Vijf vragen aan Jan Mager, voorzitter Jeneverbesgilde

Hoogeveen - Jan Mager uit Hoogeveen is de nieuwe voorzitter van de vernieuwde Jeneverbesgilde Drenthe. Wat heeft hij met deze bomen en waarom hebben ze onderhoud nodig? De Hoogeveensche Courant legde hem vij vragen voor.

1. Je bent de nieuwe voorzitter van Jeneverbesgilde Drenthe. Wat heb jij met de jeneverbes?

Ver terug in de tijd waren jeneverbessen de enige naaldbomen die voorkwamen in deze streek. De Jeneverbes komt in grote delen van Nederland nog wel voor. Maar Drenthe is bekent om de grote struwelen. Mijn ouders maakten vaak mooie fietstochten met hun kinderen. Er werd dan vaak opgestoken om te picknicken in een jeneverbesstruweel. We konden daar goed verstoppertje spelen. Als volwassene kom ik er regelmatig om vogels te spotten. En de laatste 10 jaar voor beschermingsmaatregelen. Heel mooi om te doen met een team van enthousiaste mensen, vooral ook omdat we veel resultaat zien.

 

2. Waar zijn de dichtstbijzijnde jeneverbessen, vanuit Hoogeveen gezien?

In de gemeente de Wolden "het Echtens Paradijs". In de gemeente Hoogeveen "het Nuilerveld". In Westerveld Het Dwingelderveld.

3. Hoe is de toestand de Drentse jeneverbes?

15 jaar geleden waren veel struwelen op sterven na dood. Sinds een jaar of 10 zijn inmiddels 8 jeneverbesbrigades aan het werk om de struiken weer volop in de zon te zetten. Door vooral de Amerikaanse Vogelkers te verwijderen zijn ze nu uit de gevarenzone. Om dat zo te houden is het nodig om onderhoud te blijven doen. We krijgen nogal eens kritiek omdat men vindt dat je de natuur zijn gang moet laten gaan. Maar de natuur die we in Nederland hebben is gemaakt en ontstaan door menselijk ingrijpen. Als we die natuur willen behouden dan zullen we onderhoud moeten blijven doen. Anders wordt het allemaal bos met vooral exoten zoals de Amerikaanse vogelkers en de Amerikaanse eik.

 

4. Kun je iets vertellen over de geschiedenis van de Jeneverbesgilde?

Het oude Jeneverbes Gilde bestond uit medewerkers van diverse Natuurorganisaties die zich zorgen maakten over het voortbestaan van de Jeneverbes. 15 jaar geleden hebben ze daarom het Gilde opgericht. Al snel daarna hebben ze vrijwilligersgroepen gemobiliseerd en daarmee de zogenaamde Jeneverbesbrigades opgericht. Deze brigades hebben uitstekend werk verricht en daardoor staan de struwelen waar ze aan het werk zijn er weer goed bij. Er staan inmiddels ook duizenden jonge struikjes, terwijl er in de voorgaande 100 jaar bijna geen verjonging heeft plaatsgevonden. Het oude Gilde is nu van mening dat ze hun doel bereikt hebben. Ook hebben ze het vertrouwen dat de vrijwilligers het werk in de toekomst wel zelfstandig kunnen voortzetten.

 

5. Wat zijn de toekomstplannen van de gilde?

Het Jeneverbesgilde Drenthe gaat de Jeneverbesbrigades ondersteunen, vooral met het benodigde gereedschap. Jaarlijks zullen twee vrijwilligersbijeenkomsten worden georganiseerd om ervaringen en kennis te uit te wisselen. De goedbezochte website bij houden, hopelijk ook met veel bijdragen van de brigades. Indien mogelijk ook nieuwe brigades inzetten in gebieden waar nu nog geen onderhoud wordt gepleegd.