Gerwin Boertien liep van Hoogeveen naar Santiago de Compostella: ‘Het was tijd om weer vriendjes te worden met mezelf’

Hoogeveen - Het eindpunt is al gehaald: Santiago de Compostella. Maar het ophouden met lopen valt Gerwin Boertien uit Hoogeveen zwaar dus loopt hij nog even door naar de oceaan. Met zo‘n 2600 kilometer in de benen kunnen de laatste 100 kilometer naar Finisterre er ook nog wel bij.

De schelpen op het pad knisperen luid onder zijn schoenen. ‘Ik heb vandaag nog 6 kilometer voor de boeg, dik een uur’, zegt Gerwin aan de andere kant van de lijn. Stevig stapt hij door, zijn adem is zwaar. ‘Het is regenachtig, zo’n graad of 15 tot 17 en dat is zweten onder je regenkleding.’

Toen hij afgelopen zaterdag de kathedraal van Santiago bereikte was de Hoogevener maar wat blij. ‘Een ontlading, lekker.’ Maar direct wist hij dat hij het staartje van de route ook wilde meenemen. ‘Ik loop door naar zee. Het echte 0-punt in de route. Finito Finisterre: het einde van het oude heidense pad.’ Wat hij gaat doen als hij daar aangekomen is? ‘Een feestje en naar de pedicure denk ik’, zegt hij lachend.

Zo vrij als een vogel

De Hoogevener begon 1 juli aan de lange pelgrimstocht met zijn geloofsbrief op zak. ‘Ik had mijn kroeg (de Majesteit – red.) verkocht, heb geen kinderen en ben zo vrij als een vogel. Ik wilde al langer deze tocht maken.’ Het boek De pelgrimstocht naar Santiago van Paul Coelho had volgens de voormalig kroegbaas daar zeker mee te maken. ‘Bovendien houd ik van wandelen en geniet van de natuur. Ik besefte, als ik het wil doen, moet ik het nu doen.’

Hij vertrok vanaf Hoogeveen en het eerste deel was wennen. Gerwin wandelde voor vertrek 15 kilometer per week, elke dag 25 kilometer was andere koek. ‘De eerste vier weken waren zwaar. Mijn benen protesteerden en ik heb heel wat blaren moeten doorprikken en afplakken. Ook konden mijn schenen echt vlammen van de pijn.’ Hij moest er alleen doorheen. ‘Ik heb er nooit aan gedacht om iemand te zoeken om deze tocht mee te maken. De eerste weken in Nederland spreek je nog je eigen taal. In het eerste deel van België ook, maar wordt Frans. En mijn Frans... tja. Ik kan een biertje en een bord eten bestellen.’

Eenzaamheid

De taalbarrière zorgde ervoor dat er minder gesprekken waren onderweg. ‘Dat isoleert je, maar ik heb dat juist heel prettig gevonden. Ik had natuurlijk een erg sociaal beroep en ben veel bezig geweest met anderen. Het was tijd om weer vriendjes te worden met mezelf. Ik vind het fijn om alleen te zijn. Ik heb onderweg geleerd dat ik de eenzaamheid vaker moet opzoeken. Ik word er rustig van. Zo onderweg zijn maakt het leven voor mij heel eenvoudig. En als je dan ‘s avonds iemand spreekt, maakt dat je extra blij.’

Onderweg sliep Gerwin op allerlei plekken. In zijn tent, hotels, bij gastgezinnen, in hostels en kloosters. ‘Kamperen vind ik fijn, dus ik heb veel in de tent geslapen. Soms ook wild gekampeerd. Bijvoorbeeld vlak aan de Maas. Maar het heeft een nadeel. Waar haal je je water vandaan?’

Begraafplaatsen om water te tappen

Want lopen was deze zomer warm. ‘Dat is serieus een dingetje. Je moet in de gaten houden dat je voldoende water hebt. Want dorst is een killer. Je moet je route erop plannen. Soms betekent dat aanbellen voor water. In het bos zag je soms 2 uur lang geen huis. Dan hoop je echt dat je het met je flesje redt. Begraafplaatsen waren mijn beste leverancier. Zeker in Frankrijk, waar bij elke begraafplaats een kraan is om de planten water te geven.’

Bijzonder om te verblijven vond hij de kloosters in België. ‘Ik ben niet katholiek opgevoed, toch vond ik het overnachten bij de witte paters in de Belgische kloosters erg bijzonder. De vriendelijkheid waarmee je ontvangen wordt. Je eet ook mee en het bijwonen van een mis in de gigantische abdij vond ik heel bijzonder. Toch maken juist de kleine gebaren veel indruk. Mensen onderweg die je de weg wijzen. Eens zocht ik in Spanje een brievenbus en week hiervoor af van de route. Op straat en vanaf de balkons werd ik toegeroepen door drie vrouwen. Iets met ‘lado’; de andere kant op. Ik voelde me zo opgelaten dat ik de brief maar ergens anders heb gepost. Bijzonder vond ik ook de Fransman die bleef wachten of ik wel in mijn beoogde slaapplek terecht kon, anders mocht ik wel met hem mee.’

Klaar met het leven

Het was ook een tocht van vele bijzondere verhalen. ‘Onderweg loop je wel eens een stuk met elkaar mee. Zo liep ik eens met een vlotte vrouw van in de 70. Zij was al jaren betrokken bij de camino, zoals de wandeltocht wordt genoemd. Ze wilde deze nog een keer lopen. Als afsluiting, want ze was wel klaar met het leven. Haar man was overleden en haar kinderen waren goed uitgevlogen. Ze zei: Ik hoef niet veel ouder te worden. Dat is heel apart als je dat hoort.’

Even is het stil en klinken enkel Gerwins stappen op het pad. ‘Vaak is het overdag lopen. ‘s Avonds douchen, eten, wat praten met anderen en slapen. Om ‘s morgens weer vroeg op te staan en alleen verder te gaan. Op een avond zat ik met twee Amerikaanse stellen op een terras. In de buurt van Pamplona. Ik nam daarna een rustdag. Zij zouden door. Maar later hoorde ik dat er iemand die nacht gestorven was. Een van de twee mannen. Een stel liep door, een vrouw bleef achter bij haar overleden echtgenoot om hem later terug te brengen naar de VS.’

Wandelmaatje Noor

In Frankrijk ontmoette Gerwin op de pelgrimroute Noor. Ook zij was uit Nederland vertrokken. ‘Onderweg kom je sommige mensen vaker tegen.’ Noor behoorde tot die groep voor Gerwin. ‘Ik heb samen met Noor mijn verjaardag gevierd. Volgens mij wel een geslaagde viering. Wijn is bovendien goedkoper dan water’, grinnikt Gerwin. ‘Een dag later zag ik Noor ziek boven een straatputje hangen.’ Ze werden wandelmaatjes en liepen heel wat stukken samen. ‘Al met al heeft zij zo’n 2,5 maanden aan mijn zij gelopen. We kennen elkaar door en door.’

Toen haar ouders haar onderweg opzochten, namen die ook een nieuw paar wandelschoenen voor Gerwin mee. ‘Die had Jeroen Broekman van Schutrups opgestuurd naar Noor’s ouders. O, wat was ik blij dat ik niet de Pyreneeën over moest op mijn oude wandelschoenen.’

De man met de pijp

Naast Noor was zijn pijp een andere goede vriend tijdens zijn tocht. ‘Allereerst was mijn pijp goed voor de herkenning. Gerwin is een lastige naam. Maar ‘de man met de pijp’, dat snapt iedereen. Bovendien geeft het roken van een pijp je de kans om na te denken voordat je een antwoord kiest in een gesprek.’ Tot slot zorgde het pijproken voor rust en overzicht in problemen. ‘Als ik het even niet zag zitten, stopte ik een pijp. Dat helpt. In een halfuur verandert er veel. Want je grootste probleem onderweg; dat ben jezelf. Je eigen houding ten opzichte van onzekerheid. Want onzeker is er veel onderweg. Als je de zon ziet zakken en je op de kaart ziet hoever je nog moet lopen bijvoorbeeld. Onzekerheid waar je gaat slapen. Maar het komt altijd weer goed. Dat is een grote les die ik heb geleerd onderweg: er is altijd een oplossing.’

Stenen als symbolen van levenslasten

Dat hij niet de enige was met problemen werd Gerwin duidelijk op de top van de berg bij het dorp Foncebadón. Daar staat sinds het begin van de 11de eeuw een ijzeren kruis: Cruz de Ferro. Aan de voet ervan leggen voorbijtrekkende pelgrims traditiegetrouw een steen die zij van huis meegenomen hebben. Gerwin: ‘Het is symbolisch afstand doen van je last. Ik had twee stenen bij me. Een voor mezelf en een voor zieke mensen om me heen. Vlak voor het vertrek hoorde ik van een vriendin dat ze ernstig ziek is.’ Gerwin voegde dus twee stenen toe aan de enorme berg die er in de loop van de eeuwen is ontstaan. ‘Het maakte zo zichtbaar dat iedereen zijn eigen sores heeft. Al eeuwenlang maakt het deel uit van levens. Zeker is: die kuilen die komen wel, het gaat om je vering.’

Bedbugs zorgen voor paranoia

Eenmaal in Spanje werd de tocht heel anders. ‘Vanaf dat punt starten veel mensen de camino. Zo rustig als het eerder was, vanaf Spanje is het net de Zwarte Cross. Met de hordes mensen is er ook een goede voedingsbodem voor bedbugs. ‘Zeker op plekken die 600 man per avond herbergen. Van elkaar hoor je waar je moet wezen en waar niet. Er zijn zelfs hostels die dicht gaan om ontsmet te worden. Maar soms heeft iemand pech. Geïnfecteerden zitten onder de stippen. Die moeten alles wassen. Hun tas en spullen moeten in de vriezer of droger boven de 60 graden. Daar ben je wel een paar dagen aan kwijt. Het is een pittig beestje zeg maar. Ik heb ze gelukkig niet gehad, maar het is iets wat je op dit stuk erg bezighoudt. Ik werd er zo paranoïde van dat ik met een zaklamp ‘s nachts mijn slaapzak van binnen inspecteerde als ik iets voelde. Want een bedwants is als een mug die je niet hoort en deze dingen blijven bijten. Brrrrrr. Er aan denken zorgt al voor jeuk.’

Wat Gerwin gaat doen als hij weer terug is in Nederland weet hij nog niet. ‘Ik weet nog niet eens hoe ik naar huis kom. Ik denk dat ik daar nog maar eens een pijpje op moet gaan roken’, grapt hij. ‘Ik weet in ieder geval zeker: ik heb weinig nodig om gelukkig te zijn. Dat heeft veel onrust bij me weggenomen.’

 

Gerwin Boertien heeft onderweg een blog bijgehouden. Voor wie meer wil weten over zijn tocht kan hier terecht.