Frisgroen
Door Ingeborg Swart

Schrik!

Laatst wandelde ik op een rustige middag met mijn pony door het bos. En toen stonden we ineens oog in oog met een flinke ree. Het dier had ons niet gezien en drentelde rustig rond, tot het ineens op een paar meter afstand van ons de bosjes uit kwam.

Mijn pony, jong en onervaren als ze is, stond met grote ogen te kijken naar dat vreemde wezen dat ineens verscheen. Ik denk dat ze in haar eerste jaren in de hooglanden weinig reeën tegen is gekomen. Het was eventjes heel stil, een heel mooi moment. 

Totdat de ree besloot dat wij eng waren en met grote sprongen de benen nam. Lieve Silver schrok zich een ongeluk, rende een paar rondjes om mij heen en bleef vervolgens zwaar snuivend staan. Is natuurlijk ook gek, als zo’n gek dier ineens beweegt, dacht ik. Totdat ik later met mijn moeder belde en zij het als een soort solidariteit zag. Een reflex: als dat dier schrikt, dan zal er vast iets engs zijn, en moet ik ook wegrennen. Dat idee. Daar zit eigenlijk wel wat in. In heel veel andere (meer natuurlijke) relaties tussen diersoorten vind je ook zulke systemen.

Veel vogels gebruiken bijvoorbeeld een soort algemene alarmroep. Wanneer een dier van een bepaalde soort zo’n gil slaakt, zullen ook vogels van andere soorten verschikt opvliegen (of juist bevriezen in de beschutting). Wat het waarschuwende dier daar aan heeft, daar kun je over discussiëren. Eigenlijk zou hij misschien veel liever alleen zijn eigen soortgenoten of zelfs alleen naaste familie willen waarschuwen. Hij trekt ten slotte tegelijk ook de aandacht van ‘het gevaar’. Aan de andere kant is een grote, wervelende massa vogels een lastiger prooi door de verwarring dan een enkeling die zonder anderen opvliegt. En natuurlijk zijn voor beide kanten nog meer argumenten te noemen. Over het algemeen is het zo dat als verschillende soorten een gezamenlijke alarmroep hebben, ze daar allemaal baat bij hebben.

Daar komt wel bij dat sommige vogels misbruik maken van de alarmroep. Het gebeurt bijvoorbeeld dat een mannetje alarm slaat, wacht tot de massa uit elkaar is gestoven, en dan snel probeert te paren met een vrouwtje waarvan de partner in de verwarring even uit beeld is verdwenen. Ook in de strijd om voedsel gebruiken sommige vogels, zoals lijsters, alarmroepen om anderen weg te jagen zodat zij zelf meer kunnen eten. Maar, zoals je zult verwachten, werkt zoiets op een gegeven moment toch minder goed. Uit onderzoek is al gebleken dat apen van de soort vervet (of Zuid-Afrikaanse groene meerkat), onderscheid kunnen maken tussen echt en vervalst alarm. Wordt een bepaalde roep te vaak of te regelmatig herhaald, dan doorzien zij de achterliggende bedoelingen van de schreeuwer. Dat vind ik toch altijd weer fijn, dat de valsspelers niet zomaar met hun trucjes wegkomen.

Afgezien van een enkeling die de boel uitbuit, vind ik gedeelde alarmroepen of –signalen een prachtig iets. Daaruit blijkt maar weer dat elkaar helpen soms echt voor iedereen het beste uitpakt. Behalve voor het roofdier dan natuurlijk. Fijn weekend!