Vier Hoogeveense bijstandmoeders doen hun verhaal: ‘Ik kreeg tranen in mijn ogen’

Hoogeveen - De armoede in Hoogeveen is veel groter dan velen denken, aldus de vier bijstandsmoeders die met de redactie van de Hoogeveensche Courant spraken over hun situatie. Voor hen kwam de bezuiniging op de regeling bijdrage in studiekosten als een onaangename verrassing, die niet of lastig is op te vangen.

Opvallend is dat drie van hen chronisch ziek zijn en daardoor niet kunnen werken. De namen van de geïnterviewden zijn in verband met privacy van de gezinnen gefingeerd.

‘Onderwijs is heel belangrijk’

‘Ik snap dat de gemeente moet bezuinigen, maar dit kwam erg abrupt’, vertel bijstandsmoeder Irma. ‘Omdat mijn oudste dit jaar naar het voortgezet onderwijs gaat zat ik echt op dat geld te wachten. Normaal komt dat geld begin augustus, maar nu moest ik op Facebook lezen dat het helemaal niet kwam. AU! Er moet immers een dure rekenmachine gekocht worden en het eerste jaar krijgen ze altijd een leuke agenda. Een flinke teleurstelling, ook voor de kinderen. Ik kon mij hier helemaal niet op voorbereiden.’

Irma moet met twee kinderen leven van 60 tot 70 euro per week. ‘Bij het lezen van het slechte nieuws kreeg ik echt wel even tranen in mijn ogen. Nu maak ik me al veel zorgen over mijn gezondheid (ze wacht op een transplantatie - red.) maar dit was de druppel. Je wilt je kinderen immers niet tekort doen. Voor kinderen is onderwijs zo belangrijk. Daar moet je in investeren. Juist goede scholing is belangrijk om hen niet in de armoede terecht te laten komen. Ik heb dan wel goede papieren, maar ik had de pech ziek te worden Dat is heel wat anders.'

‘Mijn kinderen worden gepest omdat we arm zijn’

Bijstandsmoeder Ada heeft twee thuiswonende kinderen waarvan een met een zogeheten rugzakje. Budget per week voor eten, kleding en dergelijke is 50 euro.

Omdat zij eerdere jaren nog geen aanspraak wilde maken op financiële hulp van de gemeente was het dit jaar de eerste keer dat ze steun vanuit de regeling bijkomende studiekosten aanvroeg omdat ze het niet meer kon rondbreien. ‘We lopen niet voor niets bij de kledingbank en voedselbank.’

Haar twee opgroeiende kinderen hebben inmiddels door dat zij arm zijn. ‘Heel pijnlijk om te zien dat ze het beginnen te merken. Ook al probeer ik hen te ontzien. Ze mogen nooit mee naar de voedselbank; ik noem dat boodschappen doen. Niet dat ik me ervoor schaam, maar ik wil mijn kinderen beschermen voor de harde wereld om hen heen. Ik denk dat de gemeente niet geeft nagedacht over wat deze bezuinigingen met de emoties van kinderen doet. De kloof tussen arm en rijk wordt groter. Kinderen worden hierdoor zelf ook grover. Ze zoeken gedwongen het straatleven op en gaan compenseren. Gelukkig praten mijn kinderen met mij over hun verdriet. Ze worden er veel mee gepest op school omdat zij bijvoorbeeld altijd gedragen kleding hebben. Dat doet pijn.’

Ada vreest ook voor aanstaande bezuinigingen op het Kindpakket. ‘Dat maandelijkse uitje naar het zwembad is belangrijk voor hen. Dat is hun ontspanning. Ik spaar de hele maand zodat ze die ene dag ook een patatje kunnen eten.’

‘Geld lenen voor schoolreisje’

‘Armoede is relatief’, stelt bijstandsmoeder Linda dapper. ‘Gezondheid, onderdak en liefde, dat telt.’ Zij en haar vijf kinderen leven van ongeveer 80 euro per week. ‘Dat is nog royaal, want ik weet dat er gezinnen zijn die rond moeten komen van 50 euro per week.’

Met twee kinderen op het voortgezet onderwijs kreeg de Hoogeveense jaarlijks een bijdrage van ongeveer 500 euro. ‘Daarvan gingen we normaal aan het eind van de zomer shoppen voor rugtassen, schoolspullen, stofjassen, sportschoenen en gymkleding, nieuwe schriften en kaftpapier en dergelijke. Dus daar lig ik nu wel wakker van. En wat te denken van de schoolreisjes en schoolkampen.’

Ze overweegt geld te lenen zodat de kinderen toch mee kunnen met hun klasgenoten. Ondanks haar hachelijke financiële situatie blijft ze zorgzaam voor anderen. ‘Ik zie het bij andere mensen nog harder aankomen. Zo weet ik dat iemand geld geleend heeft als voorschot op de bijdrage van de gemeente om een fiets te kopen zodat het kind naar school kan. En nu komt het geld niet.’

‘Dit gaat veel te ver’

Bijstandsmoeder Anita is chronisch ziek en heeft de zorg voor twee kinderen. Een gaat naar het voortgezet onderwijs en de ander naar de basisschool. Haar gezin moet rondkomen van 50 tot 60 euro per week. Het schrappen van de extra gemeentelijke bijdrage voor het schoolgeld en schoolspullen die zij normaal automatisch krijgt was een onaangename verrassing.

‘Deze maatregel is veel te laat aangekondigd. We moeten de eindjes al aan elkaar knopen, maar dit is onverwacht een extra gat. Meestal is deze bijdrage rond de 200 euro. Geld dat we kunnen gebruiken voor de aankoop van een rugtas en de spulen voor het voortgezet onderwijs.’

Dat geld is er nu niet. Ze begrijpt de keuze van de gemeente niet om juist op de kinderen te bezuinigen. ‘Waarom moet je plukken van mensen die al niets hebben. Dat ik zelf minder moet eten: voilà. Maar dat mijn kinderen hieronder moeten lijden... Dat gaat echt veel te ver. ’

Dankzij de hulp van iemand uit de naaste omgeving gaat de oudste in ieder geval deze week niet zonder schriftjes en dergelijke naar school. Een opluchting voor de moeder.