Zieke Wolda beklimt Mont Ventoux: ‘Geef niet op, daar is de top’

Hoogeveen - De klimtocht, naar de top van de befaamde Mont Ventoux, wordt zwaar. ‘Maar het is niets vergeleken bij het verlies van Jan’, vertelt Wolda Fidom uit Hoogeveen. ‘Zijn lijden was pas afzien. Ik mis hem nog heel vaak.’

Op haar driewieler beklimt Wolda op 6 september de Reus van de Provence, in het zuiden van Frankrijk. Ze doet mee onder de vlag van Stichting Mont Ventoux. Met haar team Piek en Dal zamelt Wolda geld in voor KWF Kankerbestrijding en de Hersenstichting.

‘Pure pech’

De Hoogeveense heeft limbische encefalitis. Dat is een progressieve, zeldzame auto-immuun ziekte in de hersenen. Die raken ontstoken doordat lichaamseigen afweerstoffen de hersenen aanvallen, alsof het gevaarlijke bacteriën zijn. In 2016 openbaarde de ziekte zich. ‘Ik ging opeens onvast lopen, alsof ik dronken was’, blikt ze terug. Doordat de ziekte progressief is, gaat Wolda steeds verder achteruit. Lopen gaat bijna niet meer en ze heeft moeite met prikkels: geluid, beweging. ‘Pure pech’, vertelt ze.

Haar man Jan overleed in 2012 op 56-jarige leeftijd aan de gevolgen van prostaatkanker. Hij was erg sportief aangelegd. Jan maakte in 2003 met anderen een fietstocht van het Russische Vladivostok naar Scheveningen. Een tocht van liefst 12.000 kilometer. Met deze uitdaging haalden ze geld op om polio de wereld uit te helpen.

Na zijn overlijden en door de beperkingen van haar eigen ziekte raakte Wolda in een depressie. Ze kwam steeds minder vaak buiten de deur en dreigde te vereenzamen. ‘Mensen zien niet meteen dat ik erg ziek ben. Ja, ik beweeg me moeizaam voort, maar wat er in mijn hoofd gebeurt is voor de buitenwacht niet zichtbaar.’ Regelmatig stuit de Hoogeveense op onbegrip. ‘Het zorgt soms voor harde, onbeschofte reacties. Oordelend. Dat doet zeer.’

Geschenk

Zware en confronterende tijden, maar in de verte scheen een lichtje dat steeds feller ging branden: ze kwam in contact met Romilda Oelen van de organisatie Rozorg. ‘Dat heeft mij zo veel goeds gebracht. Ze is een geschenk uit de hemel.’

In de zoektocht naar een doel wees Romilda haar op het beklimmen van de Mont Ventoux. Romilda had de berg al eens samen met haar dochter Lizzy beklommen. Wolda: ‘Ik voelde me nutteloos. Deze tocht geeft me richting en nieuwe energie. Ik merk ook dat ik meer kracht krijg in mijn benen. Dat moet ook wel, want ik heb straks alle spierkracht nodig.’

Sinds mei is Wolda hard in training voor de Ventoux. Vijf keer per week maakt ze met haar driewieler kilometers. Ze rijdt viaducten op en af en test haar krachten op de Lemelerberg. Ook de VAM-berg staat nog op het trainingsrooster.

Voor Jan

De top van de Mont Ventoux-beklimming ligt op 1912 meter. Het is een gigantische uitdaging, die Wolda aan gaat voor haar Jan. ‘Voor hem doe ik dit. En voor al die mensen die een geliefde aan die rotziekte verloren hebben. Mijn moeder is aan kanker overleden. En al mijn vriendinnen hebben er mee te maken gehad.’

Tijdens de beklimming staat Wolda er niet alleen voor. Ze gaat samen met haar teamgenoten (dochter Anne vergezelt haar op haar tocht, net als Romilda en haar dochter Lizzy) naar de top. De naam van het team is Piek en Dal. ‘Net als het leven. Overdag lach ik, maar ‘s nachts lig ik soms te janken.’ Wolda hoopt op 6 september boven te komen op de klanken van haar favoriete nummer: Dichter bij de hemel kom ik niet van Margriet Eshuijs en Maarten Peters. In de tekst staat de volgende, zeer toepasselijke zin: „Geef niet op. Onzichtbaar duwende handen, laten het vuur ontbranden. Daar is de top.”