Spaargeld samenwerkingsverbanden moet naar scholen

Regio - De Tweede Kamer heeft vorige week een motie aangenomen waarin het kabinet wordt opgeroepen om een einde te maken aan de oplopende reserves van de samenwerkingsverbanden die moeten zorg dragen voor Passend Onderwijs in Nederland.

De gezamenlijke samenwerkingsverbanden hebben in 2017 een positief resultaat boekten van € 32 miljoen en dit toegevoegd aan een ruime reserve.

De Kamer meent dat samenwerkingsverbanden relatief weinig risico lopen en vrijwel geen langlopende verplichtingen hoeven aan te gaan, waardoor ze geen hoge reserves hoeven aan te houden.

Daarnaast krijgen de Kamerleden klachten van scholen, leraren, ouders en leerlingen over een gebrek aan ondersteuning in de klas. Daarom wil de Kamer nu dat de reserves ingezet worden voor bijvoorbeeld een tijdelijke aanvulling van het extra ondersteuningsbudget op scholen, professionalisering van leraren of het verbeteren van lesmateriaal en leermiddelen.

De regering gaat nog dit jaar afspraken maken met de samenwerkingsverbanden over het zo snel mogelijk inzetten van de reserves.

Volgens Leon ‘t Hart, directeur van het samenwerkingsverband SWV PO 2203 handelt het bestuur van het samenwerkingsverband voor Hoogeveen, Meppel en Steenwijkerland al jaren in de geest van deze motie.

‘Naast een klein permanent weerstandsvermogen is de jaarlijkse ophoging van een positief resultaat voor SWV PO 2203 niet zinvol’, zegt ‘t Hart. ‘Het financieel risico is inderdaad klein en de verantwoordelijkheid voor eventuele tekorten ligt bij de aangesloten 22 schoolbesturen. Laat het geld voor Passend Onderwijs maar besteed worden’, aldus ‘t Hart.

Wel plaatst hij een kanttekening. ‘Er kunnen samenwerkingsverbanden zijn met een groot personeelsbestand of met een periode van krimp in het vooruitzicht. Met redelijke criteria moet dit te beoordelen zijn. Als er een reden is voor de reserveringen zal dat ook mogen blijken.’