De Buren van...: 'Ik kijk niet meer tegen de 'hoge heren' op'

Hoogeveen - De 75-jarige Jan Benjamins uit Hoogeveen houdt heel erg van fietsen. De in Elim geboren fietsliefhebber fietste jaren vrijwillig met mensen, die niet meer zelfstandig konden fietsen. Twee keer in de week bezorgde hij namens de Stichting Welzijnswerk (SWW), op een duofiets, mensen met een beperking een plezierig uitje. Daarnaast maakte hij alleen vele fietstochten en dat doet hij nog steeds. Hij gaat niet meer zo ver van huis, maar de teller van zijn nieuwe fiets, die hij sinds een paar maanden bezit, staat al weer op 2000 kilometer.

Jan Benjamins woonde tot zijn twintigste in Elim, waarna hij naar Hoogeveen verhuisde. Daar kreeg hij met zijn eerste vrouw twee kinderen. Na een scheiding keerde hij met zijn tweede vrouw terug naar Elim en kreeg met haar drie kinderen. Jaren geleden verhuisde hij opnieuw naar Hoogeveen en daar voelt hij zich thuis. ‘Toen ik weer in Hoogeveen woonde, ben ik begonnen met fietsen. Ik wilde iets doen voor een ander in de samenleving en gaf mij op als fietsvrijwilliger bij de Stichting Welzijnswerk Hoogeveen. Sinds die tijd reed ik twee keer in de week met bewoners van onder andere Weidesteyn, Noorderbrug en bejaardenhuizen op een speciale, elektrische duofiets in de omgeving van Hoogeveen. Ik deed mensen die niet meer zelfstandig kunnen fietsen er een plezier mee en ik beleefde er zelf ook veel plezier aan. Het was erg dankbaar werk,’ zegt Jan Benjamins. ‘We bezochten ook winkels in Hoogeveen. De winkeliers waren altijd zeer behulpzaam. Zij hebben zeker een pluim verdiend.’

Benjamins was eerst geen fanatieke fietser

De geboren Elimmer was niet eens zo’n fanatieke fietser, maar dat is hij sinds zijn vrijwilligerswerk wel geworden. Hij moet vaak aan een uitspraak van zijn opa denken als hij gaat fietsen. ‘Hij was waarschijnlijk de laatste inwoner van Elim die niet kon fietsen. Hij viel eens met de fiets en daarna degradeerde hij de fiets tot een uitvinding van de duivel. Hij heeft nooit gefietst en ik zie hem nog lopen van Elim naar Hoogeveen. De ene hand op het achterwerk en de andere slingerend langs het lichaam. Hij maakte stappen van twee meter. Ze noemden hem dan ook Arend Stap.’ Benjamins is gestopt als fietsvrijwilliger vanwege zijn afnemende gezondheid. ‘Als ik het nog kon, dan deed ik het, maar ik kan het niet meer doen, helaas. Eerder fietste ik regelmatig lange afstanden. Ik mag graag fietsen. Je wordt niet gestoord en je kunt je gedachten laten gaan. Tegenwoordig fiets ik ook nog regelmatig, maar geen lange afstanden meer. Ik heb zondag nog veertig kilometer gefietst. Ik ben ziek geweest en nu fiets ik weer en dat geeft kracht. Na mijn ziekte heb ik dankzij mijn zoon weer opnieuw fietsen geleerd.’ Benjamins had nog graag eens naar de veengebieden bij Bourtange willen fietsen. ‘Ja, die had ik graag nog eens willen zien, maar mijn lichaam laat dat niet meer toe.’

Twaalf kinderen

Jan komt uit een gezin van twaalf kinderen. In zijn jeugd deed hij niet aan sport. ‘Nee, mijn vader was erg gelovig. Volgens hem had sport geen nut. Mijn broer Henk is wel profwielrenner geworden. Ik ben één keer stiekem naar een wedstrijd van hem geweest. Toen won hij heel wat premies.’

Jan werkte jarenlang als stratenmaker en daar kijkt hij met veel plezier op terug. ‘Je maakte iets waar de mensen heel tevreden mee waren. Ik werd overal hartelijk ontvangen. De boeren hoefden niet meer met paard en wagen door de modder. Soms kreeg ik voordat ik begon, al een fooi. Zo blij waren ze dat ik kwam. De laatste jaren is dat wel iets veranderd. Als je dan ergens kwam, luidde de eerste vraag: Wanneer is het klaar?’ Door zijn werk als stratenmaker is zijn keuze voor cremeren of begraven niet zo moeilijk meer. ‘Toen ik op de boerderij werkte had ik met zwart zand te maken. Als stratenmaker werkte ik veel met geel zand. Ik laat me cremeren, want ik wil niets meer met zand te maken hebben,’ lacht hij.

Oorlogsgeschiedenis

Jarenlang verdiept Jan Benjamins zich in de oorlogsgeschiedenis van Hoogeveen en omstreken. ‘Ik doe onderzoek naar de roof van landbouwgronden in Drenthe. Dat is eigenlijk nog nooit echt onder de aandacht gebracht, maar het is zeer ingrijpend geweest. Ik heb onder andere het Drents Archief en het Nationaal Archief in Den Haag bezocht. Ik heb ook een verzoek voor een documentaire over dit onderwerp gedaan. Ik hoop dat die er komt.’ Er zijn ideeën om tijdens het 75-jarig bevrijdingsfeest volgend jaar een route te rijden in Hollandscheveld en Nieuw Moscou langs plaatsen waar in de oorlog bijzondere dingen zijn gebeurd. ‘Het is een idee van iemand anders, maar ik zou daar graag aan meewerken. Ik ben in dat gebied geboren en ik heb interesse in de oorlogsgeschiedenis van dat gebied. Het is de bedoeling dat er een route wordt uitgezet. Die route van Nieuw Moscou naar Hollandscheveld kunnen belangstellenden dan rijden met een huifkar. Onderweg wordt er verteld over de gebeurtenissen op verschillende plekken tijdens de oorlog. De dag waarop dit gaat plaatsvinden moet nog gepland worden. Ik vind het een goed initiatief, waar ik graag een bijdrage aan zou willen leveren.’

Nederlandstalige muziek

De Hoogevener houdt van Nederlandstalige muziek. Ook accordeonmuziek spreekt hem erg aan. Hij zoekt op YouTube het lied De Parelsnoer van de Zangeres zonder Naam op en speelt het af. ‘Ik heb nachten in de auto gezeten en steeds maar weer dit nummer gedraaid. Dit gevoelige lied raakt mij enorm.’

De ex-stratenmaker vindt Hoogeveen een prettige plaats om in te wonen. ‘Ja, ik voel me thuis in Hoogeveen. De mensen in het gemeentehuis zijn zeer toegankelijk en behulpzaam. Zij willen je overal mee helpen als je een duidelijke vraag hebt. Vroeger keek ik heel erg op tegen de zogenaamde ‘hoge heren’, maar dat is nu wel over.’