Hoogeveen doet (nog steeds) aan wifi-tracking: maar kleurt wel binnen de lijntjes

Hoogeveen - Wifi-tracking. Het is omstreden. Ook in Hoogeveen worden bezoekersstromen vastgelegd via een wifi-signaal. Op zeven punten in het Hoogeveense centrum worden mobiele telefoons geteld. Mag het, of niet?

‘Sinds de Autoriteit Persoonsgegevens dit in december verboden heeft, worden in Hoogeveen niet langer de unieke bezoekers geregistreerd via het mac-adres van hun telefoon’, legt Gert Bolkesteijn van de gemeente Hoogeveen uit.

Zeven sensoren in centrum

Een jaar of drie geleden nam de gemeente Hoogeveen een abonnement bij Locatus, een bedrijf dat informatie verzameld over winkelgebieden en passanten. Er werden zeven sensoren geplaatst: twee aan de Schutstraat, een aan de Van Echtenstraat, op de driesprong in de Tamboerpassage en aan de Hoofdstraat bij de Hema, Intersport en Marriages. ‘Deze registreren alle mobiele telefoons die binnen een straal van 35 meter van de sensor komen, als deze wifi hebben aanstaan. Tot december werden ook de mac-adressen geregistreerd en voor 24 uur bewaard. Bolkesteijn: ‘Zo konden we unieke bezoekers tellen. Cijfers zeggen nu eenmaal veel meer als een waarneming ‘het was druk’. En met de hand tellen is ook lastig.’

In december is Locatus met deze tracking gestopt. ‘Jammer, maar het is niet anders. Nu wordt een telefoon steeds weer geregistreerd bij alle sensoren. Ondanks dat hebben we nog altijd een goed beeld over de bezoekersstromen en drukte in het centrum, maar we missen de informatie over unieke bezoekers.’

Anonieme registraties

Over de privacy is nooit gediscussieerd. Bolkesteijn: ‘Voor december 2018 was dit niet verboden. Bovendien hebben we in Hoogeveen altijd enkel anonieme registraties gedaan. Hier is nooit gekeken waar bezoekers vandaan kwamen en welke winkels mensen bezochten. Het gaat puur om een beeld te krijgen hoe het gaat met het centrum. Hoe druk het echt is en wanneer mensen komen winkelen. Zo konden we vorige zomer tijdens de Pulledagen zien dat mensen langer in het centrum bleven en de hele route lopen, terwijl op een normale winkeldag mensen veel gerichter het centrum bezoeken.’