Hoogeveen: ooit de stad van gespierde pulleboklossers, maar kunnen ze er nu nog wat van? (+video)

Op de Schutstraat in Hoogeveen wordt zaterdag, tijdens de eerste editie van het H3-festival, wat afgejoeld vandaag. Wie is de snelste pulleboklosser van het land?

Pullebokken en Hoogeveen zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Daarom is één van de hoogtepunten van het gloednieuwe H3 (Historische Happening Hoogeveen)-festival de strijd om het pullebokloskampioenschap.

Op de hoek van de Schutstraat staat een historische schuit, gevuld met twintig melkbussen. Deelnemers moeten elk tien van de -voor de gelegenheid met zand gevulde - melkbussen lossen op de geïmproviseerde kade. Het duo met de snelste tijd wordt in de finale elkaars concurrent: er kan immers maar één de beste zijn.

Armen los

Nadat drie mannenteams hebben gestreden om de snelste tijd, stappen Aya Wolting en Marjan Dijkman in de schuit. Het publiek moedigt ze luidkeels aan. ,,Het gewicht viel in het begin wel mee", zegt Dijkman na afloop. Maar de snelheid blijkt een opgave. ,,Je moet ze er zo hoog mogelijk overheen tillen", zegt Wolting. ,,Dat mislukte een paar keer bij mij, dat vertraagde enorm."

Pul-le-bok-los-sen

Huh, wat mag dat in vredesnaam zijn? Wel: een pul is een melkbus, een bok de platte schuit waarop de melk van boeren uit de wijde omtrek (Nieuweroord, Ruinen, Zuidwolde) naar de melkfabriek in Hoogeveen werd vervoerd. De melkvaarder loste de volle pullen bij de melkfabriek en kreeg ze schoon weer mee terug. Vervoer met de pullebok was gebruikelijk tot in de jaren '70 van de vorige eeuw. In 1978 stelde de fabriek het 'melktankplan' in, na een overgangsfase van twee jaar werd de melk in 1980 alleen nog via melktanks vervoerd. 

De 23-jarige Dennis uit Linde, die met collega Chris aantreedt, wil het ook wel eens proberen. Dennis gaat voortvarend van start, tot de scheidsrechter roept dat de pullen dichter op elkaar moeten staan. Snel trekt hij ze bij elkaar, maar verliest daarbij tijd. Een noodgreep volgt: melkbus 9 en 10 gaan tegelijk de kade op. Na afloop schudden de mannen hun armen even goed los. ,,Het is wel zwaar. Ik heb er nu tien gedaan, maar dat voel je al wel." Was 't iets voor hem geweest, zijn geld verdienen als pullevaarder? ,,Nee", klinkt het resoluut.

Pullebokpraot

Die twintig kilo is een makkie, vergeleken bij wat de echte pullevaarders deden, blijkt eerder op de zaterdag bij Op het historische binnenvaartschip Terra Nova (1929) worden herinneringen aan de melkvaart in Hoogeveen opgehaald. Vroeger waren ze nog een stuk zwaarder, weet Andries Hooijer. Zijn schoonvader Pieter Schoonewille verdiende zijn brood als pullevaarder.

,,Vroeger wogen ze minstens dertig kilo", weet Hooijer. ,,In het hoogseizoen vervoerde mijn schoonvader honderd melkbussen. Hij was drie uur onderweg, dan twee, drie uur lossen en weer drie uur terug. Een ontzettend zwaar beroep", oordeelt Hooijer. ,,Het moest altijd doorgaan, in weer in wind. Alleen als het vroor ging het vervoer met paard en wagen."

Jan Bouwhuis werkte jarenlang, onder andere als financieel directeur, bij de Hoogeveense melkfabriek. De melkvaarders waren zelfstandig. ,,Vaak waren het kleine boeren, die niet genoeg verdienden aan vee alleen", vertelt hij. Elk jaar moesten ze zich inschrijven bij de fabriek. Wie het laagste tarief vroeg, mocht weer als pullevaarder aan de slag: een onzeker bestaan.

Gijzeling

De overgang van pullen naar melktanks -en andere veranderingen binnen de fabriek- leidden in 1978 tot onrust. Het dieptepunt? Een gijzeling.

,,Op 4 september 1978 kwamen 80 boeren naar de fabriek. Ze zeiden: wij willen met de veurzitter praten, anders gaan we de fabriek bezetten." Na telefonisch overleg besluiten Bouwhuis en de andere directieleden de groep naar de kantine te brengen. ,,Toen ging de deur op slot." De gijzeling eindigde pas na middernacht, na bemiddeling van de toenmalige burgemeester.

,,Mijn dochter was toen zes. Ze vertelde de volgende dag op school: juf, mijn vader is gegijzeld. De juf vroeg: hadden ze ook pistolen? Bouwhuis spreidt zijn handen. ,,Mijn dochter: nee. Maar wel zúkke grote klompen."