaat de vraag rondom burgemeester Tjalma. Is hij voor ons een lichtend voorbeeld?

De Kristallnacht

Wat bekend geacht mag worden: Onder de Neurenbergse rassenwetten van 1935 was er voor de Joodse bevolking in Duitsland weinig toekomst. Het kwam tot een uitbarsting in 1938: De Kristallnacht. Voor wie exactere cijfers wil lezen: Er wordt gesproken van 1400 verwoeste synagogen, 7500 winkels en bedrijven, 96 op straat vermoorde Joden, 30.000 jongeren en gezonde mannen in concentratiekampen en dientengevolge meer dan 1400 doden.

Wist men hiervan in Hoogeveen? Jazeker. Hoogeveen ving twee Joodse gezinnen op, die in 1938 wegvluchtten en hier veiligheid hoopten te vinden. In het gezin van gemeenteraadslid Polak wist men het. Zoon Simon sloeg helemaal door, toen voor de Grebbeberg de Duitsers oprukten en niet met kogels te stoppen bleken. Hij was doodsbang voor wat er zou gebeuren als ze eenmaal baas waren en hij als Joodse jongen hun gevangene. Zozeer was hij emotioneel uit balans dat zijn kameraden hem opsloten in een bunkertje, waar hij helemaal in paniek was, ook toen zijn kameraden zich terugtrokken. Ze lieten hem achter in het bunkertje. Een paar handgranaten van Duitsers door een opening in het bunkertje, en het was afgelopen.

Vertrouwensraad

Wat voor mensen maakten de top van het gemeentehuis uit? Vier leidinggevenden werden door de Vertrouwensraad van de Illegaliteit helemaal afgebrand. Daar moest hij het mee doen. De vertrouwensraad werd genegeerd. In het archief van Hoogeveen ligt een lijst met alle namen en het oordeel van het verzet.

De klerk

Door deze mannen EN burgemeester Tjalma werd gesproken over een verzoek van de Duitsers, die bij Tjalma was binnengekomen. De Duitsers wilden een lijst met alle Joodse inwoners van Hoogeveen. De vraag werd besproken en zowel de burgemeester als alle ambtenaren die werden ingelicht voelden aan dat het verkeerd was om een dergelijke lijst op te maken. De één voor de ander wilde er niet mee bezig zijn, en schoof het af naar iemand beneden hem in rang. Zo kwam de vraag terecht bij de laagste in rang, de 1e klerk, die bij gebrek aan 2e of 3e klerk niemand onder zich had. De 1e klerk had vernomen hoe ze het afschoven en hoe ze beseften dat het niet goed was om de lijst te maken, maar hij kon geen kant op. Hij maakte bezwaar en kreeg te horen dat hij de opdracht had uit te voeren, en anders kon vertrekken.

Melden bij de wacht

De klerk maakte een uittreksel van het bevolkingsregister. Dat werd de eerste lijst. Die van 16 mei 1940. Er werd met dezelfde datum een brief geschreven voor alle Joodse gezinshoofden. Ze moesten zich op zaterdag 18 mei melden bij de Duitse wacht aan de Schutstraat. De brief werd ondertekend door burgemeester Tjalma, vermenigvuldigd en ging de deur uit. David van der Horst uit Het Haagje vluchtte vervolgens in de dood. Hij en Simon Polak worden herdacht als de eerste slachtoffers van de Joodse gemeenschap in oorlogstijd.

Lijst op lijst volgde en volgde. Er ligt een vreselijk dossier van stukken van Tjalma en zijn ambtelijke ondersteuning over de Jodenvervolging. Alle informatie die de Duitsers wilden, kregen ze. Ook nadat de eerste treinen al naar Westerbork reden.

Kemphanen

Want wat vond het lokale verzet en wat vond de lokale AR van het gedrag van Tjalma? Rayonhoofd van de LO in Hoogeveen en omstreken is AR-topman Arnold Zandbergen. Een citaat uit een biografie van Arnold Zandbergen van Lammert Huizing: “In 1941 en 1942 benadert Arnold Zandbergen verschillende keren burgemeester Jetze Tjalma. Op persoonlijke titel als burger van Hoogeveen, als partijgenoot en als vooroorlogs gemeenteraadslid dringt hij er bij Tjalma op aan om onder te duiken. De burgemeester is dat volgens Zandbergen verplicht op principiële gronden, als lid van de AR-partij en als lid van de Nederlands Hervormde Kerk. Zandbergen en Tjalma staan daarbij meermalen als kemphanen tegenover elkaar, omdat de eerste geen blad voor de mond neemt. Hij weet zich daarbij gesteund door gemeenteontvanger Sjieuwe Snoek en door Arend Jan van de Kerk.” Conclusie: de lokale AR nam afstand van burgemeester Tjalma. Stop ermee, duik onder, dit is niet goed wat hier gebeurt.

Na het wegvoeren, in de nacht van 2 op 3 oktober, komt er een laatste lijst van Tjalma. Een lijst met met hoogbejaarde Joodse inwoners, die achter waren gebleven, en twee die ‘frei’ waren verklaard. Blijkbaar wist de administratie van de Shoah niet dat deze mensen waren achtergebleven. De twee mensen die ‘frei’ waren verklaard werden vervolgens ook nog opgehaald en vergast.

Uit functie ontheven

Na de oorlog werd Tjalma ‘gestaakt’, tijdelijk uit functie ontheven, door de provinciale zuiveringscommissie en de Nederlandse Staat. In het boek ‘Burgemeesters in Oorlogstijd’ van Prof.dr. Peter Romijn van het NIOD is enige jaren geleden al volkomen helder uitgelegd dat Tjalma tot drie keer toe ongeschikt werd geacht, maar dat het iedere keer een politicus was die hem de hand boven het hoofd hield. Wat heb je dan aan zuivering, zou je kunnen zeggen, wat heb je aan historisch onderzoek, de politiek kan het negeren.

Externe deskundige? Dit is de derde keer dat me dit als historicus overkomt. Een vorige burgemeester van Hoogeveen, minister Hans van Mierlo, ze hebben allemaal al historici van naam ingehuurd. Het was misschien slimmer geweest om eens te vragen wat er nou eigenlijk in die kast zag, die niet mocht worden ingekeken. En waarom Tjalma zelf aan het RIOD schreef dat er niets van historische waarde rondom de oorlog in Hoogeveen werd bewaard. Tjalma voelde nattigheid. Inmiddels is de kast volledig open. Overigens is er veel meer dan alleen de Joodse kwestie. Ieder voor zich kan een antwoord geven of Tjalma zijn voorbeeld is. Laten we het maar gewoon houden op een gewoon mens, met ups en downs in een lastige situatie. Wie je op een voetstuk zet, kan er af denderen.

Albert Metselaar