Nieuwe aanpak in Hoogeveen: 'Betere jeugdhulp tegen lagere kosten'

Hulp en ondersteuning aan kinderen in de eigen leefomgeving, in plaats van (dure) tweedelijns zorg. Hoogeveen gooit de aanpak van jeugdzorg over een andere boeg.

Sinds 2015 zijn gemeenten verantwoordelijk voor de jeugdhulp. Een aantal zaken gaat goed, maar er valt ook nog genoeg te verbeteren. Bijvoorbeeld bij de ondersteuning en hulp aan kinderen, maar ook in financieel opzicht: gemeenten willen een eind maken aan de stijgende kosten. Hoogeveen denkt twee vliegen in een klap te slaan.

Kind centraal

Deze gemeente telt zo’n 1800 kinderen tot 18 jaar die jeugdhulp krijgen. ,,De focus ligt nu vaak op zorg en de behandeling van het kind’’, constateert wethouder Gert Vos. ,,Vaak wordt de vraag gesteld: wat mankeert dit kind en hoe kunnen we zo snel mogelijk een diagnose en behandeling krijgen. Maar we moeten kijken naar het kind zelf en zijn of haar leefomgeving.’’

De ‘oude’ werkwijze stuwt de kosten in de jeugdzorg op en leidt tot frustraties bij kinderen, ouders, leerkrachten en zorgaanbieders. ,,De verwachtingen zijn vaak torenhoog, maar de resultaten vallen tegen’’, constateert Vos.

Nieuwe visie

Hij wil het daarom over een andere boeg gooien, meer gericht op hulp dan op zorg. Er is een nieuwe visie opgetuigd, in samenwerking met onderwijs, kinderopvang, gezondheids- en welzijnsorganisaties, die ook al in de praktijk wordt toegepast.

Vos: ,,We willen dat de kinderen en jongeren die dat nodig hebben, betere hulp en ondersteuning krijgen door die hulp en ondersteuning door jeugdzorgorganisaties zo veel mogelijk in de eigen leefomgeving van het kind te organiseren.’’

De gemeente gaat er vanuit dat het aantal verwijzingen naar de tweedelijns jeugdhulp hierdoor vermindert. Volgens de wethouder moet op jaarbasis zeker twee ton bespaard kunnen worden.

Centraal staat de vraag waar kinderen opgroeien en welke hulp en ondersteuning in de thuissituatie, op school of in de buurt geboden kan worden.

Label

Vos: ,,We moeten niet direct schieten in diagnoses en indicaties om behandelingen te kunnen starten. Kinderen krijgen vaak een label waar ze tot op latere leeftijd last van houden. Wij willen toe naar minder zorg en meer hulp: uitgaan van de kracht van het kind. Dat leidt tot betere jeugdhulp tegen lagere kosten.’’

Een belangrijke schakel in deze aanpak is het onderwijs. Leerkrachten zien veel en kennen de kinderen vaak erg goed, maar ze voelen zich volgens Vos vaak manager van behandelplannen. ,,Docenten hebben vaak de denkbeeldige sleutel in handen die past op de voordeur van het huis waar kinderen wonen’’, schetst Vos.

Eigen omgeving

Met de nieuwe aanpak verdwijnt de huidige jeugdhulp niet. ,,Maar steeds meer zullen we kinderen stimuleren en opvangen in de eigen omgeving. Van daaruit moeten we zo nodig snel kunnen opschalen naar tweedelijnshulp en snel afschalen.’’ Het moet leiden tot een betere ondersteuning en lagere kosten.

De eerste initiatieven zijn al begonnen. Brede school De Zuiderbreedte start deze week met een nieuwe werkwijze ‘Vroeg erbij op school’. De Zuiderbreedte wil het pedagogisch klimaat verbeteren en de leerkrachten extra ondersteunen om de grote diversiteit in de klassen het hoofd te kunnen bieden.